Front page of the journal Pourquoi Pas ?, 15 July 1960.
NAB, Papers Ernest Glinne, box 5.
Via: Archives I Presume? > Belgium 75 years in Central Africa > The failing model colony
Traces of a colonial past in the State Archives
Posts tonen met het label Kongo. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Kongo. Alle posts tonen
10 oktober 2017
Scarification designs, Congo, ca. 1900-1915
Scarification designs, Congo, ca. 1900-1915
Black and white lantern slide showing a Congolese man with designs made on his face through the process of scarification. Throughout Africa, flat and raised scars were used on the skin in often geometric designs as a form of body modification that reflected life stages, ethnic belonging, a form of enhancing beauty or a test of endurance. The raised scars pictured were probably made by raising skin with a tool and then slicing it with a blade, after which the healing process would be controlled to form the desired shape. The Congo had some of the most intricate scarification designs in Africa, particularly amongst women. For men, scarification was often a sign of endurance and suitability for the battle field. The Tabwa and Luba Bantu-speaking people in the Congo practised scarification. The Tabwa people's philosophy was based on duality, and geometric, symmetrical scarification designs reflected this. Scarification amongst the Luba people was made up of different shapes which, when combined in different ways, created different meanings. Through scarification, meaning is invested in the body thus preserving cultural memory. This slide comes from a collection generated by missionaries working for the Congo Balolo Mission, a mission begun in 1889 under the supervision of the East London Training Institute for Home and Foreign Missions that developed into the interdenominational evangelical mission Regions Beyond Missionary Union after 1900.
Subject (corporate name): Congo Balolo Mission
Coverage date: 1900/1915
Photographer: Unknown
Publisher (of the digital version): University of Southern California. Libraries
Part of collection: International Mission Photography Archive, ca.1860-ca.1960
Part of subcollection: Photographs from the Centre for the Study of World Christianity, University of Edinburgh, U.K., ca.1900-ca.1940s
Black and white lantern slide showing a Congolese man with designs made on his face through the process of scarification. Throughout Africa, flat and raised scars were used on the skin in often geometric designs as a form of body modification that reflected life stages, ethnic belonging, a form of enhancing beauty or a test of endurance. The raised scars pictured were probably made by raising skin with a tool and then slicing it with a blade, after which the healing process would be controlled to form the desired shape. The Congo had some of the most intricate scarification designs in Africa, particularly amongst women. For men, scarification was often a sign of endurance and suitability for the battle field. The Tabwa and Luba Bantu-speaking people in the Congo practised scarification. The Tabwa people's philosophy was based on duality, and geometric, symmetrical scarification designs reflected this. Scarification amongst the Luba people was made up of different shapes which, when combined in different ways, created different meanings. Through scarification, meaning is invested in the body thus preserving cultural memory. This slide comes from a collection generated by missionaries working for the Congo Balolo Mission, a mission begun in 1889 under the supervision of the East London Training Institute for Home and Foreign Missions that developed into the interdenominational evangelical mission Regions Beyond Missionary Union after 1900.
Subject (corporate name): Congo Balolo Mission
Coverage date: 1900/1915
Photographer: Unknown
Publisher (of the digital version): University of Southern California. Libraries
Part of collection: International Mission Photography Archive, ca.1860-ca.1960
Part of subcollection: Photographs from the Centre for the Study of World Christianity, University of Edinburgh, U.K., ca.1900-ca.1940s
Labels:
Congo,
fotografie,
geschiedenis,
Kongo
04 oktober 2017
De zwarte kost
“Het sloeg juist elf, die zondagmorgen, en in de enkele straat van het dorpje was alles stil en vreedzaam, toen, in een plotselinge opschudding, van huis tot huis de deuren openvlogen, en de bewoners met uitroepingen van verbazing op hun dorpels kwamen.
Er moest voorwaar geen gewichtige gebeurtenis in het rustig Akspoele plaatsgrijpen, om er terstond de lieden op de straat te lokken: de enkele voorbijtocht van een ongewoon rijtuig of de verschijning van een onbekende waren daartoe ruim voldoende. Doch ditmaal gold het iets zó buitengewoon ontzettends, dat het er terstond als een klein oproer werd.
Dáár, aan het uiteinde van de straat, komend in het dorp langs de weg van het station Bavel, naderde met rasse tred, vergezeld van een joelende bende knapen en meisjes, een groep van drie personen.
Hij, die in het midden liep, werd dadelijk herkend. Het was Massijn, Fortuné Massijn, de klerk van notaris Potvlieghe. Maar of de twee anderen mensen of dieren waren, dat konden de stomverbaasde dorpelingen nog niet bevestigen.
Zij hadden de gestalte en de lichaamsvormen van twee magere, te vroeg opgeschoten vijftienjarige knapen. Beiden droegen een zwartfluwelen pak, met korte broek en koperen knopen op het wambuis; beiden hadden lange rode kousen aan, en op het hoofd een zonderlinge rode pet, met zwarte, schuins afhangende kwast. Doch wat volstrekt op niets menselijks meer leek was hun gezicht: een glimmend-zwarte, monsterlelijke tronie met vervaarlijke ogen en vingerdikke lippen; en hun handen: afschuwelijke handen, zwart, lang en mager gelijk beestenklauwen. Een soort van zwarte, dicht-kroezende wol bedekte hun slapen; en door hun oorlellen staken overgrote koperen ringen, woest schitterend in de ochtend-zonneglans.”
Zo begint De zwarte kost van Cyriel Buysse. Laten we in deze tijd van zwartepietendiscussies, lange tenen en korte lonten wel even vooropstellen dat de tekst satirisch bedoeld is. In de studie In black and white: a bird's eye overview of flemish prose on the Congo lezen we:
“In De zwarte kost the whites are the targets of Buysse's fierce criticism, some because of their narrow-mindedness, hypocrisy, short-sightedness, bigotry and ignorance, others because of their naivety and megalomania. Western civilization is not worth its name. The whites are the real barbarians; they can offer the Congo nothing but misery and hardship. Buysse denounces the colonial propaganda, which plays on the exotic appeal of the Congo, the prospect of a life of adventure and the ideal of bringing Western civilization to a backward continent. The motives of the colonizers are unmasked: they are driven by self-glorification or base instincts and not at all by humanitarian concerns.”
En in de lezenswaardige tekst Mededelingen van het Cyriel Buysse Genootschap 24 (De dierlijke beschaving - Hoe een Afrikabeeld het Westen typeert in De zwarte kost van Cyriel Buysse door Sofie Couwenbergh) lezen we het volgende.
“Zij lijken ‘op niets menselijks meer’, en hun handen zijn ‘gelijk beestenklauwen’. Zo worden Badoe en Soera, twee Congolese prinsen die op bezoek zijn in België, beschreven in De zwarte kost. Deze typeringen komen voor op de eerste bladzijde van het verhaal, dat in 1898 bij Van Holkema & Warendorf verscheen, en sluiten onmiskenbaar aan bij een wijd verbreid stereotype over de niet-westerse mens.”
Moeder Augusta Beaucarne en dochter Madeleine Buysse poseren met twee zwarte jongens, Prosper en Michel, op een van de vele wereldtentoonstellingen uit die tijd. (bron)
Na het innemen van al deze voorinformatie is het de hoogste tijd om massaal De zwarte kost te gaan lezen. Het boek is nog geen zeventig pagina’s dik en op verschillende plekken gratis te vinden, onder andere als gratis download via Amazon en in iBooks. In de versie van deze twee aanbieders is de voornaam van de schrijver ineens Cyriël geworden (als je gaat zoeken, zie je deze spelling overigens vaker, vooral op Engelstalige sites), maar dat mag de pret niet drukken.
Cyriel Buysse op Wikipedia
Cyriel Buysse Genootschap
Liberaal Archief - Iconografie Cyriel Buysse
Alles over Cyriel Buysse (Knack)
Er moest voorwaar geen gewichtige gebeurtenis in het rustig Akspoele plaatsgrijpen, om er terstond de lieden op de straat te lokken: de enkele voorbijtocht van een ongewoon rijtuig of de verschijning van een onbekende waren daartoe ruim voldoende. Doch ditmaal gold het iets zó buitengewoon ontzettends, dat het er terstond als een klein oproer werd.
Dáár, aan het uiteinde van de straat, komend in het dorp langs de weg van het station Bavel, naderde met rasse tred, vergezeld van een joelende bende knapen en meisjes, een groep van drie personen.
Hij, die in het midden liep, werd dadelijk herkend. Het was Massijn, Fortuné Massijn, de klerk van notaris Potvlieghe. Maar of de twee anderen mensen of dieren waren, dat konden de stomverbaasde dorpelingen nog niet bevestigen.
Zij hadden de gestalte en de lichaamsvormen van twee magere, te vroeg opgeschoten vijftienjarige knapen. Beiden droegen een zwartfluwelen pak, met korte broek en koperen knopen op het wambuis; beiden hadden lange rode kousen aan, en op het hoofd een zonderlinge rode pet, met zwarte, schuins afhangende kwast. Doch wat volstrekt op niets menselijks meer leek was hun gezicht: een glimmend-zwarte, monsterlelijke tronie met vervaarlijke ogen en vingerdikke lippen; en hun handen: afschuwelijke handen, zwart, lang en mager gelijk beestenklauwen. Een soort van zwarte, dicht-kroezende wol bedekte hun slapen; en door hun oorlellen staken overgrote koperen ringen, woest schitterend in de ochtend-zonneglans.”
Zo begint De zwarte kost van Cyriel Buysse. Laten we in deze tijd van zwartepietendiscussies, lange tenen en korte lonten wel even vooropstellen dat de tekst satirisch bedoeld is. In de studie In black and white: a bird's eye overview of flemish prose on the Congo lezen we:
“In De zwarte kost the whites are the targets of Buysse's fierce criticism, some because of their narrow-mindedness, hypocrisy, short-sightedness, bigotry and ignorance, others because of their naivety and megalomania. Western civilization is not worth its name. The whites are the real barbarians; they can offer the Congo nothing but misery and hardship. Buysse denounces the colonial propaganda, which plays on the exotic appeal of the Congo, the prospect of a life of adventure and the ideal of bringing Western civilization to a backward continent. The motives of the colonizers are unmasked: they are driven by self-glorification or base instincts and not at all by humanitarian concerns.”
En in de lezenswaardige tekst Mededelingen van het Cyriel Buysse Genootschap 24 (De dierlijke beschaving - Hoe een Afrikabeeld het Westen typeert in De zwarte kost van Cyriel Buysse door Sofie Couwenbergh) lezen we het volgende.
“Zij lijken ‘op niets menselijks meer’, en hun handen zijn ‘gelijk beestenklauwen’. Zo worden Badoe en Soera, twee Congolese prinsen die op bezoek zijn in België, beschreven in De zwarte kost. Deze typeringen komen voor op de eerste bladzijde van het verhaal, dat in 1898 bij Van Holkema & Warendorf verscheen, en sluiten onmiskenbaar aan bij een wijd verbreid stereotype over de niet-westerse mens.”
Na het innemen van al deze voorinformatie is het de hoogste tijd om massaal De zwarte kost te gaan lezen. Het boek is nog geen zeventig pagina’s dik en op verschillende plekken gratis te vinden, onder andere als gratis download via Amazon en in iBooks. In de versie van deze twee aanbieders is de voornaam van de schrijver ineens Cyriël geworden (als je gaat zoeken, zie je deze spelling overigens vaker, vooral op Engelstalige sites), maar dat mag de pret niet drukken.
Cyriel Buysse op Wikipedia
Cyriel Buysse Genootschap
Liberaal Archief - Iconografie Cyriel Buysse
Alles over Cyriel Buysse (Knack)
Labels:
Amazon,
België,
Congo,
Cyriel Buysse,
Cyriel Buysse Genootschap,
iBooks,
Kongo,
literatuur
Abonneren op:
Posts (Atom)


