Posts tonen met het label Het krot dat geheugen heet. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Het krot dat geheugen heet. Alle posts tonen

21 februari 2024

Fantasmagorieën

Duinstraat, Scheveningen, februari 2024
In de categorie recente koortsdromen hebben we ook nog de volgende locatie in de aanbieding: de Duinstraat op Scheveningen. Ik ben hier als jonge jongen wel af en toe geweest maar ook hier geen idee waarom zo’n plek ineens opduikt in een hardnekkige droom terwijl er daarvoor geen trigger lijkt te zijn. Maar goed, ik was in de buurt en als rechtgeaarde schimmenjager heb ik ook van deze plek wat foto’s gemaakt waarop vervolgens ook niks bijzonders te zien is. Wat een verrassing. Maar ja, waar zouden we zijn zonder thètagolven, nietwaar? Niet in de Duinstraat in elk geval.
Duinstraat, Scheveningen, februari 2024
Duinstraat, Scheveningen, februari 2024
Inderdaad, sommige van deze foto’s zouden waarschijnlijk nooit zijn gemaakt door wie dan ook als ik in januari geen griep had gehad. Ik kan me daar wel iets bij voorstellen.
Duinstraat, Scheveningen, februari 2024
Duinstraat, Scheveningen, februari 2024
Duinstraat, Scheveningen, februari 2024

18 februari 2024

De wankele tijd (2)

Mackaystraat Den Haag - 1995
Als vervolg op een eerdere post
De Haagse Mackaystraat anno 1995 ↑ versus de situatie in 2024 ↓. 

Here be feverish madness.
Mackaystraat Den Haag - 1995
Bron foto 1.

29 januari 2024

De wankele tijd

Op de vleugels van koortsdromen kom je op de vreemdste plaatsen. Zoals deze, de Mackaystraat in Den Haag, het moet ergens tussen 1965 en 1975 geweest zijn. Ik weet dat ik er toen geweest ben en ik weet dat mijn ouders me daar liever niet zagen. Inmiddels is de omgeving op een ongekende manier veranderd, zie de screenshot helemaal onderin of anders hier

Toentertijd was het een mysterieuze plek, een doodlopende straat met daarachter in alle richtingen een soort niemandsland. Als je er niets te zoeken had, kwam je er ook niet. Waarom ik nu, meer dan een halve eeuw later, van deze plek droom terwijl ik inmiddels al decennialang aan de andere kant van het land woon, is me een raadsel. En het was een koortsdroom van het kaliber: ik blijf deze hele nacht hangen, ik kleur de daaropvolgende dag en de volgende nacht help ik je nog steeds herinneren. Uitermate bizar.
Mackaystraat (links) en halte Loosduinseweg van tramlijn 11 richting Scheveningen, foto door Dienst Ruimtelijke en Economische Ontwikkeling
Mackaystraat 2B-40, foto door Dienst voor de Stadsontwikkeling
Trambaan van lijn 11, met links de Mackaystraat, foto door W. Kruyt
Loosduinseweg, afbraakterrein van de gasmeterfabriek Wilson, gezien van het dak van het Gemeentelijk Administratiekantoor, Loosduinseweg 13-17 (telelens). De drie huizen links liggen aan de Tripstraat; op de achtergrond de Mackaystraat, foto door P.G. kempff
De foto’s hierboven zijn afkomstig van het Haags Gemeentearchief. Daar vind je nog meer foto’s van deze plek, maar helaas geen downloadbare plaatjes uit de laten jaren zestig, de periode dat ik hier waarschijnlijk wel eens geweest ben. Vraag me niet waarom of wanneer dat precies was, mijn geheugen uit die tijd is notoir slecht. Het plaatje hieronder is een uitgeknipt detail uit foto 3 hierboven. Ik heb de man uitgeknipt omdat hij een soort kenmerkende verzonken pose heeft, iets wat je voor mijn gevoel toen zag en tegenwoordig niet meer. De screenshot helemaal onderin is van Google Street View. Ik heb op die plek behalve oude geesten niets meer te zoeken denk ik, maar toch, als ik weer eens in de buurt ben, zal ik een recent plaatje schieten voor de gemoedsrust.

15 oktober 2019

Gebaande paden

Toen ik op de Delftselaan woonde, heb ik voor de eerste keer In de ban van de ring gelezen. Ik zal zo’n vijftien jaar zijn geweest. Het boek heeft toentertijd grote indruk op me gemaakt, er kwam een hele laag gefingeerde geschiedenis over de wereld te liggen. Ik ging bomen, mensen en landschappen anders bekijken en korte tijd was de wereld een magische plek. Rond mijn zeventiende, achttiende jaar heb ik het nog eens van voor naar achter gelezen. Alle bekende personages waren inmiddels in mijn hoofd gestold, zoals dat gaat als je een boek leest. Toen de film The Lord of the Rings: The Fellowship of the Ring in 2001 uitkwam, was ik natuurlijk erg nieuwsgierig, en net als veel mensen die het boek daadwerkelijk gelezen hebben, was ik behoorlijk teleurgesteld en geïrriteerd. Geen enkel personage leek op wat ik in mijn hoofd had. Mijn Gandalf zag er anders uit, mijn Stapper was veel mysterieuzer, mijn Frodo was geen irritant neurootje. Mijn enten zagen er niet uit als CGI’s, mijn elfen gedroegen zich niet als gedrilde Vulcan-mariniers. Het verhaal was spektakel geworden. Later ben ik de films wel als eigen uiting gaan zien en ik kan er nu wel me iets van plezier naar kijken, maar het hele gebeuren is als een nieuwe laag, bovenop het boek gekomen.
Je kunt natuurlijk stellen dat zo’n film een heel ander medium is en dat je die dus los van het boek moet zien, maar de film heeft mijn perceptie van het boek onherstelbaar veranderd (net zoals de bewerkingen van Tiësto bijvoorbeeld het Adagio for Strings voor me heeft veranderd). Je kunt het ene niet los zien van het andere. Het wrange is dat er hele volksstammen zijn voor wie The Lord of the Rings de eerste kennismaking is met, hoe heet-ie ook weer, Tolkien.

Nagenoeg alles wat er de afgelopen paar honderd jaar is bedacht, is de laatste paar decennia door de blender gegaan en als nieuw uitgebracht. Who needs Talk Talk als je Gwen Stefani hebt? Robbie Williams? Natuurlijk. Nancy Sinatra? Nooit van gehoord. Zo is er een compleet nieuwe laag aan gerecylede content ontstaan die de oorspronkelijke laag netjes afdekt.

(Het krot dat geheugen heet)



09 oktober 2019

Zandmotor

In de jaren zestig en zeventig gingen we veel naar het strand, het zogenaamde stille strand ter hoogte van Duindorp. Voor mijn gevoel heb ik hele zomers aan het strand doorgebracht. Een enkele keer maakten we ook een flinke wandeling, bijvoorbeeld naar Kijkduin of zelfs naar Ter Heijde (hoewel we dat zelf ‘naar Monster lopen’ noemden). Voorheen kon dat laatste in een rechte lijn, maar dat is tegenwoordig wel anders. Iets ten zuiden van Kijkduin ligt daar nu namelijk de zandmotor, een 'kunstmatige zandbank in de vorm van een schiereiland' zoals het op Wikipedia genoemd wordt. Even naar Ter Heijde lopen zit er nu niet meer in, je moet een specifieke route nemen anders loopt je jezelf klem.
Net als bijna alles aan de Hollandse kust levert de zandmotor fraaie plaatjes op.
Bij de zandmotor, zicht op de argusmast, Kijkduin. Foto april 2019 door Robert van der Kroft
Bij de zandmotor, Kijkduin. Foto april 2019 door Robert van der Kroft
Bij de zandmotor, Kijkduin. Foto april 2019 door Robert van der Kroft
Er zijn hier allerlei ontwikkelingen gaande natuurlijk, maar een van de dingen die mij opvielen, was dat het ‘harde’ zand ten noorden van de zandmotor helemaal niet hard is. Je kunt zo een eind wegzakken, wat best lastig is als je je schoenen hebt aangehouden. Hoe dit ten zuiden van de zandbank is heb ik nog niet kunnen bekijken.
Zacht hard zand bij de zandmotor, Kijkduin. Foto april 2019 door Robert van der Kroft
Het is lastig om mistroostig terug te kijken in de trant van “Vroeger kon je” als er zoiets fraais voor in de plaats is gekomen. Toch is ook hier de continuïteit weggenomen als gevolg van een grootschalig project en er zullen ongetwijfeld mensen zijn die er niet blij mee zijn. Waar vroeger “We kunnen wel zo lopen” gangbaar was, is het nieuwe normaal nu “Ik ben hier een paar jaar niet geweest dus het zal allemaal veranderd zijn.”

(Het krot dat geheugen heet)



Het krot dat geheugen heet (lijstwerk)

“Iedere waarneming, iedere gewaarwording is in wezen subjectief” – Frederik van Eeden

De Haagse Schilderswijk en de Transvaalbuurt zijn gebouwd aan het einde van de negentiende, begin twintigste eeuw. De Delftselaan is een brede laan die aan het ene uiteinde (richting centrum) uitkomt op het Vaillantplein en aan de andere kant (richting Transvaal) uitmondt in de Paul Krugerlaan. Op Wikipedia vind je de volgende info over de wijk: “Van de oorspronkelijke bebouwing is inmiddels niet veel meer over. Vanaf de jaren zeventig van de 20e eeuw zijn veel oorspronkelijke woningen gesloopt en vervangen door nieuwbouw in het kader van stadsvernieuwing.” Goed, dit soort droge kost is even nodig om een soort raamwerk te bieden voor wat volgt.

Ik zit in bad. Ik weet niet hoe oud ik ben, dat soort dingen gaat nog volledig langs me heen. Het water koelt af maar mijn moeder kookt water in een ketel en af en toe giet ze voorzichtig heet water bij in de zinken teil. Nu is het water weer lekker warm, ik plas van plezier. Niemand vertelt me dat dat niet mag. Ik doe dat vaker. Op een keer zag ik zelfs een keer een keutel tussen mijn benen door naar boven drijven. Toen vertelde mijn moeder wel dat ik dat niet moest doen. Jammer.

Aan de Delftselaan was het goed opgroeien in de jaren zestig. Hier heb ik leren lopen, eerst met zo’n enorm wandelrek om m’n heupen – kan ik me niet herinneren maar er zijn foto’s – en later zonder hulpmiddelen. Ik fietste al vroeg, al is mijn eerste fietsje al snel gestolen. Geen idee of dat mijn schuld was, dat kan ik me ook niet goed herinneren. Ik kan me sowieso niet veel herinneren. Als ik probeer terug te gaan in mijn geheugen wordt alles steeds waziger. Pas vanaf mijn vijftiende komt er een soort lijn in mijn herinneringen, daarvóór zijn het flarden en brokstukken. Ik heb ook geen chronologisch geheugen. Mijn collega en zakenpartner kan me meteen kan vertellen in welk jaar we ook weer voor het eerst naar de VS zijn geweest om daar te werken, en ook nog op wat voor dag we daar aankwamen. Dat vind ik wonderbaarlijk. Voor mij liggen herinneringen uit 2015 in dezelfde doos als die van 2005, ongeordend. En alles van vóór 1975 zit niet eens in een doos maar slingert los rond. Op basis van zo’n bende is het onmogelijk een tijdlijn op te zetten.

Ik ben bij een vriendje uit de klas thuis, in de Brandtstraat. Hij heeft een heleboel van die heel kleine speelgoedsoldaatjes, tientallen, misschien wel honderden. Dat zou ik ook wel willen. Als hij bezig is, steek ik stiekem één minisoldaatje in mijn broekzak. Ik heb er direct spijt van. Even later ga ik naar de wc, en als ik terug door de gang naar zijn kamertje loop, haal ik het soldaatje uit mijn zak en laat ik het zo stiekem mogelijk ergens in de gang op de grond vallen. Ik zal acht of negen jaar zijn geweest. Nu, vijftig jaar later vind ik kleine speelgoedsoldaatjes nog steeds leuk, maar ik heb ze nooit zelf gehad.

Er is de laatste jaren veel te doen geweest over de Schilderswijk en Transvaalbuurt. Er is ook ongekend veel veranderd in het ‘grootste stadsvernieuwingsgebied van Europa’ (zie Conflicten over Haagse stadsbeelden, Van Willemspark tot Spuiforum, pagina 544). Hele blokken zijn platgewalst en op de plek van de oude gebouwen zijn een soort woonkazernes 2.0 verrezen. Voor iemand die er is opgegroeid en er vervolgens niet al te vaak meer is geweest, is het een vreemde gewaarwording. Het doet denken aan een stukje uit The Fifth Elephant van Terry Pratchet.
“This, milord, is my family’s axe. We have owned it for almost nine hundred years, see. Of course, sometimes it needed a new blade. And sometimes it has required a new handle, new designs on the metalwork, a little refreshing of the ornamentation . . . but is this not the nine-hundred-year-old axe of my family?”

Het stratenplan lijkt min of meer ongewijzigd, maar wie nu op de Delftselaan staat, ziet aan één kant een hele rij nieuwbouw, terwijl aan de andere kant hier en daar nog een blok oude huizen staat. Het blok waar ik gewoond heb, tussen de De Vliegerstraat en de Bakhuizenstraat, is vernieuwd. Het blok daarnaast richting centrum, waar ooit de grote bakkerij van Coop de Volharding stond, was al eerder gesloopt. Het koffiehuis waar wij boven woonden is verdwenen. Van de garage met benzinepompen voor de deur geen spoor, behalve misschien in de bodem onder de vernieuwde stoep.

Delftselaan, circa 1981
Foto: Gemeentearchief Den Haag

In de periode dat ik opgroeide, was de Delftselaan natuurlijk al behoorlijk veranderd ten opzichte van de beginjaren van de laan. Op de site van het Haags Gemeentearchief zijn twee oude prentbriefkaarten van de ‘Delftsche Laan’ van rond 1910 vinden. Geen auto te bekennen. Op een van de kaarten zie je voor een heel blok één enkele kar staan, op de andere, mogelijk genomen vóór De Volharding, zie je een enorm brede laan met voetgangers en spelende kinderen midden op straat. Ook hier herken je nog iets van de gebouwen en de sfeer maar je krijgt hetzelfde vreemde gevoel dat het toch niet helemaal jouw straat is. Zo zitten je herinneringen gevangen in een soort vast tijdblok waarin alles wél lijkt te kloppen. Ervóór is raar, erna is ook raar. Alleen is erna extra raar omdat je dan niet alleen afhankelijk bent van foto’s of ansichtkaarten maar gewoon door het herschapen stadsbeeld heen kunt lopen.

Kokkie en ik zijn naar de haven gefietst. Dat is een flink eind maar de route ernaartoe en de haven zelf zijn bekend terrein. Bij de haven klimmen we het verroeste trapje van het oude havenhoofd af om beneden te kijken. We zijn allebei nieuwsgierig en zijn uren zoet.
Nieuwe trap, zelfde uitzicht (foto 2019)

Terug bij het kleine stukje strand aan het begin van het zuidelijk havenhoofd vinden we een grote zilvermeeuw die onder de olie zit. Het beest leeft nog. We zijn geen van beide zo stoer dat we de vogel zijn nek omdraaien maar we moeten wel iets doen. Verderop ligt een oude plastic zak. We stoppen een paar stenen in de zak, pakken met z’n tweeën de meeuw beet en stoppen hem in de zak. Hij stribbelt haast niet tegen. We lopen zo’n honderd meter naar de rand van de haven en laten de tas in het water vallen. Het duurt veel te lang voordat alle lucht eruit is en de tas zinkt.

We fietsen naar huis. Kok gaat naar boven, zijn voordeur staat haaks op de onze in het portiek, en ik trek onze deur open aan het touwtje dat uit de brievenbus hangt. Mijn vader staat bij de kapstok. Hij stormt de twee treden van het trapje achter de voordeur af, gaat voor me staan en geeft me met de vlakke hand een pets in mijn gezicht. Later begrijp ik dat Kok en ik uren langer weg zijn geweest dan we dachten en dat onze ouders vreselijk ongerust waren. Het is de enige keer dat mijn vader me slaat. Ik ben ergens tussen de tien en twaalf jaar oud. Geloof ik.


(Het krot dat geheugen heet)

04 oktober 2019

Teruggewonnen beeld, onvast

In mijn jeugd ben ik hier wel langs gelopen. Mijn zus, die zeven jaar ouder is, heeft hier vlakbij op school gezeten. Als ik met de buurjongens vanaf de Delftselaan naar de duinen of de haven fietste, kwamen we hier ook wel eens langs. In de jaren tachtig heb ik hier zelfs vlakbij gewoond. Toen mijn kat was weggelopen tijdens een stormavond heb ik ook hier bij de brug en langs het water gezocht.
Stenen beeld van vrouw en twee kinderen, Dirk Wolbers fec 1937, Laan van Meerdervoort (Conradbrug), Den Haag
Toch was ik het beeld 35 jaar later totaal vergeten. Als je naar een andere plek verhuist, raken veel details gewoon zoek. En dan ben je daar weer en dan zie je en je denkt, oh ja! Je neemt een foto. Overbelicht? Niet goed ontwikkeld? Net als veel in het hoofd alleen na flink wat kunstgrepen goed genoeg om met anderen te te delen. Misschien toch goed zo.

(Het krot dat geheugen heet)