16 september 2026

Ge kreeg er wat van – het Troelstra-monument in Den Haag

Troelstra-monument, Den Haag, foto augustus 2026
We zien het Troelstra-monument in Den Haag zoals het er in augustus 2026 bij stond. Er is al veel geschreven over dit kunstwerk, bijvoorbeeld bij Buitenkunst Den Haag en in denhaag.wiki, maar verreweg het langste en interessantste artikel over het monument is wellicht het stuk dat in 1954 verscheen in De Nieuwe Stem. Dat begint op een manier die we heden ten dage misschien wat breedsprakig vinden: 

 “Indien er ooit een voortreffelijke plaats voor een monument werd gekozen, dan is het die voor het Troelstra-monument in het Westbroekpark in Den Haag. ‘Stedebouwkundig’ had men nauwelijks een betere kunnen vinden. Er is ruimte en er is achtergrond, er is voortreffelijk licht, genadeloos licht zou men willen zeggen, dat alles nog eens extra modelleert en de dingen scherp aftekent. Men beseft het: dit is het licht van de zee, die dichtbij is. Het schept een voortreffelijke voorwaarde voor het zien, maar het laat ook geen mogelijkheid iets te verdoezelen.”

Je leest het: hier is iemand aan het woord met een Mening. Iets verderop: 

“Wanneer wij standbeelden maakten waren het doorgaans confectie-standbeelden zonder eigen snit. En ook de oogst aan oorlogsmonumenten is op den duur niet meegevallen, het klein aantal geinspireerde werken niet te na gesproken. Maar al die allegorische figuren met hooggeheven of uitgetrapte fakkels, al die nog net in het holte van twee handen geredde laatste vonken, al die handen-in-de-hoogte met hun smeekgebaren -, ge krijgt er wat van.” 

Vervolgens gaat de schrijver helemaal los. Inmiddels begrijpen we dat het Troelstra-monument hier wordt gebruikt als kapstok voor de Mening. 

“De huidige beeldhouwers willen in hun zoeken naar een suitable public language de raffinementen van een fin-de-siècle beeldhouwkunst gaarne vergeten. Zij weten, dat deze met het oeuvre van een Rodin een einde vond, een groots einde zeer zeker, maar niettemin een einde. Zij zien figuren als Maillol en Despiau zich vanuit de kracht van eigen grote begaafdheid inspireren op de mediterrane vormbeginselen. Maar zij willen nog verder gaan. Zij willen terugkeren tot oervormen van plastische structuur, zoals die in berg- en rotsformaties zijn waar te nemen, waar als het ware de machtige hand van de Schepper op rust. Daarbij schuwen zij het wanstaltige niet, want zij weten, dat de tijd van de schone, gecultiveerde en voltooide vorm voorbij is, of... nog niet is aangebroken. Zij hebben zelfs de geslotenheid van de plastische vorm willen doorbreken, ten einde hun beelden, zoals zij menen, nog onmiddellijker in de ruimte te laten opgaan. Met alle inconsequenties en plastische ongerijmdheden, welke verziekte breinen zich gehaast hebben uit te denken. Betekenen bijvoorbeeld de tot op hun botten afgekloven twee Europeanen een verdringing van plastische elementen door elementen van lager gehalte? Is het een intreden van barbarisering, dat wij af-en-toe een stel debielen met kikkerogen of wijd opengespalkte monden in rudimentaire koppen of dierlijke snuiten in technisch volmaakte, zelfs geraffineerde materiaalbehandeling krijgen voorgezet? Ik ben mij bewust, reeds door het stellen van deze vragen, de edele verontwaardiging op te wekken van bepaalde progressieve beoordelaars en hun claque.”

En zo verder. In het oorspronkelijke tijdschrift besloeg het artikel pagina’s 88 tot en met 94, maar het begon dan ook wel met een foto. Het hele artikel is te vinden op DBNL.

We sluiten af met een alinea waarin de auteur ook nog even wil laten weten dat hij Troelstra van gezicht kende en nog even benadrukt dat hij niet van de straat was:

“De vormgeving van het beeld draagt geheel het karakter van het geboetseerde kleimodel in een zeer summiere, maar ook zeer breed opgevatte behandeling. Zij is sterk gebouwd op de werking van het licht-donker, juist ook in de kop, die zeer expressief is met de donkere belijning van mond en snor en de wat eigenaardige stand van de ogen. Toch heb ik juist tegen de kop wel een paar bezwaren. In mijn herinnering was Troelstra peziger en scherper - ‘een snedig koppie’, schreef de schilder-schrijver Jan Veth, die tegenover Troelstra in de trein had gezeten, aan een vriend -; hier is hij naar mijn smaak iets te opgeblazen en te pathetisch-rethorisch.” 

Andere tijden. Gelukkig is de digitalisering van het verleden inmiddels zo ver gevorderd dat we dit soort parels nog eens kunnen nalezen. Een aanrader voor mensen die doorgaans snellezen.
Troelstra-monument, Den Haag, foto augustus 2026
Troelstra-monument, Den Haag, foto augustus 2026

13 september 2026

L. Coltof & Co., Maassluis

We hebben een CdV met een antieke portretfoto van een staand persoon in historische kleding, tegen een decoratieve studio-achtergrond. De achterkant van de foto is blanco. De foto werd gemaakt door de fotostudio L. Coltof & Co., gevestigd in Maassluis. In een document in het Nationaal Archief uit 2024 is veel informatie te vinden over Levie Coltof: 

Levie Coltof (1861–1928) was een joodse fotograaf. Na gewerkt te hebben in Hoogezand (tot 1878) en als slager in Oude Pekela (tot 1885) was hij vanaf 1911 werkzaam in Maassluis. Eerst als godsdienstleraar, daarna als fotograaf. Op de carte-de-visites van zijn studio staat 'L. Coltof & Co., Weg F 53, Maassluis'. Vervolgens was hij werkzaam als fotograaf in Rotterdam (1911–1924) en in Den Haag (1924–1928). Hij was de vader van Abraham Coltof (1886–1942) die ook fotograaf van beroep was. Abraham kwam tijdens de Tweede Wereldoorlog om in Auschwitz. Op hun foto’s zien we veel werklieden (in het bijzonder kuipers) en schepen in de haven van Maassluis, scheepswerven, straatbeelden en foto’s van muurreclames met opschrift ‘Fotografie L. Coltof & Co. Weg F53’.

Voordat Maassluis overging op de moderne straatnamen en huisnummers zoals we die nu kennen, werd de stad ook administratief ingedeeld in wijken die met letters werden aangeduid. In historische akten komen adressen voor als ‘Boonenstraat, Wijk F, nr. 72’ en ‘Kalkslop F 53’. Dat maakt het aannemelijk dat het ‘F’ in ‘Weg F 53’ op foto’s van Coltof geen straatnaam is, maar verwijst naar Wijk F, met nummer 53 als huisnummer binnen die wijk. De combinatie ‘Weg F 53’ lijkt dus een verkorte of afwijkende vorm van de toenmalige adressering.

Dat het adres F 53 met het Kalkslop te maken heeft, wordt ondersteund door historische geboorteakten waarin ‘Kalkslop F 53’ als adres wordt vermeld. Daarmee komen we vermoedelijk behoorlijk dicht bij de plek waar de studio van L. Coltof & Co. was gevestigd.


12 september 2026

11 september 2026

WIP 2

Witgeschilderde wajangpopkop op met plastic omwikkeld leeskussen
11 september 2026. Het is grotendeels droog met af en toe zon. Het kwik kan oplopen naar 15 graden. Er waait een zuidoostelijke zwakke wind.

10 september 2026

WIP

Work in progresss, wajangpopbeschildering gefotografeerd met FIMO 1903
10 september 2026. Op een enkele lokale bui na is het vandaag droog met een afwisseling van wolken en zon.

05 september 2026

Grenzen opgezocht

↑ Den Haag
 
↓ Lobith
Foto’s gemaakt in augustus 2026 met de FIMO 1903-app voor de iPhone.

Kaart van Nederland met lijn tussen twee punten, namelijk het Lange Voorhout in Den Haag en de begraafplaats bij Maria Onbevlekt Ontvangen achter de Markt in Lobith. De aangegeven afstand is 126 kilometer

Album AL, epiloog

Overlijddensadvertentie Antoon Langkamp O.M.I., De Volkskrant, 08-08-1995


Antoon Langkamp O.M.I. (1929–1995)

Antoon Langkamp, geboren op 5 maart 1929, trad toe tot de Oblaten van Maria Immaculata. In 1957 werd hij tot priester gewijd.

Na zijn wijding liep hij stage in Vreden, net over de grens bij Winterswijk. In 1960 werd hij aangesteld als godsdienstleraar. Later werkte hij als gevangenisaalmoezenier. Daarna was hij verbonden aan het Elisabeth Gasthuis in Haarlem, waar hij pastorale zorg verleende aan patiënten en hun familie.

Van 1978 tot 1990 was hij pastoor in Didam. Na zijn Didamse jaren werd hij door de O.M.I. geplaatst in Slagharen en Hardenberg, waar hij opnieuw als pastoor werkzaam was. Hij bleef daar tot zijn overlijden op 7 augustus 1995.

Het fotoalbum dat we bekeken hebben, richt zich op een zeer korte periode uit zijn leven, namelijk van 7 t/m 14 juli 1957. Een album met vastgelegde seconden uit één week van een mensenleven. Bij het scannen en registreren van oude fotoalbums probeer ik zo respectvol en objectief mogelijk te zijn, zonder de ogen te sluiten voor de zeer beperkte informatie en voor de ‘andere tijden’ waaruit zo’n album is overgeleverd. Hopelijk is dat hier gelukt. Commentaar of aanvullingen zijn altijd welkom.

Wat opvalt in dit album, is de rijkdom en de gemeenschapszin die uit de foto's spreken en die de meesten van ons anno 2026 wellicht vreemd zullen zijn. Op katholieke grafstenen ziet men wel eens de spreuk ‘Met liefde omringd’. Dat zijn woorden die hier onbewust de sfeer bepalen.

Mocht u na het zien van de foto's van mening zijn dat dit album beter bij u dan bij mij op een plank zou kunnen liggen, stuur dan een onderbouwd bericht via de Opmerkingen-optie op dit blog. Alle opmerkingen worden gelezen en, indien zinnig, geplaatst en/of beantwoord.


Album AL, het vrolijk samenzijn

Album AL: ‘Dankwoord voor de parochie’
Na de receptie keren we rond half 4 terug naar de H. Sebastianus voor het Lof, met dankwoord voor de parochie. Daarna volgt een borreluurtje en worden er buiten een reeks groepsfoto’s genomen.

In de avond zien we een diner met speeches, de voordracht van een gedicht en lollige sketches. Na een tijdje zit de stemming er goed in, zo blijkt uit de foto's. Maar zoals de gelegenheid gebiedt, wordt de avond afgesloten met een zegen voor alle aanwezigen.

Het fotoalbum wordt tot slot afgesloten met twee foto’s van de versierde parochiekerk.
Album Antoon Langkamp, groepsfoto
Album AL‘Huzarensla’
Album AL: ‘Speech v heroom’
Album AL: ‘Een vriendschapsdronk’
Album AL: ‘Een vriendschapsdronk’
Album AL: ‘Zegen voordat allen vertrekken’
Album AL: ‘Versierde parochiekerk in Haarle’