Posts tonen met het label Joodse begraafplaatsen in Nederland. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Joodse begraafplaatsen in Nederland. Alle posts tonen

03 juni 2022

🖖

Grafsteen met de zegen van de kohaniem, Israëlitische begraafplaats Zevenaar
Toen ik laatst de Israëlitische begraafplaats aan de Arnhemseweg in Zevenaar bezocht, zag ik een aantal stenen met de twee zegenende handen die als ik het goed lees een priestergraf aanduiden. En als trekkie maakte ik natuurlijk de associatie met de Vulcan salute. Inderdaad, op Wikipedia staat: 

De Vulcaanse groet is bedacht door Leonard Nimoy, die het personage Spock vertolkte. Hij werd geïnspireerd door het gebaar van een zegening tijdens een dienst in een synagoge in Boston die hij als kind bijwoonde. Nimoy keek stiekem naar de priesterzegen tijdens de dienst, terwijl de andere aanwezigen volgens de gewoonte hun handen voor de ogen hielden. 

Bij de oorspronkelijke zegening, en dus ook bij de Vulcaanse groet, vormt de hand de Hebreeuwse letter sjien. Dit is de eerste letter van een van de Hebreeuwse namen voor God. Als de priesters uit de Hebreeuwse Bijbel de zegen over het volk Israël uitspraken, spreidden zij beide handen op deze wijze uit en legden zo de naam van God op het volk. Toen Nimoy zijn rol in Star Trek speelde, was er behoefte aan een groet van de Vulcanen. Hij stelde vanuit zijn joodse erfgoed de zegen van de kohaniem voor, maar dan met één hand in plaats van beide handen die de kohaniem gebruiken.
Leonard Nimoy, foto door Gage Skidmore
Het leuke van zoiets is dat bepaalde populaire cultuur op een gegeven moment zo sterk gemeengoed wordt dat het weer naar de werkelijke wereld terugsijpelt. Hier zie je de Italiaanse astronaut Samantha Cristoforetti die de Vulcan-groet brengt ter ere van Leonard Nimoy. Ze zal vast de achtergrond van de groet kennen.
De Italiaanse astronaut Samantha Cristoforetti brengt de Vulcan-groet ter ere van Leonard Nimoy terwijl ze een shirt draagt met een Combadge eraan vast.
Foto 1: eigen foto 
Foto 2: Leonard Nimoy by Gage Skidmore (bron
Foto 3: ISS-42 Samantha Cristoforetti Leonard Nimoy tribute, ESA/NASA, CC BY-SA 3.0 IGO (bron)


01 juni 2022

Israëlitische begraafplaats Zevenaar

Israëlitische begraafplaats Zevenaar
Israëlitische begraafplaats Zevenaar
Normaliter is het hek van de Israëlitische begraafplaats aan de Arnhemseweg in Zevenaar afgesloten met een kettingslot maar ik zag nu tijdens een wandeling dat het slot verdwenen was en de begraafplaats dus toegankelijk was. Ik ben er even opgelopen om wat plaatjes te schieten (gelukkig had ik een hoofddeksel bij me). 

Foto’s gemaakt 31 mei 2022.
Israëlitische begraafplaats Zevenaar
Israëlitische begraafplaats Zevenaar
Israëlitische begraafplaats Zevenaar
Israëlitische begraafplaats Zevenaar
Israëlitische begraafplaats Zevenaar
Israëlitische begraafplaats Zevenaar
Israëlitische begraafplaats Zevenaar
Israëlitische begraafplaats Zevenaar
Zie ook Jacques Perkstraat, Zevenaar

14 oktober 2021

Westerbegraafplaats Enschede, liberaal joods deel

Grafstenen op het liberaal joodse deel van de Westerbegraafplaats in Enschede
Foto genomen op het liberaal joodse deel van de Westerbegraafplaats in Enschede. Ik vind persoonlijk de spelling ‘liberaal joods’ met twee kleine letters op de een of andere manier niet zo netjes, maar het groene boekje is stellig
Ondanks de redelijk vroege ochtend is de foto wat overbelicht uit de camera gekomen en ik vond dat wel aansluiten op de sfeer daar, waar de stenen echt uit de omgeving springen, dus ik heb dat effect hier nog een beetje versterkt. Zoals ik al jong geleerd heb, heb ik bij het bezoek een hoofddeksel gedragen.


01 juli 2021

Joodse begraafplaats Veenhuizen

Laatste resterende grafsteen Joodse begraafplaats Veenhuizen
Een foto van de laatste resterende grafsteen op de Joodse begraafplaats Veenhuizen, genomen eind juni 2021. Op Wikipedia kun je hierover lezen: 

Nu is er op de begraafplaats nog slechts één grafsteen te vinden. Het is de grafsteen van Jetta Jacoba Bargerbuhr (1809-1862), de vrouw van Izaak Nathan Nieuwied, onderwijzer, koster, ritueel slachter en voorganger van de synagoge in Veenhuizen. Zij overleed op 23 september 1862 te Veenhuizen. 

De vertaalde tekst op de steen luidt: Hier is het graf van een gewaardeerde vrouw, een flinke vrouw, echtgenote van Ieziek Niewied, begraven met veel eer op de 2e dag Rosj Hasjana (Nieuwjaar) 5623. Moge haar ziel gebundeld worden in de bundel des levens. Jetta Jacoba Niewied, geboren Bargebuhr. Overleden 23 september 1862.
Kaart met locatie van Joodse begraafplaats Veenhuizen
Als je niet weet waar je moet zoeken, kan het begraafplaatsje lastig te vinden zijn. Op de satellietkaart hierboven zie je de locatie van de Joodse begraafplaats (de rode cirkel) ten opzichte van de reguliere begraafplaats oftewel het Vierde Gesticht (de rode rechthoek op de kaart). De Joodse begraafplaats ligt aan het einde van de Kerklaan, alleen is het laatste deel van deze weg afgesloten door een hek. Je kunt wel verder lopen over een voetpad parallel aan de Kerklaan, tot je rechts het bosje met de begraafplaats ziet. Je moet dan nog wel onder twee schrikdraden door maar laat je daardoor niet weerhouden. Volgens Wikipedia is de begraafplaats vrij toegankelijk.

25 april 2020

Graf Petronella Catharina Wesselman, Zevenaar

Graf Petronella Catharina Wesselman, Zevenaar
Graf van Graf Petronella Catherina Wesselman, in het overwoekerde gedeelte direct naast de Joodse begraafplaats aan de Jacques Perkstraat in Arnhem. Op dit gedeelte liggen ook platte stenen, dit lijkt de enige staande steen te zijn.

Zie ook online-begraafplaatsen.nl. Op deze site staat dat de begraafplaats vrij toegankelijk is, maar de locatie is geregeld provisorisch afgesloten met tiewraps. Op chrisvankeulen.nl/zevenaar staat interessante informatie over de begraafplaats:

“De Zevenaarse gemeenteraad heeft in juli 1828 het plan om een algemene begraafplaats te stichten, buiten de Kerkpoort. Het blijkt al snel dat er veel weerstand onder de bevolking is tegen een algemene begraafplaats. Uiteindelijk wordt in 1835 besloten het plan niet door te voeren. Het duurt vervolgens tot 1855 alvorens Zevenaar een algemene begraafplaats krijgt. Deze komt dan te liggen aan de Tatelaarsweg. Deze begraafplaats krijgt vier gescheiden stukken: voor katholieken, voor protestanten, voor joden en een klein deel voor overledenen, die tot geen van deze drie gezindten behoren en waar in latere jaren enige zelfmoordenaars worden begraven. In 1890 kopen de Zevenaarse joden van de familie Van Nispen tot Zevenaar een stukje grond aan de Arnhemseweg waar ze dan een geheel eigen kerkhof stichten. De algemene begraafplaats aan de Tatelaarsweg (onze tijd Didamseweg) is lange tijd ernstig verwaarloosd. Het onkruid tiert er welig en in de twintiger jaren van de 20e eeuw huizen er zelfs twee Zevenaarse clochards: Reinder de Greef in een gat in de grond en Koenders in een lijkenhuisje. Tijdens de Tweede Wereldoorlog (1944) hebben de Duitsers er Betuws vee samengedreven. Vanaf 1945 zijn er geen overledenen meer op dit kerkhof begraven en in april 1972 meldt wethouder Th. J. Visser aan de gemeenteraad dat het Joodse gedeelte onberoerd gehandhaafd zal blijven en het overige deel de bestemming ‘openbaar groen’ krijgt.”

De foto hierboven is van april 2020. Later dit jaar nog maar eens terug om een goede foto van de volledige tekst op de steen te maken, zonder brandnetels.

10 april 2020

Oude negatieven herontdekt (2)

Redscale-opname, Onderlangs, Arnhem
Redscale-opname van Joodse begraafplaats
Onbekende camera, onbekende redscale-film. De film is ontwikkeld in januari 2013 dus de foto’s kunnen ook in 2012 genomen zijn. Toen ik nog niet zelf negatieven scande, gingen films vaak naar het Kruidvat of de Hema en noteerde ik nog niet hoe of wat. Helaas is ook niet altijd aan de rand van negatieven te zien wat voor film het is, dus vandaar.

Foto 1: Onderlangs, Arnhem
Foto 2 t/m 4: Joodse begraafplaats, helaas ben ik kwijt welke stad dit ook weer was
Redscale-opname van Joodse begraafplaats
Redscale-opname van Joodse begraafplaats
Redscale-opname van poserend paard

Oude negatieven herontdekt (1)

Spoorbaantje bij de Panoven, Zevenaar, 2012
Joodse begraafplaats, Jacques Perkstraat, Zevenaar, 2012
December 2012, onbekende camera, onbekende film. Foto 1 lijkt aan het eind van de zomer gemaakt en foto 3 in de winter, dus deze rol heeft aardig lang in de camera gezeten.
Foto 1: Spoorbaantje bij de Panoven, Zevenaar
Foto 3: Joodse begraafplaats, Jacques Perkstraat, Zevenaar

20 december 2012

Zutphenseweg, Lochem

(Foto december 2012)

Website Joods Historisch Museum:


Uit een schuldbrief uit 1332 valt op te maken dat er omstreeks dat jaar joodse geldschieters actief waren in Lochem en omstreken. In 1665 wordt melding gemaakt van een joodse inwoner die zich tot het christendom bekeerde.
In de achttiende eeuw vestigden zich enige joodse gezinnen blijvend in Lochem. De gezinshoofden hielden zich bezig met beroepen als houder van de Bank van Lening, vleeshouwer, glazenmaker en houder van het pandjeshuis. Arme joden mochten zich er niet vestigen.

Vanaf het laatste kwartaal van de achttiende eeuw bestond in Lochem een georganiseerde joodse gemeente die aanvankelijk voor de godsdienstoefeningen gebruikmaakte van een privé-woning. In 1785 werd een pand aan het Hoogestraatje, in de buurt van 't Ei aangekocht en ingericht als synagoge. In hetzelfde jaar keurde de stadsraad de statuten van de joodse gemeente goed en werd een begraafplaats gekocht naast de synagoge. Deze begraafplaats is tot 1848 in gebruik geweest. In dat jaar werd een nieuwe begraafplaats aan de Zutphenseweg aangekocht.

In de negentiende eeuw groeide de joodse gemeente. Aanvankelijk gingen de kinderen naar de openbare school en kregen zij joodse les van hun ouders. Toen in 1865 een nieuwe, grotere synagoge werd ingewijd aan de Westwal, werd daar tevens een leslokaal en een woning voor de godsdienstonderwijzer in gebruik genomen. Ook de voormalige synagoge werd gebruikt als klaslokaal.
Naast het kerkbestuur en de kerkenraad waren in Lochem een penningmeester voor het Heilige Land en een Armbestuur actief. Verscheidene genootschappen hielden bezig met studie van Tora en Talmoed, begrafeniswezen en onderhoud van de synagoge. Er was tevens een vrouwengenootschap en een jongerenvereniging.

Rond 1900 had de joodse gemeente van Lochem haar grootste omvang bereikt; in de loop van de dertiger jaren van de twintigste eeuw begon het aantal leden af te nemen. Tijdens de Duitse bezetting vond in Lochem in 1941 de eerste razzia plaats, waarbij enige mannen opgepakt werden. Het merendeel van de Lochemse joden is in 1942 en 1943 gedeporteerd en vermoord. Een klein aantal kwam terug uit de kampen of wist door onder te duiken te overleven.

De synagoge is gedurende de bezetting ongeschonden gebleven en is na de oorlog verkocht aan de plaatselijke overheid. Het gebouw werd gerestaureerd en is sinds 1993 in gebruik als cultureel centrum. Een gedenksteen aan de buitenmuur houdt de nagedachtenis aan de omgebrachte joodse medeburgers in herinnering.

In 1947 is de joodse gemeente van Lochem bij die van Borculo gevoegd. Na de opheffing van Borculo vond een samengaan met Deventer plaats. De joodse begraafplaats uit de achttiende eeuw is geruimd; de plaatselijke overheid onderhoudt de begraafplaats aan de Zutphenseweg. In 2003 hebben vrijwilligers van Stichting Boete en Verzoening de grafstenen op de joodse begraafplaats opgeknapt.

Aantal joden in Lochem en omgeving:
1809 63
1840 56
1869 130
1899 149
1930 125






19 december 2012

Moscowa, Arnhem

Joodse Begraafplaats Moscowa
(Foto mei 2011)

Website Joods Historisch Museum:

Arnhem is één van de eerste steden in de noordelijke Nederlanden geweest, waar zich joden gevestigd hebben. De oudste vermelding van een joodse inwoner dateert van 1237. Gedurende de Middeleeuwen was de positie van de joden in Arnhem, net als elders in Gelre, kwetsbaar.
Tijdens de pestepidemie van 1349, "de zwarte dood", werden zij gevangen genomen en werd hun bezit verbeurd verklaard. Op instigatie van een pauselijke afgezant werd het in 1451 aan joden in Arnhem verboden om geld te lenen aan christenen en werden zij verplicht een kenteken te dragen. Daartegenover staat dat ze bescherming genoten van het stadsbestuur. Van het einde der vijftiende eeuw tot het einde van de zeventiende eeuw zijn er geen berichten meer over joden in Arnhem.
In de tijd van de Republiek der Verenigde Nederlanden vestigden zich opnieuw joden in Arnhem. In 1737 kregen de leden van de gemeenschap hun eerste politieke rechten, lidmaatschap van de gilden bleef echter verboden. In die periode werden er synagogediensten gehouden in een privé-huis. Aanvankelijk begroeven de joden van Arnhem hun doden in Huissen en in Wageningen, waar ook al vroeg joodse inwoners geweest zijn. In 1755 werd een joodse begraafplaats de Zandbergen aan Onderlangs ingericht. Een jaar later werd de joodse gemeente officieel erkend door het stadsbestuur en werd er een nieuwe synagoge ingericht aan de Nieuwe Walstraat. In 1780 werd Jonas Daniël Meijer in Arnhem geboren, de man die een beslissende rol zou spelen in het emancipatieproces van de Nederlandse joden. Met de komst van de Fransen werd de formele emancipatie van de joden een feit.

Als hoofdstad van de provincie Gelderland maakte Arnhem in de negentiende eeuw een snelle groei door. Ook de joodse gemeenschap nam zodanig toe, dat er verscheidene malen een grotere behuizing gezocht moest worden voor de synagogediensten. Uiteindelijk werd in 1853 de nog steeds bestaande synagoge aan de Pastoorstraat gebouwd, op de plaats waar eens het geboortehuis van J.D. Meijer stond.
In de loop van de negentiende eeuw werden twee nieuwe joodse begraafplaatsen in gebruik genomen, De Valk of Bovenover en Onder de Linden. Deze zijn later verplaatst naar Moscowa, dat in 1866 in gebruik genomen werd. Deze begraafplaats bestaat tot op heden, maar heeft tegenwoordig naast een joods gedeelte een algemeen en een katholiek gedeelte en een crematorium.
Arnhem werd vanuit joods oogpunt nog belangrijker toen het in 1881 werd aangewezen als hoofdplaats van het synagogaal ressort en zetel van het Opperrabbinaat van Gelderland. Deze functie werd tot dat jaar door Nijmegen bekleed.
De aanwezigheid van een groot aantal verenigingen voor Torastudie en liefdadigheid duidt op een uitgebreid joods sociaal leven. Ook was er een joodse school, een tehuis voor ouden van dagen en een tehuis voor joodse militairen. Meerdere verenigingen voor armenzorg waren rond de eeuwwisseling verantwoordelijk voor een relatief grote groep behoeftigen. Kort voor de Tweede Wereldoorlog was de armoede vrijwel verdwenen. De meeste joden waren toen werkzaam in beroepen als vertegenwoordiger, grossier, winkelier, slager of marktkramer. Ook de oprichter van de Algemene Kunstzijde Unie, Jacques Coenraad Hartogs, behoorde tot de joodse gemeenschap.
In de jaren kort voor de Tweede Wereldoorlog nam het aantal joden in Arnhem aanzienlijk toe door de komst van een grote groep vluchtelingen uit Duitsland. Tijdens de bezetting werd het merendeel der joodse inwoners naar de concentratiekampen in het oosten gedeporteerd en vermoord. Een monument ter hunner nagedachtenis staat op het joodse dedeelte van de begraafplaats Moscowa.

Na de oorlog is de joodse gemeente van Arnhem heropgericht. De synagoge aan de Pastoorstraat werd gerestaureerd en is in 1950 weer in gebruik genomen. De in 1998 opgerichte Stichting Arnhemse Synagoge heeft plannen voor een ingrijpende restauratie, met als doel het gebouw weer in zijn oorspronkelijke staat terug te brengen.
Eind zestiger jaren vormde zich in Arnhem een liberaal-joodse gemeente. Het in 1960 opgerichte bejaardenhuis Beth Zikna, dat de plaats innam van het in 1942 opgeheven Beth Mikloth Lezikno, sloot in 1998 definitief zijn deuren.
In juli 2001 is een groep van vijftig vrijwilligers van de Stichting Boete en Verzoening begonnen met het opknappen van de begraafplaats aan Onderlangs.
De restauratie van de synagoge, waartoe in 1998 door de Stichting Arnhemse Synagoge het initiatief werd genomen, is in augustus 2001 begonnen en werd afgesloten in 2003. Op 8 oktober van dat jaar heeft de Stichting Arnhemse Synagoge, tijdens een bijeenkomst in aanwezigheid van Koningin Beatrix, het gebouw weer overgedragen aan het NIK.

Tot het gebied van Arnhem behoort ook het dorp Huissen, waar al vanaf de Middeleeuwen joden gewoond hebben. Aanvankelijk begroeven zij hun doden in Arnhem en in Nijmegen, in de tijd van de Republiek hadden zij een eigen begraafplaats.
Tegenwoordig behoren Zevenaar, Doesburg, Dieren, Oosterbeek en Velp tot de kring van de joodse gemeente Arnhem.

Aantal joden in Arnhem en omgeving:
1809 332
1840 509
1869 990
1899 1275
1930 1389
1951 327
1971 241
1998 70

18 december 2012

Arnhemseweg, Zevenaar

Hier rust Julia Cohen. Overleden 26 kislev 5692, 9 december 1931. Zij ruste in vrede. Joodse begraafplaats, Arnhemseweg, Zevenaar. Foto genomen 16 december 2012
(Foto december 2012)

Website Joods Historisch Museum:

Op een joodse begraafplaats geldt 'eeuwige grafrust'. Dit betekent dat de graven ongemoeid gelaten moeten worden en slechts bij uitzondering, als de overheid dit eist, verplaatst mogen worden. Een uitzondering geldt voor herbegraven in Israël.

Het jodendom kent meerdere namen voor begraafplaats, waaronder Bet Chajiem (huis van het leven), Bet Olam (huis van de wereld) en Bet Kevarot (huis der graven). Het voorschrift, dat begraafplaatsen niet geruimd mogen worden heeft tot consequentie dat ze meestal een eind buiten de stad liggen.

Op een asjkenazische begraafplaats vindt men voornamelijk staande grafstenen. Deze hebben of alleen een Hebreeuwse tekst of zowel Hebreeuws als de landstaal. Sefardische joden hebben een voorkeur voor liggende stenen. De grafteksten waren vroeger vaak in het Portugees, nu is Hebreeuws of de landstaal gebruikelijker.

Op de graven laat men vaak een klein steentje achter, als teken dat men op bezoek is geweest. Dit gebruik is in betekenis vergelijkbaar met de gewoonte bij niet-joden om bloemen neer te leggen.

--

Zie ook Jacques Perkstraat, Zevenaar






Jacques Perkstraat, Zevenaar

(Foto december 2012)

Website Joods Historisch Museum:

Vanaf de dertiger jaren van de zeventiende eeuw woonden er joden in Zevenaar. In 1640 namen zij een begraafplaats in gebruik buiten de Bleeckse Poort. De eerste joden van Zevenaar waren werkzaam als vleeshouwer en als hooihandelaar.

De joodse gemeente organiseerde zich pas in de negentiende eeuw. Aanvankelijk kwamen de Zevenaarse joden voor hun godsdienstoefeningen bijeen in het nabijgelegen Didam, vanaf 1833 hadden zij de beschikking over een synagoge aan de Grietsestraat. Tussen 1861 en 1891 werden de doden begraven op een gedeelte van de Algemene Begraafplaats aan de J. Perkstraat. Daarna werd aan de Arnhemseweg een nieuwe begraafplaats gekocht.

Naast een kerkbestuur, dat verantwoordelijk was voor de armenzorg, waren er in Zevenaar enkele genootschappen, die zich bezighielden met zorg voor begrafenissen, Torastudie en het onderhoud van de synagoge. Daarnaast was er een vrouwengenootschap en een jongerenvereniging. In 1875 werd een joodse school opgericht. Handel, vleeshouwerij en veevervoer waren de meest voorkomende beroepen onder de joden van Zevenaar.

Tegen het begin van de twintigste eeuw begon het ledental van de joodse gemeente langzaam af te nemen. De activiteit nam weer toe toen er in de dertiger jaren vluchtelingen uit Duitsland kwamen en een speciaal comité zorg droeg voor hun vestiging elders.

Tijdens de Duitse bezetting is meer dan de helft van de Zevenaarse joden via Westerbork en Vught naar Polen gedeporteerd en daar vervolgens omgekomen. De overigen wisten de bezettingsjaren te overleven door onder te duiken.
De synagoge werd bij een Amerikaans bombardement in 1945 getroffen en werd vervolgens kort na de bevrijding afgebroken. De Torarollen en rituele voorwerpen waren tevoren naar Amsterdam overgebracht.

In 1947 werd de joodse gemeente van Zevenaar bij die van Arnhem gevoegd. Ook de Torarollen en rituele voorwerpen gingen, voorzover zij behouden waren, naar Arnhem.

De twee joodse begraafplaatsen worden onderhouden door de plaatselijke overheid. In 1990 is bij de ingang van het gemeentehuis een monument voor de joodse slachtoffers van de bezetting onthuld.