Posts tonen met het label Lochem. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Lochem. Alle posts tonen

11 februari 2026

Album 1938–1943, pagina 21

Album 1938–1943, pagina 21: de zomer van 1943
Album 1938–1943, pagina 21: de zomer van 1943

De Duivelsberg, Lochem, Rotterdam, Nijmegen, Arnhem, Apeldoorn. Reizen leek niet echt een probleem te zijn in de zomer van 1943.

Konden mensen in 1943 vrij reizen binnen Nederland?
Ja, voor het grootste deel van de bevolking kon dat nog. Er waren wél beperkingen, maar daarbij ging het met name om Joodse Nederlanders (strenge verblijfs- en reisbeperkingen), woon­wagen­bewoners/Sinti en Roma (trekverbod vanaf 1 juli 1943), mensen die onder verdenking stonden of gezocht werden, en reizen naar het buitenland (sterk beperkt). 

Voor de rest van de bevolking gold dat reizen binnen Nederland was toegestaan, maar praktisch moeilijker. De treinen reden nog, maar minder frequent. Dat verklaart het reizen per boot en fiets waarover gesproken wordt in het lange bijschrift rechtsonder op deze pagina. In de zomer van 1943 was het weer bovendien goed – dat bleek al uit alle zomerse foto’s die we gezien hebben – en veel jongeren maakten juist toen meerdaagse fietstochten door Nederland, omdat dat nog wél kon.

Hoewel reizen mocht, waren er wel praktische hindernissen. Denk aan distributie en schaarste (eten meenemen was lastig door bonnen). Overnachten kon bovendien vaak alleen bij familie, kennissen of op boerderijen (ook dat zien we in ons bijschrift).

Daarnaast was er in 1943 geregeld sprake van luchtalarm en bombardementen, met name in Rotterdam, Amsterdam, Haarlem en Enschede (bron). 

Samengevat: mensen konden in 1943 nog vrij reizen binnen Nederland. Het was lastiger, maar niet verboden.


20 december 2012

Zutphenseweg, Lochem

(Foto december 2012)

Website Joods Historisch Museum:


Uit een schuldbrief uit 1332 valt op te maken dat er omstreeks dat jaar joodse geldschieters actief waren in Lochem en omstreken. In 1665 wordt melding gemaakt van een joodse inwoner die zich tot het christendom bekeerde.
In de achttiende eeuw vestigden zich enige joodse gezinnen blijvend in Lochem. De gezinshoofden hielden zich bezig met beroepen als houder van de Bank van Lening, vleeshouwer, glazenmaker en houder van het pandjeshuis. Arme joden mochten zich er niet vestigen.

Vanaf het laatste kwartaal van de achttiende eeuw bestond in Lochem een georganiseerde joodse gemeente die aanvankelijk voor de godsdienstoefeningen gebruikmaakte van een privé-woning. In 1785 werd een pand aan het Hoogestraatje, in de buurt van 't Ei aangekocht en ingericht als synagoge. In hetzelfde jaar keurde de stadsraad de statuten van de joodse gemeente goed en werd een begraafplaats gekocht naast de synagoge. Deze begraafplaats is tot 1848 in gebruik geweest. In dat jaar werd een nieuwe begraafplaats aan de Zutphenseweg aangekocht.

In de negentiende eeuw groeide de joodse gemeente. Aanvankelijk gingen de kinderen naar de openbare school en kregen zij joodse les van hun ouders. Toen in 1865 een nieuwe, grotere synagoge werd ingewijd aan de Westwal, werd daar tevens een leslokaal en een woning voor de godsdienstonderwijzer in gebruik genomen. Ook de voormalige synagoge werd gebruikt als klaslokaal.
Naast het kerkbestuur en de kerkenraad waren in Lochem een penningmeester voor het Heilige Land en een Armbestuur actief. Verscheidene genootschappen hielden bezig met studie van Tora en Talmoed, begrafeniswezen en onderhoud van de synagoge. Er was tevens een vrouwengenootschap en een jongerenvereniging.

Rond 1900 had de joodse gemeente van Lochem haar grootste omvang bereikt; in de loop van de dertiger jaren van de twintigste eeuw begon het aantal leden af te nemen. Tijdens de Duitse bezetting vond in Lochem in 1941 de eerste razzia plaats, waarbij enige mannen opgepakt werden. Het merendeel van de Lochemse joden is in 1942 en 1943 gedeporteerd en vermoord. Een klein aantal kwam terug uit de kampen of wist door onder te duiken te overleven.

De synagoge is gedurende de bezetting ongeschonden gebleven en is na de oorlog verkocht aan de plaatselijke overheid. Het gebouw werd gerestaureerd en is sinds 1993 in gebruik als cultureel centrum. Een gedenksteen aan de buitenmuur houdt de nagedachtenis aan de omgebrachte joodse medeburgers in herinnering.

In 1947 is de joodse gemeente van Lochem bij die van Borculo gevoegd. Na de opheffing van Borculo vond een samengaan met Deventer plaats. De joodse begraafplaats uit de achttiende eeuw is geruimd; de plaatselijke overheid onderhoudt de begraafplaats aan de Zutphenseweg. In 2003 hebben vrijwilligers van Stichting Boete en Verzoening de grafstenen op de joodse begraafplaats opgeknapt.

Aantal joden in Lochem en omgeving:
1809 63
1840 56
1869 130
1899 149
1930 125