20 juni 2026

Aanwijsplaten (649)

Aanwijsplaat, Scheveningen

Aanwijsplaten (648)

Aanwijsplaten, Den Haag

Indrukken van een zwervelinge

Omslag van het boek ‘Hollandsche vrouw in Indië’, door M.C. Kooij-v.Zeggelen
We hebben een boek in handen: De Hollandsche Vrouw in Indië, ondertitel Indrukken van een zwervelinge door M.C. Kooij-v. Zeggelen. Het omslag is uitgevoerd in de stijl van de ‘Nieuwe Kunst’ die populair was rond 1900. Wie zoekt, vindt veel boeken die dezelfde visuele stijl hebben als deze uitgave, maar vreemd genoeg lijkt deze specifieke uitgave van Scheltema & Holkema online nauwelijks gedocumenteerd. 

Volgens Boekmeter kwam dit boek oorspronkelijk uit onder de ondertitel Indrukken van een zwervelinge en was de gebruikte auteursnaam Marie van Zeggelen. In het standaardwerk De Oost-Indische Spiegel door Rob Nieuwenhuys (editie 1972) vinden we de zinsnede ‘Mevrouw Kooij-van Zeggelen (1870–1957), later schrijvende onder haar meisjesnaam Marie C. van Zeggelen, [...]”. Deze formulering is helaas net iets te dubbelzinnig om ons verder te helpen. We zoeken voort.

In Marie Christine van Zeggelen en het voormalige Indië van Jef Notermans, oorspronkelijk verschenen in het tijdschrift Roeping, jaargang 27 (1950–1951), en terug te vinden via dbnl, lezen we: 
Het Haagse meisje Marie Christine van Zeggelen is o.m. door haar studie aan de Academie voor Beeldende Kunsten in de hofstad al gerijpt tot vrouw, eer zij koers zet naar het verre Oosten. Ongeveer een jaar zwerft ze over Java, totdat de zoveelste militaire mutatie haar gezin naar Celebes doet verhuizen. Aanlokkelijk kon men toentertijd de standplaats Soppeng geenszins noemen. De bevolking, althans een gedeelte van de bewoners in het gebied van Boni droeg nog de sporen van de expeditie onder kolonel Van Loenen in 1905. 

De positie van een Nederlandse vrouw op dat moment tussen enkel Indonesiërs was niet benijdenswaard. Marie van Zeggelen heeft ons dit vrij nauwkeurig beschreven in de ‘Brieven van een Zwervelinge’. Deze bundel herdoopte zij bij de herdruk in ‘De Hollandsche Vrouw in Indië’. (Ondertitel: Indrukken van een Zwervelinge. Amsterdam, z.j.).
Het zou goed kunnen dat we hier met die herdruk te maken hebben. Ons exemplaar is immers ongedateerd. Dat brengt ons niet heel veel verder voor wat betreft deze specifieke uitgave, maar we hebben in elk geval wat achtergrondinformatie. Misschien is het nu dan tijd om het boek eerst eens te lezen.
Voorblad van ‘De Hollandsche vrouw in Indië’, door M.C. Kooij-van Zeggelen
Op de titelpagina van deze uitgave staat het karakteristieke uitgeversvignet van Scheltema & Holkema's Boekhandel te Amsterdam. van Scheltema & Holkema’s Boekhandel te Amsterdam. Het art-nouveau-achtige vignet behoort tot een reeks ontwerpen die door Gerrit Willem Dijsselhof voor de firma werden vervaardigd. We zien de initialen van Klaas Groesbeek en Paul Nijhoff, de directeuren van boekhandel Scheltema & Holkema in Amsterdam, in een ruit die verder is opgevuld met een rozenstruik en twee vissen.
Vignet van Gerrit Willem Dijsselhof met de initialen van Klaas Groesbeek en Paul Nijhoff, de directeuren van boekhandel Scheltema & Holkema in Amsterdam
Voor de beeldvorming is nog een andere bron interessant. In het archief van het Museon-Omniversum bevinden zich vijftien doosjes met glasnegatieven, gemaakt tussen 1890 en 1916 in Nederlands-Indië. De beelden geven niet alleen een indruk van het dagelijks leven in de kolonie, maar werpen ook licht op het Nederlandse koloniale bestuur vanuit het perspectief van de officier Herman Kooij (18681950) en zijn echtgenote, de schrijfster Marie van Zeggelen (18701957). De foto's zijn terug te vinden door in de catalogus te zoeken op de term ‘Kooij’.

19 juni 2026

Lezing ‘Van spekkoek tot Tjalie Robinson’

Lezing ‘Van spekkoek tot Tjalie Robinson’. Jeroen Dewulf, Bronbeek, Arnhem, 18 juni 2026
Soms wil je ineens naar een lezing en dan blijkt-ie ook nog eens heel erg de moeite waard te zijn. Met dank aan Jeroen Dewulf. Museum Bronbeek, Arnhem, 18 juni 2026.
Lezing ‘Van spekkoek tot Tjalie Robinson’. Jeroen Dewulf, Bronbeek, Arnhem, 18 juni 2026
Lezing ‘Van spekkoek tot Tjalie Robinson’ over de Portugeestalige Mardijkers en de Indische gemeenschap. Jeroen Dewulf, Bronbeek, Arnhem, 18 juni 2026
Lezing ‘Van spekkoek tot Tjalie Robinson’. Jeroen Dewulf, Bronbeek, Arnhem, 18 juni 2026
Lezing ‘Van spekkoek tot Tjalie Robinson’. Jeroen Dewulf, Bronbeek, Arnhem, 18 juni 2026

15 juni 2026

Poesiealbum Padang S.W.K., pagina 25

Ingeplakte gedroogde roos, de ‘laatste roos uit onze tuin in Bandung’

We zijn aangekomen bij de laatste pagina van ons poesiealbum en zien een ingeplakte gedroogde bloem met daaronder de tekst:

De laatste roos uit onze tuin in Bandung

De laatste regel lijkt een adres te bevatten. De afkorting 'Dj.' staat vrijwel zeker voor Djalan (straat). Hoewel de straatnaam niet volledig leesbaar is, zou de lezing 'Westhoff 25' goed passen bij het handschrift en bij de historische straatnaam Westhoffweg in Bandung.

We pakken het eerste blogartikel over dit poesiealbum er nog eens bij en bekijken de paspoortaanvraag van Winny Baume. En inderdaad: bij ‘Huidige vaste woonplaats en adres’ staat Westhoffweg 25, Bandung ingevuld. Hetzelfde geldt voor de paspoortaanvraag van haar moeder.

Zo is de cirkel voor dit poesiealbum rond. Winny blijkt het boekje niet alleen te hebben gebruikt als memento, maar ook als adresboekje en als plek om een foto en een gedroogde bloem te bewaren.

Er zijn zeker nog vragen. Mogelijk volgt er over enkele dagen of weken nog een blogartikel met wat conclusies of een korte epiloog. Maar voor nu is het boekje gesloten en veilig opgeborgen.

Mocht u menen de rechtmatige eigenaar van dit boekje te zijn, dan kunt u contact opnemen via een reactie onder een van de berichten in deze reeks.

Poesiealbum Padang S.W.K., pagina 22, 23 en 24

Pagina met handgeschreven adressen
In ons vorige artikeltje hadden we al gezien dat het laatste deel van ons poesiealbum wat onoverzichtelijker is dan de rest. Pagina 22 is leeg en niet gefotografeerd. De volgende bladzijde lijkt bewust uit het boekje gesneden of gescheurd om te gebruiken als adreslijstje.
Pagina met handgeschreven adressen
Op de ene kant van het papier zien we adressen in Bandung, Surabaja en Djakarta. Op de andere kant staan adresssen in Djakarta en Solong.

Het laatste adres is interessant, want hier zien we:

J. Beijerinck
R.K. Missie (Meisjes Internaat) 
Solong

Dit werpt een ander licht op de handtekening op pagina 21. Er lijken helaas geen directe koppelingen vindbaar tussen een J. Beijerlinck en de missie in Sorong (toen vaak gespeld als Solong), dus dit spoor loopt alsnog dood.

In Sorong bestond een rooms-katholieke missiepost met een meisjes­internaat, aanvankelijk geleid door de Missionarissen van het Heilig Hart (MSC) en later door de Franciscanessen van Veghel. Het was een van de eerste katholieke onderwijs­instellingen voor Papoea-meisjes in de Vogelkop-regio.

Een van de meest informatieve bronnen over de aanwezigheid van de Missionarissen van het Heilig Hart in de Vogelkop is de pagina Zeventig jaar Franciscanen in Papua. Daarin wordt beschreven dat de MSC vanaf het begin verantwoordelijk waren voor de katholieke missie in Sorong, Manokwari en langs de noordkust van de Vogelkop.

Een andere interessante bron is Met de Papoea’s samen op weg van Jan Boelaars MSC. Dit document behandelt de vroege missieposten in de Vogelkop, waaronder die van Sorong.

14 juni 2026

Poesiealbum Padang S.W.K., losse foto

Groepsfoto, Djakarta 1952
We naderen de laatste pagina’s van het poesiealbum en het geheel wordt wat minder overzichtelijk. Tussen pagina 22 en 23 is een losse foto gestoken: een groep lachende mensen poseert voor de camera. Op de achterkant van de foto vinden we de tekst:

Opgenomen te Djak 10‑11‑1952.
Kun je mij nog vinden?

‘Djak’ staat hier vrijwel zeker voor Djakarta. Het verwijst niet naar een plaats in Nieuw-Guinea of naar een andere stad op Java, en de afkorting wordt vaker gezien in fotoalbums (zoals we in dit album de afkorting ‘Bdg’ voor Bandoeng zagen). De vraag is of we Winny Baume nog kunnen vinden. Wie de foto van de paspoortaanvraag in het eerste artikel over dit poesiealbum erbij pakt, zal haar waarschijnlijk vrij snel herkennen.
Achterzijde van goepsfoto, Djakarta 1952, met handgeschreven tekst en ansichtkaartbedrukking
In die periode was Djakarta voor veel Indo’s een stad vol kansen en onzekerheden: niet gevaarlijk in de zin van een oorlogssituatie, maar wel politiek gespannen, sociaal veranderend en juridisch complex. Een plek waar de toekomst nog alle kanten op kon.

Poesiealbum Padang S.W.K., pagina 20 en 21

Twee pagina's an een poesiealbum. Op de rechterpagina alleen het woord ‘Gereserveerd’ en een handtekening.
Ook op deze pagina's van ons poesiealbum zien we rechtsboven alleen het woord Gereserveerd en een datum, in dit geval  Aug. ’51. Daaronder een handtekening. Deze keer is de handtekening wel iets beter leesbaar. De meest aannemelijke lezing lijkt te zijn: 

J. Beijerinck 

Dankzij voortschrijdend inzicht is inmiddels duidelijk dat Henri Baume, de vader van Winny Baume, destijds een bekende ondernemer was in Manokwari: hij was de eigenaar van Houtzagerij Baume, gevestigd bij Pasir Putih (Pasir Poetih) net buiten Manokwari. Zijn bedrijf speelde destijds een belangrijke rol bij de naoorlogse opbouw van de kolonie en het verslepen van boomstammen uit de jungle.
Pagina van een poesieaLBUM MET alleen het woord ‘Gereserveerd’ en een handtekening
Op basis van de beschikbare bronnen komen vooralsnog twee personen met de achternaam Beijerinck naar voren die mogelijk met deze handtekening in verband kunnen worden gebracht:

Ir. J. (Jan) Beijerinck – Houtvester en bosbouwkundige 
Omdat Henri Baume een grote commerciële houtzagerij runde, werkte hij geregeld nauw samen met de Dienst van het Boswezen.

J.L. Beijerinck – Bestuursambtenaar
Uit de archieven van die periode (en de interneringskaarten uit de Indische periode) komt ook een J.L. Beijerinck (geboren 14 juli 1900) naar voren die de overstap maakte naar het overbestuur. In het kleine, hechte netwerk van Nederlandse expats en Indische nieuwkomers in Manokwari rond 1951 bewogen de hogere bestuursambtenaren en ondernemers zich grotendeels binnen dezelfde sociale netwerken.

In de digitale archieven van de Universiteitsbibliotheek Leiden en het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde (KITLV) zijn originele historische foto's van Houtzagerij Baume uit exact deze periode (vroege jaren 1950) bewaard gebleven.

In het reisverslag Manokwari anno 2009 van reisschrijver en fotograaf Dennis Kloeth (die zelf als kind in Manokwari opgroeide) wordt expliciet stilgestaan bij de erfenis van de familie Baume.
Foto met bijschrift uit het reisverslag ‘Manokwari anno 2009’ van reisschrijver en fotograaf Dennis Kloeth

Update: De naam J. Beijerinck duikt ook op in een latere bron, waar deze persoon wordt geplaatst bij de R.K. Missie (meisjesinternaat) in Sorong, aan de noordwestkust van Nieuw-Guinea. Het is dus heel goed mogelijk dat de hele onderzoekslijn hierboven uiteindelijk onjuist is. Desalniettemin heb ik toch maar besloten deze informatie hier te laten staan, omdat de gebruikte bronnen en verwijzingen nog steeds van pas kunnen komen bij verder onderzoek.

Poesiealbum Padang S.W.K., pagina 18 en 19

Twee pagina's uit een poesiealbum. Op de pagina rechts alleen het woord ‘Gereserveerd’ en een handtekening
Op de volgende pagina's van ons album zien we iets vergelijkbaars als op pagina 16/17: bovenaan alleen het woord Gereserveerd en daaronder een handtekening. Helaas blijkt deze handtekening niet te ontcijferen.
Pagina van een poesiealbum met alleen het woord ‘Gereserveerd’ en een handtekening
Handtekening op geel papier

13 juni 2026

Poesiealbum Padang S.W.K., pagina 16 en 17

Op pagina 16 en 17 van ons album lijkt op het eerste gezicht niet veel te zien, totdat we wat beter kijken. Op pagina 17 staat bovenaan met potlood het woord Gereserveerd geschreven, met in een hoek de datum 15 Jan. 1951. Iets lager staat een handtekening.   
Wanneer we daarop inzoomen en de tijd nemen om het handschrift te bestuderen, blijkt het grootste deel van de naam te ontcijferen:

Romans van Schaik
Op de uitgebreide website weidema.net, die met name gericht is op de geschiedenis van Manokwari, vinden we een groepsfoto waarop de dame rechts wordt aangeduid als ‘juffrouw Romans van Schaik’. De naam is uiterst zeldzaam, waardoor het niet ondenkbaar is dat we hier een aanknopingspunt hebben gevonden. Uiteraard gelden de gebruikelijke voorbehouden die bij dit soort historisch onderzoek horen: honderd procent zekerheid is zelden haalbaar.

NB. Ik heb geprobeerd het e-mailadres van de beheerder van weidema.net te achterhalen om toestemming te vragen voor het gebruik van de foto, maar ik heb het adres niet kunnen vinden. Daarom heb ik de foto niet overgenomen en volsta ik met een screenshot van de betreffende webpagina, en noem ik de herkomst hier nogmaals.
‘juffrouw Brack, juffrouw Mac Mootry, pa R. juffrouw van Waardenburg, juffrouw Romans van Schaik’, foto afkomstig van weidema.net/Rob%20Rugebregt.html
In de database Gelijkstellingen, toepasselijkverklaringen en naturalisaties Nederlands-Indië en Indonesië → Naturalisaties & Gelijkstellingen vinden we tot slot nog een interessante vermelding van ‘Meta Maria Romans van Schaik’, geboren op 5 juli 1928 in Padang. De combinatie van een zeldzame achternaam, de geboorteplaats Padang en het relevante tijdvak biedt aanknopings­punten voor verdere speculatie. Maar het signaleren van deze informatie is eigenlijk al voldoende.
Screenshot van de database Gelijkstellingen, toepasselijkverklaringen en naturalisaties Nederlands-Indië en Indonesië > Naturalisaties en Gelijkstellingen met de vermelding van ‘Meta Maria Romans van Schaik’, geboren op 5 juli 1928 in Padang

Poesiealbum Padang S.W.K., pagina 14 en 15

We zien een pasfoto van een meisje, geplaatst in het midden van een grote, zorgvuldig met potlood getekende achtpuntige ster. Boven de foto staat de tekst: 

Kennismaking op de Banda op weg naar M’kwari
December 1950. Hardstikke zeeziek.

Rechts onder de foto staan de namen V.H. Schnepf en R. van Ligt vermeld. Beide namen zijn lastig te lezen dus mogelijk klopt dit niet helemaal.

Het ms. Banda van de Koninklijke Paketvaart-Maatschappij (KPM) voer rond december 1950 op vaste lijndiensten naar Nederlands-Nieuw-Guinea, met Manokwari als een van de reguliere aanloophavens.

De familie Schnepf bezat destijds een bekende lokale onderneming in Manokwari: de SCHNEPF Limonadefabriek. Over de familie Schnepf in Manokwari is helaas bijzonder weinig bekend. Nieuw-Guinea vormt in veel opzichten een blinde vlek binnen de Nederlandse koloniale archieven. De burgerlijke stand werd er pas in 1950 ingevoerd en veel documenten gingen verloren of werden vernietigd tijdens de overdracht aan Indonesië in 1962.

De naam R. van Ligt komt voor in een fragment van een personeelslijst uit het archief Nederlands Bestuur Nieuw-Guinea (1949‑1962; Nationaal Archief, 2.10.25.02), maar veel verder komen we vooralsnog niet.
Manokwari, Nederlands Nieuw-Guinea omstreeks 1957
Manokwari, Nederlands Nieuw-Guinea omstreeks 1957
Getekend door Frans Edaven Peereland
Via www.indoshop.nl

12 juni 2026

Poesiealbum Padang S.W.K., pagina 12 en 13

Pagina's uit een poesiealbum met een boodschap en foto van Eric (waarschijnlijk Eric Moojen)
Op pagina 13 van het album zien we een foto van een ernstig ogende jongeman met als begeleidende tekst:

Een kleine herinnering van Eric.
[handtekening]
Bandung 2 Dec 1950.

In de handtekening lijkt de naam Eric Moojen herkenbaar. Op pagina 6/7 zijn eerder enkele personen met deze achternaam aangetroffen. Via WieWasWie is een paspoortaanvraag van ‘Eric Willem Moojen’ (geboren 05‑08‑1932 in Bandung) terug te vinden, al is daarvan om privacyredenen geen scan beschikbaar. 

Op MyHeritage is te zien dat Eric Willem een zus had die Grace heette, wat de aanwijzingen voor een familierelatie versterkt. Op basis van krantenartikelen (hier en hier) kan worden geconcludeerd dat Eric naar Australië is geëmigreerd, waar hij in 2012 is overleden.     
Pagina uit een poesiealbum met een boodschap en foto van Eric (waarschijnlijk Eric Moojen)

Poesiealbum Padang S.W.K., pagina 10 en 11

Pagina's uit een poesiealbum met een boodschap en foto van een onbekend meisje
Op pagina 10 en 11 van het album vinden we een klein raadsel. We zien een foto van een Chinees of Indo-Chinees meisje met daarboven de tekst:

Klasgenote sinds September 1949 in C.L. 1B.
Later in 2B weer samen.
[onleesbaar]

Waarschijnlijk is deze toevoeging geschreven door Winny Baume zelf, net als de toevoeging op de vorige pagina. Onder de foto staat, in een ander handschrift – wellicht van de geportretteerde zelf:

Ter herinnering aan [onleesbaar].

De naam zou Toy Kwee kunnen zijn, maar volgens sommige lezers ook bijvoorbeeld Toy Kwes of Tay Swei. De romanisering van Chinese namen is notoir lastig. Anders dan de eigenaar van dit album hebben wij geen idee in welke richting we moeten zoeken. Vooralsnog beschouwen we deze pagina daarom als een doodlopend spoor. 
Pagina uit een poesiealbum met een boodschap en foto van een onbekend meisje