Posts tonen met het label Arnhem. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Arnhem. Alle posts tonen

25 juni 2026

Daarheen en weer terug

Je ziet een vlag met een achternaam die akelig veel op de jouwe lijkt.
Manokwarivlag in vitrine in Museum Bronbeek
Museum Bronbeek, Arnhem. Eigen foto, juni 2026.

Je leest wat.
In Nieuw-Guinea bleef een groep uit handen van het Japanse leger . Onder leiding van Willemsz Geeroms en Kokkelink overleefden ze in de bossen. Het grootste deel van de groep kwam om. Men bewaarde de hele oorlog door de Nederlandse vlag en schonken het aan Koningin Wilhelmina die Museum Bronbeek een betere bewaarplaats vond. 
Manolwari-vlag = Bronbeek


Je leest wat meer.
[...] Ik realiseerde mij plotseling hoeveel jonge mannen we hadden verloren, eigenlijk alleen nog maar in prikacties. Maanden waren voorbij gegaan. De jaren konden we ook al tellen. Daar trokken we dan sedert jaar en dag door de rimboe. Als nomaden. Een grote groep mensen, ondersteund door een paar kleine eenheden, die op verkenning uitgingen en hier en daar een stelling betrokken.

Ik dacht aan soldaat De Mey, die tijdens de mars naar de kust van een steile berghelling was getuimeld. Met volle bepakking stortte hij in een twintig meter lager gelegen rivier. Hij had nog het geluk dat de rivier op dit punt zeer diep was, anders zou hij de val nooit hebben overleefd. Hij was nog bij kennis, toen zijn kameraden uit de grote groep die ons was voor gegaan, hem uit het water hielpen. De val had hem echter zoveel letsel bezorgd, dat hij niet meer op eigen kracht verder kon. 

De commandant stond voor een tragische beslissing. De voedselschaarste was zo nijpend, dat vertraging van het marstempo catastrofaal zou kunnen zijn. Daarom werd besloten dat de gewonde alleen zou achterblijven, in een klein bivak, dat speciaal voor hem werd opgeslagen. De kapitein beloofde hem, dat hij zo spoedig mogelijk zou worden opgehaald.

Ik wist wat het betekende alleen te zijn, omringd door vele vijanden: de rimboe zelf, de Jap, vermoedelijk de bevolking, de angst, en de verbeelding, die de angst voedt. Soldaat De Mey was bovendien nog gewond. Ik vroeg mij af of ik een dergelijke beslissing zou hebben aangedurfd. Zouden er geen dragers te vinden zijn geweest in de grote groep? De Mey was er vermoedelijk zo beroerd aan toe, dat hij niet eens de omvang van de situatie doorzag. Misschien was hij wijsgeriger dan ik en had hij zichzelf voorgehouden dat aan alles een einde komt, óók aan het leven.

Drie dagen en drie nachten heeft De Mey het moeten stellen met zichzelf en met de pijn. De vierde dag kwamen de militie-soldaten Attinger en Mellenbergh hem ophalen. Nu ineens bleken twee mensen voldoende om de gewonde naar het hoofdkwartier te brengen.

In deze situaties doorziet men wel wat kameraadschap vermag, kameraadschap die des te sterker wordt naarmate men meer in de penarie zit. We waren allemaal opgelucht. Ik denk dat iedereen zich verantwoordelijk achtte voor het leven van De Mey. Niemand vocht de beslissing van de commandant openlijk aan, maar ik ben ervan overtuigd, dat iedereen er ongeveer dezelfde mening op na hield en gedacht heeft: Zou ik een dergelijke beslissing genomen hebben?

[...]

Behalve onze twee gewonden, Sandiman en Koch, was ook militie-soldaat De Mey er slecht aan toe. Hij leed aan een tropische zweer, die moeilijk te genezen bleek.
De rest van de groep mocht dan weliswaar gezond zijn, maar was zo verzwakt, dat we in geval van een directe confrontatie met de vijand geen schijn van kans maakten. De langdurige ontberingen hadden teveel van ons geëist.

[...]

De ongelijke strijd in de Vogelkop van Nieuw-Guinea, ónze strijd mocht dan ten einde zijn, het eigenlijke, het gróte gevecht met de Jap was nog in volle gang. Er kon geen soldaat gemist worden. Van onze groep waren het F. Coenraad en I. Koch die het eerst naar het front gingen. Zij werden ingedeeld bij het Nica-detachement, dat samen met de geallieerden de landing bij Tarakan op het eiland Borneo moest uitvoeren.
Sergeant M. Ch. Kokkelink kreeg een aanstelling bij de M.P. en vertrok opnieuw naar Nieuw-Guinea. L. Attinger en G. de Mey werden naar Melbourne overgeplaatst en ingedeeld bij de motorpool.
(Bron: De ongelijke strijd in de Vogelkop, P.P. de Kock.)


Je ontdekt een foto op de site van Museum Bronbeek.
Portret van G.R.W. de Meij 1981. Uit een reeks van acht portretten van oud leden van de verzetsgroep Kokkelink gefotografeerd door Theo van Houts.
Portret van G.R.W. de Mey 1981. 
Uit een reeks van acht portretten van oud leden van 
de verzetsgroep Kokkelink gefotografeerd door Theo van Houts.


Je ontdekt dezelfde foto, en meer, in een krantenartikel.
Deel van krantenartikel 'De ongelijke strijd in de Vogelkop' met foto en tekst van Gustaaf de Mey
Gustaaf de Mey 
Zevenenzestig jaar, getrouwd en woonachtig in Zevenaar. Voelt zich “eigenlijk wel een tevreden mens. Ik heb vier kinderen, die allemaal goed terecht zijn gekomen, dus wat zal ik klagen?” Geniet een klein pensioen voor bewezen diensten als beroepsmilitair. “Af en toe komt er nog weleens iets boven uit de strijd op Nieuw-Guinea. Ik heb mijn vader, moeder, drie broers en een zusje verloren, maar ik laat me niet leiden door depressies, daar schiet je niets mee op. Ik probeer optimistisch te zijn, anders is het niet vol te houden. De ellende zoveel mogelijk vergeten, dat lijkt me ’t beste.De mensen begrijpen toch niet wat wij hebben meegemaakt. En de andere guerrillastrijders zullen beamen hoe weinig blijk van waardering we later hebben gekregen, en hoe de hulpverlening nooit van de grond is gekomen. Teleurstellend, maar ’t is nu eenmaal zo.”
Deel van krantenartikel 'De ongelijke strijd in de Vogelkop'
Deel van krantenartikel 'De ongelijke strijd in de Vogelkop'

En na zoektochten op genealogische en historische sites ontdek je een naam op een naamplaatje, niet al te ver weg.
Naamplaatje G.R.W. de Mey en G.M. de Mey-Nish, Crematorium Moscowa, Arnhem
Naamplaatje G.R.W. de Mey en G.M. de Mey-Nish, Crematorium Moscowa, Arnhem
De laatste eer is inmiddels bewezen, en de cirkel is rond. Ondanks de afwijkende spelling van de achternaam (De Mey in plaats van De Meij) blijkt Gustaaf de Mey niet alleen familie te zijn geweest, maar ook nog eens op slechts een paar honderd meter afstand van jou te hebben gewoond. 

Genealogisch onderzoek blijft een vreemde en verrassende hobby.

(^: Dit artikel was niet mogelijk geweest zonder de hulp en informatie van Michael Veltman.)

19 juni 2026

Lezing ‘Van spekkoek tot Tjalie Robinson’

Lezing ‘Van spekkoek tot Tjalie Robinson’. Jeroen Dewulf, Bronbeek, Arnhem, 18 juni 2026
Soms wil je ineens naar een lezing en dan blijkt-ie ook nog eens heel erg de moeite waard te zijn. Met dank aan Jeroen Dewulf. Museum Bronbeek, Arnhem, 18 juni 2026.
Lezing ‘Van spekkoek tot Tjalie Robinson’. Jeroen Dewulf, Bronbeek, Arnhem, 18 juni 2026
Lezing ‘Van spekkoek tot Tjalie Robinson’ over de Portugeestalige Mardijkers en de Indische gemeenschap. Jeroen Dewulf, Bronbeek, Arnhem, 18 juni 2026
Lezing ‘Van spekkoek tot Tjalie Robinson’. Jeroen Dewulf, Bronbeek, Arnhem, 18 juni 2026
Lezing ‘Van spekkoek tot Tjalie Robinson’. Jeroen Dewulf, Bronbeek, Arnhem, 18 juni 2026

10 maart 2026

H.B.S. (A), Arnhem 1950-1951

Foto Klas 3A H.B.S. (A) Arnhem, Willemsplein (1950-1951) - voorkant
Foto 24 April 1951, Sonsbeek (concert), met H.B.S. A - voorkant
We zien twee foto’s van groepen mensen in de open lucht. Foto 1 is een geposeerd groeps­portret voor de gevel van een gebouw. Foto 2 is een opname van een groep mensen in een parkomgeving. Gezien het onderwerp en het handschrift op de achterkant lijken de beide foto’s bij elkaar te horen. Foto 1 meet 11 × 17 cm, foto 2 is 8 × 13 cm.

De tekst op de achterkant van foto 1 is:

Klas 3A H.B.S. (A) Arnhem, Willemsplein, 1950‑1951
x Joke van Dam
Hanneke Zoetbrood
Hilly Tuitjes

(waarbij x waarschijnlijk verwijst naar het kruisje boven het hoofd van de zesde staande persoon van links op de foto)

De tekst op de achterkant van foto 2 is:

24 April 1951
Sonsbeek (concert)
met H.B.S. A

Arnhem heeft twee verschillende scholen gehad die in hun tijd allebei bekendstonden als de ‘Gemeentelijke HBS’, maar als we van het bijschrift uitgaan, is de school in kwestie hoogst­waarschijnlijk de Gemeentelijke Hogere Burgerschool (HBS) aan het Willemsplein, die in 1866 haar deuren opende (later het Thorbeckelyceum (1959‑2000) en nog later de Thorbecke Scholen­gemeenschap).

Een leuk weetje is dat Johnny van Doorn, alias Johnny the Selfkicker, een oud-leerling van deze school was. Het gebouw is gesloopt in 1959.

De namen op de achterkant van foto 1 laten we verder voor wat ze zijn, maar voor geïnteresseerden zijn dit natuurlijk leuke zoekplaatjes. 
Foto Klas 3A H.B.S. (A) Arnhem, Willemsplein (1950-1951) - beschreven achterkant
Foto 24 April 1951, Sonsbeek (concert), met H.B.S. A - beschreven achterkant
Foto Klas 3A H.B.S. (A) Arnhem, Willemsplein (1950-1951) - voorkant en Foto 24 April 1951, Sonsbeek (concert), met H.B.S. A - voorkant, onder elkaar geplaatst om de grootte te kunnen vergelijken

11 februari 2026

Album 1938–1943, pagina 21

Album 1938–1943, pagina 21: de zomer van 1943
Album 1938–1943, pagina 21: de zomer van 1943

De Duivelsberg, Lochem, Rotterdam, Nijmegen, Arnhem, Apeldoorn. Reizen leek niet echt een probleem te zijn in de zomer van 1943.

Konden mensen in 1943 vrij reizen binnen Nederland?
Ja, voor het grootste deel van de bevolking kon dat nog. Er waren wél beperkingen, maar daarbij ging het met name om Joodse Nederlanders (strenge verblijfs- en reisbeperkingen), woon­wagen­bewoners/Sinti en Roma (trekverbod vanaf 1 juli 1943), mensen die onder verdenking stonden of gezocht werden, en reizen naar het buitenland (sterk beperkt). 

Voor de rest van de bevolking gold dat reizen binnen Nederland was toegestaan, maar praktisch moeilijker. De treinen reden nog, maar minder frequent. Dat verklaart het reizen per boot en fiets waarover gesproken wordt in het lange bijschrift rechtsonder op deze pagina. In de zomer van 1943 was het weer bovendien goed – dat bleek al uit alle zomerse foto’s die we gezien hebben – en veel jongeren maakten juist toen meerdaagse fietstochten door Nederland, omdat dat nog wél kon.

Hoewel reizen mocht, waren er wel praktische hindernissen. Denk aan distributie en schaarste (eten meenemen was lastig door bonnen). Overnachten kon bovendien vaak alleen bij familie, kennissen of op boerderijen (ook dat zien we in ons bijschrift).

Daarnaast was er in 1943 geregeld sprake van luchtalarm en bombardementen, met name in Rotterdam, Amsterdam, Haarlem en Enschede (bron). 

Samengevat: mensen konden in 1943 nog vrij reizen binnen Nederland. Het was lastiger, maar niet verboden.


07 februari 2026

Album 1938–1943, pagina 8 en 9

Album 1938–1943, pagina 8
Album 1938–1943, pagina 9
Album 1938–1943, pagina 8 en 9

Ook op deze twee pagina’s van Album 1938–1943 zien we uitsluitend onbezorgde plaatjes. Kamperen, een trouwfoto, een leuk groepje in Arnhem en bij Oom Kees in de tuin: de ellende van de buitenwereld is ver weg.

Het is niet gelukt te achterhalen waar de foto van het bruidspaar op pagina 8 is gemaakt. Mensen die bekend zijn met deze straat krijgen wellicht een aha‑gevoel.
Album 1938–1943, pagina 8, foto 4: bruidspaar loopt door straat
Philips Bi-Arlita lampen - meer licht voor  minder stroom
Bron van de reclameafbeelding: piershil.com

03 november 2025

Door de jaren heen

Twee foto's van een jongeman naast elkaar. Uit een vergelijking lijkt te blijken dat dit tweemaan dezelfde psrsoon is.
Twee portretten van een onbekende man
We hebben twee studioportretten van Atelier Burgers, Steenstraat 84 in Arnhem. De foto’s komen niet alleen uit dezelfde studio, maar vertonen ook sterke overeenkomsten, dus we hebben ze naast elkaar gelegd om ze beter te kunnen vergelijken. Op basis van gezichts­kenmerken, houding en fotografische stijl lijkt het zeer waarschijnlijk dat het om dezelfde persoon gaat, met een verschil van enkele jaren tussen de opnames.

Beide portretten tonen een jonge man met een stevige kaaklijn, rechte neus, smalle lippen en licht uitstaande oren. Zijn haar is kort, golvend en staat iets omhoog. Op beide foto’s is het kapsel vrijwel identiek gestyled. Ook zien we op beide beelden dezelfde serieuze, directe blik naar de camera: in beide gevallen een ontspannen maar zelfbewuste pose. De lichaamsbouw is slank tot atletisch, met vergelijkbare schouderbreedte en armhouding.

Links zien we een eenvoudiger, enkelrijig pak met twee knopen en een bescheiden stropdas; rechts een chiquer, dubbelrijig pak met vier knopen, pochet en een iets bredere das. Dit wijst op een latere mode, circa 1925‑1930.
De twee achterkanten van de foto's hierboven, met ansichtkaartdruk en studionaam Atelier Burgers, Steenstraat 84, Arnhem
Op de achterkant vinden we de bekende ansichtkaartdruk en, zoals al gemeld, de studionaam Atelier Burgers, Steenstraat 84, Arnhem. Dit fotografisch atelier was actief in de eerste helft van de 20e eeuw, vermoedelijk vanaf de jaren 1910 tot in de jaren 1930. Er zijn meerdere portret­kaarten en studio­foto’s bewaard gebleven met deze naam, maar gedetailleerde biografische gegevens over de fotograaf ontbreken vooralsnog.

Op platforms als Delcampe.net en Catawiki duiken af en toe portretkaarten op met de vermelding Atelier Burgers, Arnhem. Ook in kranten uit die periode is het atelier duidelijk aanwezig:
Advertentie uit de Arnhemsche Courant van 20 augustus 1921
Advertentie uit de Arnhemsche Courant van 3 januari 1922
Advertentie uit de Arnhemsche Courant van 29 februari 1924

1. Arnhemsche Courant, 20‑08‑1921