15 juni 2026

Poesiealbum Padang S.W.K., pagina 25

Ingeplakte gedroogde roos, de ‘laatste roos uit onze tuin in Bandung’

We zijn aangekomen bij de laatste pagina van ons poesiealbum en zien een ingeplakte gedroogde bloem met daaronder de tekst:

De laatste roos uit onze tuin in Bandung

De laatste regel lijkt een adres te bevatten. De afkorting 'Dj.' staat vrijwel zeker voor Djalan (straat). Hoewel de straatnaam niet volledig leesbaar is, zou de lezing 'Westhoff 25' goed passen bij het handschrift en bij de historische straatnaam Westhoffweg in Bandung.

We pakken het eerste blogartikel over dit poesiealbum er nog eens bij en bekijken de paspoortaanvraag van Winny Baume. En inderdaad: bij ‘Huidige vaste woonplaats en adres’ staat Westhoffweg 25, Bandung ingevuld. Hetzelfde geldt voor de paspoortaanvraag van haar moeder.

Zo is de cirkel voor dit poesiealbum rond. Winny blijkt het boekje niet alleen te hebben gebruikt als memento, maar ook als adresboekje en als plek om een foto en een gedroogde bloem te bewaren.

Er zijn zeker nog vragen. Mogelijk volgt er over enkele dagen of weken nog een blogartikel met wat conclusies of een korte epiloog. Maar voor nu is het boekje gesloten en veilig opgeborgen.

Mocht u menen de rechtmatige eigenaar van dit boekje te zijn, dan kunt u contact opnemen via een reactie onder een van de berichten in deze reeks.

Poesiealbum Padang S.W.K., pagina 22, 23 en 24

Pagina met handgeschreven adressen
In ons vorige artikeltje hadden we al gezien dat het laatste deel van ons poesiealbum wat onoverzichtelijker is dan de rest. Pagina 22 is leeg en niet gefotografeerd. De volgende bladzijde lijkt bewust uit het boekje gesneden of gescheurd om te gebruiken als adreslijstje.
Pagina met handgeschreven adressen
Op de ene kant van het papier zien we adressen in Bandung, Surabaja en Djakarta. Op de andere kant staan adresssen in Djakarta en Solong.

Het laatste adres is interessant, want hier zien we:

J. Beijerinck
R.K. Missie (Meisjes Internaat) 
Solong

Dit werpt een ander licht op de handtekening op pagina 21. Er lijken helaas geen directe koppelingen vindbaar tussen een J. Beijerlinck en de missie in Sorong (toen vaak gespeld als Solong), dus dit spoor loopt alsnog dood.

In Sorong bestond een rooms-katholieke missiepost met een meisjes­internaat, aanvankelijk geleid door de Missionarissen van het Heilig Hart (MSC) en later door de Franciscanessen van Veghel. Het was een van de eerste katholieke onderwijs­instellingen voor Papoea-meisjes in de Vogelkop-regio.

Een van de meest informatieve bronnen over de aanwezigheid van de Missionarissen van het Heilig Hart in de Vogelkop is de pagina Zeventig jaar Franciscanen in Papua. Daarin wordt beschreven dat de MSC vanaf het begin verantwoordelijk waren voor de katholieke missie in Sorong, Manokwari en langs de noordkust van de Vogelkop.

Een andere interessante bron is Met de Papoea’s samen op weg van Jan Boelaars MSC. Dit document behandelt de vroege missieposten in de Vogelkop, waaronder die van Sorong.