29 juli 2026
15 juli 2026
30 juni 2026
25 juni 2026
Daarheen en weer terug
In Nieuw-Guinea bleef een groep uit handen van het Japanse leger . Onder leiding van Willemsz Geeroms en Kokkelink overleefden ze in de bossen. Het grootste deel van de groep kwam om. Men bewaarde de hele oorlog door de Nederlandse vlag en schonken het aan Koningin Wilhelmina die Museum Bronbeek een betere bewaarplaats vond.
[...] Ik realiseerde mij plotseling hoeveel jonge mannen we hadden verloren, eigenlijk alleen nog maar in prikacties. Maanden waren voorbij gegaan. De jaren konden we ook al tellen. Daar trokken we dan sedert jaar en dag door de rimboe. Als nomaden. Een grote groep mensen, ondersteund door een paar kleine eenheden, die op verkenning uitgingen en hier en daar een stelling betrokken.Ik dacht aan soldaat De Mey, die tijdens de mars naar de kust van een steile berghelling was getuimeld. Met volle bepakking stortte hij in een twintig meter lager gelegen rivier. Hij had nog het geluk dat de rivier op dit punt zeer diep was, anders zou hij de val nooit hebben overleefd. Hij was nog bij kennis, toen zijn kameraden uit de grote groep die ons was voor gegaan, hem uit het water hielpen. De val had hem echter zoveel letsel bezorgd, dat hij niet meer op eigen kracht verder kon.De commandant stond voor een tragische beslissing. De voedselschaarste was zo nijpend, dat vertraging van het marstempo catastrofaal zou kunnen zijn. Daarom werd besloten dat de gewonde alleen zou achterblijven, in een klein bivak, dat speciaal voor hem werd opgeslagen. De kapitein beloofde hem, dat hij zo spoedig mogelijk zou worden opgehaald.Ik wist wat het betekende alleen te zijn, omringd door vele vijanden: de rimboe zelf, de Jap, vermoedelijk de bevolking, de angst, en de verbeelding, die de angst voedt. Soldaat De Mey was bovendien nog gewond. Ik vroeg mij af of ik een dergelijke beslissing zou hebben aangedurfd. Zouden er geen dragers te vinden zijn geweest in de grote groep? De Mey was er vermoedelijk zo beroerd aan toe, dat hij niet eens de omvang van de situatie doorzag. Misschien was hij wijsgeriger dan ik en had hij zichzelf voorgehouden dat aan alles een einde komt, óók aan het leven.Drie dagen en drie nachten heeft De Mey het moeten stellen met zichzelf en met de pijn. De vierde dag kwamen de militie-soldaten Attinger en Mellenbergh hem ophalen. Nu ineens bleken twee mensen voldoende om de gewonde naar het hoofdkwartier te brengen.In deze situaties doorziet men wel wat kameraadschap vermag, kameraadschap die des te sterker wordt naarmate men meer in de penarie zit. We waren allemaal opgelucht. Ik denk dat iedereen zich verantwoordelijk achtte voor het leven van De Mey. Niemand vocht de beslissing van de commandant openlijk aan, maar ik ben ervan overtuigd, dat iedereen er ongeveer dezelfde mening op na hield en gedacht heeft: Zou ik een dergelijke beslissing genomen hebben?[...]Behalve onze twee gewonden, Sandiman en Koch, was ook militie-soldaat De Mey er slecht aan toe. Hij leed aan een tropische zweer, die moeilijk te genezen bleek.De rest van de groep mocht dan weliswaar gezond zijn, maar was zo verzwakt, dat we in geval van een directe confrontatie met de vijand geen schijn van kans maakten. De langdurige ontberingen hadden teveel van ons geëist.[...]De ongelijke strijd in de Vogelkop van Nieuw-Guinea, ónze strijd mocht dan ten einde zijn, het eigenlijke, het gróte gevecht met de Jap was nog in volle gang. Er kon geen soldaat gemist worden. Van onze groep waren het F. Coenraad en I. Koch die het eerst naar het front gingen. Zij werden ingedeeld bij het Nica-detachement, dat samen met de geallieerden de landing bij Tarakan op het eiland Borneo moest uitvoeren.Sergeant M. Ch. Kokkelink kreeg een aanstelling bij de M.P. en vertrok opnieuw naar Nieuw-Guinea. L. Attinger en G. de Mey werden naar Melbourne overgeplaatst en ingedeeld bij de motorpool.
Gustaaf de MeyZevenenzestig jaar, getrouwd en woonachtig in Zevenaar. Voelt zich “eigenlijk wel een tevreden mens. Ik heb vier kinderen, die allemaal goed terecht zijn gekomen, dus wat zal ik klagen?” Geniet een klein pensioen voor bewezen diensten als beroepsmilitair. “Af en toe komt er nog weleens iets boven uit de strijd op Nieuw-Guinea. Ik heb mijn vader, moeder, drie broers en een zusje verloren, maar ik laat me niet leiden door depressies, daar schiet je niets mee op. Ik probeer optimistisch te zijn, anders is het niet vol te houden. De ellende zoveel mogelijk vergeten, dat lijkt me ’t beste.De mensen begrijpen toch niet wat wij hebben meegemaakt. En de andere guerrillastrijders zullen beamen hoe weinig blijk van waardering we later hebben gekregen, en hoe de hulpverlening nooit van de grond is gekomen. Teleurstellend, maar ’t is nu eenmaal zo.”
(^: Dit artikel was niet mogelijk geweest zonder de hulp en informatie van Michael Veltman.)
19 juni 2026
Lezing ‘Van spekkoek tot Tjalie Robinson’
31 mei 2026
03 mei 2026
10 maart 2026
H.B.S. (A), Arnhem 1950-1951
De tekst op de achterkant van foto 1 is:
Klas 3A H.B.S. (A) Arnhem, Willemsplein, 1950‑1951
x Joke van Dam
Hanneke Zoetbrood
Hilly Tuitjes
(waarbij x waarschijnlijk verwijst naar het kruisje boven het hoofd van de zesde staande persoon van links op de foto)
De tekst op de achterkant van foto 2 is:
24 April 1951
Sonsbeek (concert)
met H.B.S. A
Arnhem heeft twee verschillende scholen gehad die in hun tijd allebei bekendstonden als de ‘Gemeentelijke HBS’, maar als we van het bijschrift uitgaan, is de school in kwestie hoogstwaarschijnlijk de Gemeentelijke Hogere Burgerschool (HBS) aan het Willemsplein, die in 1866 haar deuren opende (later het Thorbeckelyceum (1959‑2000) en nog later de Thorbecke Scholengemeenschap).
Een leuk weetje is dat Johnny van Doorn, alias Johnny the Selfkicker, een oud-leerling van deze school was. Het gebouw is gesloopt in 1959.
11 februari 2026
Album 1938–1943, pagina 21
07 februari 2026
Album 1938–1943, pagina 8 en 9
Ook op deze twee pagina’s van Album 1938–1943 zien we uitsluitend onbezorgde plaatjes. Kamperen, een trouwfoto, een leuk groepje in Arnhem en bij Oom Kees in de tuin: de ellende van de buitenwereld is ver weg.
30 januari 2026
03 november 2025
Door de jaren heen
Beide portretten tonen een jonge man met een stevige kaaklijn, rechte neus, smalle lippen en licht uitstaande oren. Zijn haar is kort, golvend en staat iets omhoog. Op beide foto’s is het kapsel vrijwel identiek gestyled. Ook zien we op beide beelden dezelfde serieuze, directe blik naar de camera: in beide gevallen een ontspannen maar zelfbewuste pose. De lichaamsbouw is slank tot atletisch, met vergelijkbare schouderbreedte en armhouding.






















