Posts tonen met het label Gelderland. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Gelderland. Alle posts tonen

02 oktober 2025

De hartelijke groeten van uw leerling

Ansichtkaart uit begin 20e eeuw met afbeelding van kasteel Biljoen, Velp
We hebben een ansichtkaart. Op de voorkant:

Op de achterkant:
Tekst links (bericht; onder voorbehoud natuurlijk)

Mijnheer
Daar u mij om een kaartje gevraagd hebt wil ik u niet teleurstellen.  
Ik heb 'n mooie kaart voor u uitgezocht.  
In Velp is 't anders slecht weer om vacantie te houden.  
Sneeuw en weer dooien.  
Maandagmiddag kom ik weer om 3 uur op de les,  
en de hartelijke groeten van uw leerling Herman  

Tekst rechts (adres; idem)

WelEd Heer Droog  
Willem Beukelszstraat 24  
Vlaardingen  
(Z.H.)

Stempels: Arnhem (Gelderland), ca. jaren ’20, waarschijnlijk augustus 1922.
Zegels: 4x 1½ cent violet, 'Vliegende Duif'-serie (1920‑1930), ontworpen door Chris Lebeau.
Achterkant van de ansichtkaart met de tekst die in dit artkel besproken wordt
Tegenwoordig is er in Rotterdam een Willem Beukelsz­straat, en in Vlaardingen een Willem Beukelszoon­straat, dus de uitgeschreven versie. Er zijn aanwijzingen dat de kortere spelling ‘Willem Beukelszstraat’ in het verleden ook in Vlaardingen werd gebruikt, zij het incidenteel of informeel, en dit is natuurlijk ook zo’n aanwijzing. Dit bemoeilijkt wel het zoeken trouwens, dus misschien is het verstandig het hier gewoon bij te laten.

12 juni 2017

“Hier werd ik, ruimtevaarder der wetenschap, geboren.”

“Hier werd ik, ruimtevaarder der wetenschap, geboren.”
de drie kwartieren
Tijdschrift voor Gelderland
No. 1 - 1e jaargang - oktober 1958
Uitgave: Drukkerij en uitgever Linders - Arnhem
Hendrik Lorentz (Wikipedia)
Zie ook Update Lorentzmonument 12 mei 2017 (Flickr)




22 juli 2016

Monument Omgekomen Bewoners Psychiatrische Inrichting

Monument Omgekomen Bewoners Psychiatrische Inrichting. Foto: Robert van der Kroft

Traces of War:
Monument Omgekomen Bewoners Psychiatrische Inrichting (Nederland - Gelderland - Wolfheze)
Tijdens de eerste dag van de slag om Arnhem zijn er, met name als gevolg van de bombardementen, veel bewoners en personeelsleden van deze psychiatrische inrichting omgekomen. Op dit monument dat op de begraafplaats staat, staan de namen van 31 slachtoffers.

spannendegeschiedenis.nl:
Op zondagmiddag 17 september landde een deel van de 1e Britse Luchtlandingsdivisie bij Wolfheze. Ze moesten de Rijnbrug bij Arnhem veroveren. De geallieerden vermoedden echter dat de Duitsers de psychiatrische inrichting als kazerne gebruikten en besloten deze te bombarderen. Drie bomtapijten vernielden die ochtend verschillende gebouwen van de inrichting en richten grote schade aan in het dorp. Er kwamen zesennegentig burgers om.








28 april 2014

Vragenlijstje: aankondigingen van de werkelijkheid


Je loopt langs een bordje waarop 'Idyllische tuinen' worden aangekondigd.
  1. Stel dat de tuinen inderdaad idyllisch zijn, voegt het bordje dan iets toe volgens jou?
  2. Stel dat de tuinen niet idyllisch zijn, zou je je dan bekocht voelen?
  3. Vind je dit soort bordjes handig, zodat je weet welk adjectief je moet gebruiken als je de tuinen in kwestie aan anderen beschrijft?

17 april 2014

Mariakapel, Didam

Mariakapel, Didam, april 2014. Foto: Robert van der Kroft
Op de site mariakapellen.nl is vrij veel info over deze kapel te vinden. De kapel staat aan het begin van de Tatelaarweg aan de kant van Didam, bij de ingang naar de sportvelden.

Mariakapel, Didam, april 2014. Foto: Robert van der Kroft
Mariakapel, Didam, april 2014. Foto: Robert van der Kroft
Mariakapel, Didam, april 2014. Foto: Robert van der Kroft
Mariakapel, Didam, april 2014. Foto: Robert van der Kroft
Mariakapel, Didam, april 2014. Foto: Robert van der Kroft
Mariakapel, Didam, april 2014. Foto: Robert van der Kroft

14 april 2014

Piëta, Duiven

Piëta, Duiven, 12 april 2014. Foto: Robert van der Kroft
"Ter linkerzijde van de ingang van de H. Remigiuskerk bevindt zich onder een afdakje een houten beeld van de gekruisigde Christus. Wie nog een klein stukje doorloopt en de poort naar de begraafplaats opent, ziet daar een open bakstenen gebouwtje staan met een sierlijke overkapping van wit geverfd hout. Hierin staat een beeld van de Piëta (Bewening) centraal. De Piëta is een term voor de scène die onmiddellijk volgt na de Kruisafneming van Christus: Maria rouwend bij het lichaam van haar gestorven zoon.
Het beeld in het kapelletje bevindt zich op een bakstenen verhoging. Een knielende Maria steunt het bovenlichaam van Christus. De achtergrond van de scène wordt gevormd door een wit geschilderd, houten kruis tegen een blauwe achtergrond. Ook de zijmuren van de binnenzijde van de kapel zijn blauw gekleurd. Het kapelletje is opgericht op het kerkhof als bidplaats voor de bezoekers."


Uit:
Wees gegroet...
Kapellen langs velden en wegen in Gelderland

Katja Boertjes
ISBN10 9074271979
ISBN13 9789074271974

Piëta, Duiven (detail), 12 april 2014. Foto: Robert van der Kroft
Plattegrond begraafplaats H. Remigiuskerk Duiven met daarop aangegeven de piëta. Foto: Robert van der Kroft, 12 april 2014

17 januari 2014

Politie bleek leeg

Kluis Apeldoorn geeft geheim slechts deels prijs

APELDOORN - De politie in Apeldoorn heeft heel wat reacties gehad op een oproep over een gevonden kluis. De eigenaar zat daar trouwens niet bij, meldt de politie donderdag via Twitter. 

'Veel reacties gehad maar de eigenaar is niet gevonden. Politie heeft kluis geopend maar bleek leeg, blijft mysterie', aldus het bericht.

De politie deed de oproep in een poging de herkomst te achterhalen van de kluis die op 25 december door een voorbijganger was gevonden en afgeleverd op het bureau. Zoektochten in de politiesystemen naar vermiste of gestolen kluizen hadden en hebben niets opgeleverd.

De inhoud van de afgesloten kluis was onbekend. Reden voor de politie om 'm te openen. Dat leverde in elk geval één antwoord op in het raadsel van de gevonden kluis: leeg, niks, nada, noppes. 


Geplaatst 16-01-14 20:29:55
Gewijzigd 16-01-14 20:38:06
(Bron: nieuwsapp Omroep Gld)

28 juni 2013

Jonker Kurt

Ter gedachtenis aan Jonker Kurt
Ter gedachtenis aan
Jonker Kurt
† 24 Oct. 1918

--
Berghapedia > Byvanck:
"Begin van de twintigste eeuw voltrok zich een gruwelijke oorlog. De zoon van de oude baron: Jonker Kurt, een timide figuur met een zwakke gezondheid, ging desondanks onder dienst om zijn Keizer Wilhelm te dienen. Korte tijd later is Kurt overleden. De `Mariabeuk(boom)' op het landgoed met het gedachtenisplaatje en het Mariabeeldje herinneren aan hem."

11 april 2013

Toxopeus spreekt

Staten-Generaal Digitaal
Vaststelling hoofdstuk V (Binnenlandse Zaken) 1961
22ste vergadering -24 november


(pag. 27, Minister Toxopeus)

Wanneer er een gewijzigde militaire veronderstelling komt die wordt niet door mij vastgesteld, moet ik mij als leek op dat terrein toch wel daaraan houden en zeggen: welnu, ik zie op het ogenblik, dat men veronderstelt, dat ons land die en die gevaren wacht. Dan kan ik mij ook niet gedragen naar de gedachte: wat kan de vijand al niet doen en daartegen moet ik alles inrichten, daarop moet ik mij baseren. Dan zal ik mij moeten gedragen naar de veronderstelling van wat de vijand geacht zal kunnen worden werkelijk te doen, en daarvoor zijn anderen aangewezen om dat te beoordelen. Het is weleens prettig om dan maar afgeleid dat beleid te mogen voeren. Mevrouw de Presidente! De geachte afgevaardigden de heren Bakker en Van der Veen hebben ieder op eigen wijze de B.B. eigenlijk afgewezen. De een, de geachte afgevaardigde de heer Van der Veen, ik heb zijn preek, zijn rede, vanmiddag beluisterd, heeft op een gegeven ogenblik gezegd, dat de B.B. een afgod was geworden. Ik zie niets, dat er minder op lijkt dan de B.B. De geachte afgevaardigde de heer Bakker heeft het geworpen over deze boeg en zegt: er is helemaal geen kans op bezetting. Terwijl de een zeide: Beter blo Jan dan do Jan, laat mij maar liever bezet zijn dan dat ik doodga, zeide de ander: Neen, ik ben liever do Jan dan blo Jan, ik wil liever ervoor vechten, maar er is ook in mijn systeem geen enkele noodzaak van een B.B., want er komt immers geen oorlog en er komt geen bezetting, dus, waar maak je je druk over? Mevrouw de Presidente! Ik schaar mij aan de zijde van degenen, die zeggen: liever vechten dan bezet zijn, maar ik schaar mij bepaald niet aan de zijde van degenen, die menen, dat er op dit ogenblik geen enkele mogelijkheid van oorlogsdreiging en van bezet worden van ons land zou bestaan. Ik herhaal, ik geloof, dat het alleen maar verstandig, nuttig en realistisch is voor een ieder om te zeggen: de kansen, die er zijn op dat gebied, zijn er nu een keer en daartegen zal ik mij zo goed mogelijk wapenen. Het is natuurlijk niet doenlijk voor iedereen, en dat wordt ook niet verwacht, een schuilkelder te bouwen tegen atoombomaanvallen van welk kaliber dan ook. Het is wel doenlijk, een zo goed mogelijke organisatie te hebben om, als er wat gebeurt, in te grijpen. Het heeft mij tot vreugde gestemd, dat ik in het algemeen instemming heb gevonden met de reorganisatie, die zich richt op een nieuwe militaire veronderstelling, waarbij wij dus de nieuwe B.B.-gebieden krijgen, minder in getal, met ieder een goede commandopost; de beschermers zijn dan beschermd, zal de geachte afgevaardigde de heer Bakker zeggen, zijn beschermd, maar ze moeten er zijn om de zaken leiding te kunnen geven, en wat de geachte afgevaardigde de heer Beernink betreft, stellig zal door mij worden bezien of in het B-gebied ook niet noodwachtplicht moet worden ingevoerd. Het aantal mensen van de overheidsdiensten is niets verminderd, het aantal commandoposten is wel ver-inderd, het aantal lieden bij de individuele zelfbescherming is wel verminderd. Daar is ook een reorganisatie aan de gang. Het is de overtuiging, dat het mogelijk zal zijn met goede en krachtige voorlichting en het stemt mij tot vreugde, dat de Kamer daarmede in het algemeen instemming heeft willen betuigen van de bevolking te geraken tot een behoorlijke zelfbescherming. Dat het niet een gemakkelijk taak is, moeten wij goed willen verstaan. De geachte afgevaardigde de heer Weijters zei: We kunnen niet meer zitten met een zak zand op zolder, een gasmasker aan een spijker in de keldermuur, enz. Ik herinner mij uit de laatste oorlog, dat wij voor het geval van inslag van brandbommen het advies hebben gehad, misschien zelfs wel het voorschrift, om een laag zand van zekere dikte op de zolderverdieping aan te brengen. Ik herinner mij ook, dat ik bijzonder weinig, ik kan mij er zelfs niet herinneren, personen heb gekend, die ook werkelijk op zolder die laag zand hadden aangebracht. Ik wil hiervoor van de kant van de Kamer toch wel begrip vragen. Wanneer men nu voorlichting gaat geven, die erop gericht is de mensen te leren wat ze moeten doen, als die bommen werkelijk uit de lucht komen vallen, dan moet men ervoor zorgen, dat de mensen het blijven weten en ook werkelijk gaan doen, want anders is het na een jaar uit het geheugen verdwenen en zegt men: Ach, zo belangrijk is het niet. Dat men bij deze voorlichting gebruik maakt van alle organen, die men in de vrije maatschappij ter beschikking heeft, lijkt mij verstandig. Het geeft bovendien een direct contact met de mensen. De moeilijkheid is weleens, dat voorlichting van overheidswege nu eenmaal, zo zijn wij dan ook in Nederland, niet zo vlot erin gaat als de voorlichting, die men uit eigen kring ontvangt. Ten aanzien van de stichting B.B. is mij gevraagd wat ik daarmee ga doen. Er is juist omtrent de voorlichtingstaak van deze stichting in deze nieuwe militaire veronderstelling sprake van reorganisatie. Ik ben met het bestuur van deze stichting in overleg. Ik zou dit overleg gaarne willen beëindigen vóór ik een uitspraak doe en maatregelen neem ten aanzien van de vraag welke positie door Overheid, stichting en andere maatschappelijke organisaties in ons land moet worden ingenomen. De geachte afgevaardigde de heer Ritmeester heeft gevraagd naar de positie van de burgemeesters. Die positie blijft dezelfde, die zij is volgens de Wet bescherming bevolking. De heer Beernink heb ik geantwoord op zijn vraag of het in de bedoeling ligt over te gaan tot invoering van noodwacht-plicht in de B-gebieden. Ik zou ook deze punten wel gaarne in de kamercommissie willen toelichten. Ik geloof, dat dergelijke technische zaken zich het beste voor overleg in die kring lenen, waarbij wij dan ook wat uitvoeriger op ieder onderwerp kunnen ingaan. Verscheidene geachte afgevaardigden, met name de heren Van der Veen en Bakker, toch al geen grote minnaars van de bescherming bevolking, hoewel zij, naar ik hoop niet, maar misschien te eniger tijd de zeer nuttige diensten van dit instituut niet zullen kunnen ontberen, hebben zich uitgelaten over de commandopostoefening in Berg en Dal: Copex. Er is ten tonele gevoerd een juffrouw, die gezegd zou hebben: Ik vond het zo leuk, ik zou het nog weleens willen doen. Betekent dat dan, dat het een nutteloze oefening was, omdat die juffrouw dat in haar enthousiasme aan de journalist heeft meegedeeld, die vroeg: En vond U dat zo naar? Zij antwoordde: Neen, ik vond het heel leuk. Wat is nu het nut van die dingen? Als wij lezen over het de ruimte inschieten van mensen, dan weten wij, dat er nu al allerlei lieden worden getest of zij een dergelijke ruimtevaart kunnen verdragen. Ik heb er al heel wat over gezien en gelezen. U ziet ze in allerlei luchtledige of luchtdichte kamers in allerlei standen opgesloten. Er zullen nu eenmaal niet alleen aapjes of hondjes worden afgeschoten. Men moet deze proeven dus nemen om te weten te komen of de mens deze dingen kan verdragen. Wat men in dit geval heeft willen proberen, is of degenen, die dit t.z.t. wellicht – wij hopen van niet – zullen moeten doen, gedurende geruime tijd in een bunker onder de grond, zoals te verwachten is, dat nodig zal zijn bij fall-out, kunnen leven, of zij de psychische spanning, die dit ongetwijfeld met zich brengt, kunnen doorstaan. Men heeft dit eens moeten beproeven. Men heeft die mensen daar dus laten zitten. Voor de meesten van hen is het goed afgelopen, maar er zijn ook lieden, die het niet kunnen verdragen. Het is nuttig, dit te weten. Men moet die reacties leren kennen. Ik vind het bijzonder bedenkelijk, deze zaak in het belachelijke te trekken.



10 april 2013

BB-ers van Berg en Dal weer opgedoken


Leeuwarder Courant, 31-10-1960:

BB-ers van Berg en Dal weer opgedoken

Tevredenheid over verloop oefening

Om precies twaalf uur vanmiddag is de ondergrondse BB-bunker van de kommandopost kring Gelderland in Berg en Dal, waarin een week lang 25 personen hebben deel genomen aan de oefening „Copex", geopend. Zeven etmalen lang is het enige kontakt, dat men met de buitenwereld had, een simpel telefoontje geweest, waarin gevraagd werd of alles nog goed was. Dit telefonisch kontakt werd elk kwartier herhaald maar meer dan deze vraag werd niet gesteld. Eenmaal is de deur van de bunker tussentijds open geweest. Dat was, toen de telefoniste mej. Awater naar het ziekenhuis moest worden vervoerd in verband met een akute blindedarmontsteking. De 25 deelnemers werden vanmiddag opgewacht door een grote schare familieleden, terwijl de Koninklijke Militaire Luchtmachtkapel aan deze familiehereniging bijzondere luister bijzette. De eerste indrukken, die de BB-leiding van de oefening kreeg, waren bijzonder gunstig.
De arts, die aan de oefening deelnam, de direkteur van de Nijmeegse GGD dokter J. C. Burg, verklaarde zeer tevreden te zijn over de manier, waarop men deze afzondering is doorgekomen. Volgens hem zijn bij een ieder spanningen opgetreden, die hebben geleerd, dat men bij herhaling van een dergelijke oefening moet werken met BB-ers, die op elkaar zijn afgestemd. De voeding uit blik heeft voldaan en de maagklachten, die zijn opgetreden, waren niet van dien aard, dat moest worden ingegrepen.
De telefoniste, die dinsdag naar het ziekenhuis werd vervoerd, kreeg de blindedarmontsteking op het moment, dat de oefening veronderstelde, dat de radioaktiviteit buiten 80 röntgen per uur was. In dat geval was het mogelijk een patiënt onder direkt levensgevaar naar het ziekenhuis op korte afstand te vervoeren. Maar, zo zei dokter Burg, ook al zou de oefening een hogere radioaktiviteit hebben verondersteld, zou ik bij dit meisje geen enkel risiko hebben genomen. Overigens was voor een spoedoperatie de bunker niet ingericht. Dokter Burg was uitgerust met een flink instrumentarium en had de beschikking over anti-biotica. Verdere ziektegevallen zijn niet voorgekomen.
Twee assistenten van prof. Rutte zullen aan het rapport van deze oefening een psychologische studie toevoegen. Als een voorlopige konklusie gaven zij, dat de psyche van de deelnemers onder deze oefening niet had geleden. Ook de kunstmatige ventilatie heeft voldaan. Wèl moest af en toe iets minder gerookt worden, maar men heeft geen gebrek aan zuurstof gehad. TNO heeft tijdens de oefening metingen verricht, die nog nader zullen worden uitgewerkt. Het resultaat van de oefening zal over enige tijd in een rapport aan de minister van Binnenlandse Zaken worden aangeboden.

Atoom-padvinders



De Waarheid, 22-11-1960:

Atoom-padvinders

De heer J. J. van Bommel, hoofdredacteur van het BB-orgaan „De Paladijn" is boos. In het nummer van november 1960 foetert hij tegen „persorganen en schrijvers, die van huis uit of van nature weigeren de BB serieus te nemen." Nu zijn wij, communisten, noch van huis uit noch van nature tegen de BB. Men heeft mij thuis nooit een waarschuwing tegen de BB meegegeven en ook mijn instinct heeft er weinig mee te maken. Alleen mijn verstand geeft me mijn weerzin tegen het padvinderen op het terrein der atoomsplitsing in. Padvinderen moet tot de jeugd beperkt blijven. Zodra ik een hopman zie met té mollige en té witte knieën onder de korte broek, wordt de gal al in mijn lever losgemaakt. En als zo'n padvinder dan nog met handblussers en vuurzwepen een H-bom te lijf wil, loopt die gal over. Ik heb tweemaal de twijfelachtige eer gehad een BB-oefening gade te slaan. Eenmaal in Hilversum en eenmaal in Den Helder. Ik hoefde niet naar de plaats van handeling te zoeken, want er was tevoren bekend gemaakt waar de bom zou vallen. Tijd en plaats waren al weken vastgesteld, als gold het de intocht van Sinterklaas.
Dat was de fundamentele stommiteit. Je kan van de vijand niet verwachten, dat hij de heer Van Bommel en zijn mede-hoplieden vooraf waarschuwt waar en wanneer hij zijn bom gaat gooien. Zelfs de vriendelijkste vijand doet zoiets niet.
Bovendien: als er een atoombom op de gasfabriek van Den Helder valt, dan staat er geen fabriek meer. Dan is Den Helder ex-marinebasis. Dan hebben de padvinders en padvindsters in BB-overall niets aan hun waterspuiten en vuurzwepen. Dan zijn zij niet meer te onderscheiden van het wrakhout, dat op de kolkende zee boven geheel westelijk Nederland drijft. Dan zwijgt de ondergrondse commandopost bij Honsholredijk of St. Maartensvlotbrug, want er staat vijf meter water boven.
De heer Van Bommel vergist zich als hij De Waarheid rekent tot de persorganen die de BB niet serieus nemen. Wij nemen haar wel serieus, heel serieus zelfs, ook al spotten we met het dilettantisme en de poeha van de BB-hoplieden.
We hebben zelfs de hoop niet opgegeven, dat bij de tegenwoordige stand van de wetenschap het geval-BB nog te genezen is. Want schrijft de heer Van Bommel niet dat bij de ondergrondse oefening in Berg en Dal ook psychologen waren betrokken „om te onderzoeken of en in hoeverre er zich bij de deelnemers aan COPEX afwijkingen hebben voorgedaan"?
Mag ik voorstellen om het psychologisch onderzoek uit te strekken tot alle bovengrondse BB-hoplieden? Dan komt er uit de oefening in Berg en Dal misschien nog iets meer dan een blindedarm…




BB'ster ziek naar boven gehaald

Het vrije volk: 26-10-1960:

BB'ster ziek naar boven gehaald
(Van een onzer verslaggevers)
De bezetting van de ondergrondse commandopost van de BB in Berg en Dal waar de oefening Copex 26 leden van de BB zeven dagen lang van de l buitenwereld afgezonderd houdt, is met een centralist» verminderd. Gistermorgen reed in alle vroegte .een ambulancewagen naar de commandopost, om de centraliste, mej, J. Awater uit Nijmegen, op te halen, die voor een operatieve ingreep naar het ziekenhuis moest worden gebracht.




08 april 2013

Oefening „Copex"


Leeuwarder Courant, 25-10-1960:

Gistermorgen om twaalf uur precies is de oefening „Copex" begonnen. Op dat moment werd de ondergrondse kommandopost van de BB-kring Gelderland XIIin Berg en Dal bij Nijmegen officieel afgesloten en verzegeld. Toen de deelnemers (26, van wie zeven vrouwen) de post binnenkwamen, stond er al een maaltijd (overeenkomende met 3000 kalorieën) klaar. Voor ontspanning zijn er schaak- en damspelen, kaarten en andere spelen, terwijl er ook gelegenheid bestaat tot het verrichten van handenarbeid. Het schaakspel genoot direkt al de aandacht.

07 april 2013

Zeven dagen ondergronds


Leeuwarder Courant, 20-10-1960:

ZEVEN DAGEN ONDERGRONDS
In de kommandopost van de BB-kring Gelderland 12 bij Berg en Dal onder Nijmegen, zal van 24 oktober tot en met 31 oktober een ploeg van 26 BB-vriiwilligers geheel van de buitenwereld afgesloten onder de grond verblijven. Deze „eenzame opsluiting" noemt men oefening Copex (afkorting van commandopost-experiment) en zij is bedoeld als een test voor de nieuwe omstandigheden, waaronder de BB zal moeten werken. De nieuwe omstandigheden zijn gebaseerd op de door de verenigde chefs van staven vastgestelde nieuwe militaire veronderstellingen, waarbij men — zoals bekend — rekening houdt met atoom-aanvallen op Nederland. In de oefening Copex gaat men er dan ook van uit, dat het gebied van Nijmegen ernstig radio-aktief besmet is.
Het personeel in de kommandopost, negentien mannen en zeven vrouwen zal onder deze omstandigheden het BB-kommandowerk moeten verrichten. Op wetenschappelijke wijze wordt nagegaan wat de invloed van een dergelijk lang verblijf onder de grond op physiek en psyche van de mens is. Dagelijks zullen de mannen en vrouwen medisch worden gekontroleerd door de arts J. C. Burg, direkteur van de Nijmeegse GGD. die zelf ook zeven dagen „opgesloten" is. Twee deskundigen zullen de psychologische reakties van het BB-personeel na afloop van de oefening testen.

20 december 2012

Zutphenseweg, Lochem

(Foto december 2012)

Website Joods Historisch Museum:


Uit een schuldbrief uit 1332 valt op te maken dat er omstreeks dat jaar joodse geldschieters actief waren in Lochem en omstreken. In 1665 wordt melding gemaakt van een joodse inwoner die zich tot het christendom bekeerde.
In de achttiende eeuw vestigden zich enige joodse gezinnen blijvend in Lochem. De gezinshoofden hielden zich bezig met beroepen als houder van de Bank van Lening, vleeshouwer, glazenmaker en houder van het pandjeshuis. Arme joden mochten zich er niet vestigen.

Vanaf het laatste kwartaal van de achttiende eeuw bestond in Lochem een georganiseerde joodse gemeente die aanvankelijk voor de godsdienstoefeningen gebruikmaakte van een privé-woning. In 1785 werd een pand aan het Hoogestraatje, in de buurt van 't Ei aangekocht en ingericht als synagoge. In hetzelfde jaar keurde de stadsraad de statuten van de joodse gemeente goed en werd een begraafplaats gekocht naast de synagoge. Deze begraafplaats is tot 1848 in gebruik geweest. In dat jaar werd een nieuwe begraafplaats aan de Zutphenseweg aangekocht.

In de negentiende eeuw groeide de joodse gemeente. Aanvankelijk gingen de kinderen naar de openbare school en kregen zij joodse les van hun ouders. Toen in 1865 een nieuwe, grotere synagoge werd ingewijd aan de Westwal, werd daar tevens een leslokaal en een woning voor de godsdienstonderwijzer in gebruik genomen. Ook de voormalige synagoge werd gebruikt als klaslokaal.
Naast het kerkbestuur en de kerkenraad waren in Lochem een penningmeester voor het Heilige Land en een Armbestuur actief. Verscheidene genootschappen hielden bezig met studie van Tora en Talmoed, begrafeniswezen en onderhoud van de synagoge. Er was tevens een vrouwengenootschap en een jongerenvereniging.

Rond 1900 had de joodse gemeente van Lochem haar grootste omvang bereikt; in de loop van de dertiger jaren van de twintigste eeuw begon het aantal leden af te nemen. Tijdens de Duitse bezetting vond in Lochem in 1941 de eerste razzia plaats, waarbij enige mannen opgepakt werden. Het merendeel van de Lochemse joden is in 1942 en 1943 gedeporteerd en vermoord. Een klein aantal kwam terug uit de kampen of wist door onder te duiken te overleven.

De synagoge is gedurende de bezetting ongeschonden gebleven en is na de oorlog verkocht aan de plaatselijke overheid. Het gebouw werd gerestaureerd en is sinds 1993 in gebruik als cultureel centrum. Een gedenksteen aan de buitenmuur houdt de nagedachtenis aan de omgebrachte joodse medeburgers in herinnering.

In 1947 is de joodse gemeente van Lochem bij die van Borculo gevoegd. Na de opheffing van Borculo vond een samengaan met Deventer plaats. De joodse begraafplaats uit de achttiende eeuw is geruimd; de plaatselijke overheid onderhoudt de begraafplaats aan de Zutphenseweg. In 2003 hebben vrijwilligers van Stichting Boete en Verzoening de grafstenen op de joodse begraafplaats opgeknapt.

Aantal joden in Lochem en omgeving:
1809 63
1840 56
1869 130
1899 149
1930 125






19 december 2012

Moscowa, Arnhem

Joodse Begraafplaats Moscowa
(Foto mei 2011)

Website Joods Historisch Museum:

Arnhem is één van de eerste steden in de noordelijke Nederlanden geweest, waar zich joden gevestigd hebben. De oudste vermelding van een joodse inwoner dateert van 1237. Gedurende de Middeleeuwen was de positie van de joden in Arnhem, net als elders in Gelre, kwetsbaar.
Tijdens de pestepidemie van 1349, "de zwarte dood", werden zij gevangen genomen en werd hun bezit verbeurd verklaard. Op instigatie van een pauselijke afgezant werd het in 1451 aan joden in Arnhem verboden om geld te lenen aan christenen en werden zij verplicht een kenteken te dragen. Daartegenover staat dat ze bescherming genoten van het stadsbestuur. Van het einde der vijftiende eeuw tot het einde van de zeventiende eeuw zijn er geen berichten meer over joden in Arnhem.
In de tijd van de Republiek der Verenigde Nederlanden vestigden zich opnieuw joden in Arnhem. In 1737 kregen de leden van de gemeenschap hun eerste politieke rechten, lidmaatschap van de gilden bleef echter verboden. In die periode werden er synagogediensten gehouden in een privé-huis. Aanvankelijk begroeven de joden van Arnhem hun doden in Huissen en in Wageningen, waar ook al vroeg joodse inwoners geweest zijn. In 1755 werd een joodse begraafplaats de Zandbergen aan Onderlangs ingericht. Een jaar later werd de joodse gemeente officieel erkend door het stadsbestuur en werd er een nieuwe synagoge ingericht aan de Nieuwe Walstraat. In 1780 werd Jonas Daniël Meijer in Arnhem geboren, de man die een beslissende rol zou spelen in het emancipatieproces van de Nederlandse joden. Met de komst van de Fransen werd de formele emancipatie van de joden een feit.

Als hoofdstad van de provincie Gelderland maakte Arnhem in de negentiende eeuw een snelle groei door. Ook de joodse gemeenschap nam zodanig toe, dat er verscheidene malen een grotere behuizing gezocht moest worden voor de synagogediensten. Uiteindelijk werd in 1853 de nog steeds bestaande synagoge aan de Pastoorstraat gebouwd, op de plaats waar eens het geboortehuis van J.D. Meijer stond.
In de loop van de negentiende eeuw werden twee nieuwe joodse begraafplaatsen in gebruik genomen, De Valk of Bovenover en Onder de Linden. Deze zijn later verplaatst naar Moscowa, dat in 1866 in gebruik genomen werd. Deze begraafplaats bestaat tot op heden, maar heeft tegenwoordig naast een joods gedeelte een algemeen en een katholiek gedeelte en een crematorium.
Arnhem werd vanuit joods oogpunt nog belangrijker toen het in 1881 werd aangewezen als hoofdplaats van het synagogaal ressort en zetel van het Opperrabbinaat van Gelderland. Deze functie werd tot dat jaar door Nijmegen bekleed.
De aanwezigheid van een groot aantal verenigingen voor Torastudie en liefdadigheid duidt op een uitgebreid joods sociaal leven. Ook was er een joodse school, een tehuis voor ouden van dagen en een tehuis voor joodse militairen. Meerdere verenigingen voor armenzorg waren rond de eeuwwisseling verantwoordelijk voor een relatief grote groep behoeftigen. Kort voor de Tweede Wereldoorlog was de armoede vrijwel verdwenen. De meeste joden waren toen werkzaam in beroepen als vertegenwoordiger, grossier, winkelier, slager of marktkramer. Ook de oprichter van de Algemene Kunstzijde Unie, Jacques Coenraad Hartogs, behoorde tot de joodse gemeenschap.
In de jaren kort voor de Tweede Wereldoorlog nam het aantal joden in Arnhem aanzienlijk toe door de komst van een grote groep vluchtelingen uit Duitsland. Tijdens de bezetting werd het merendeel der joodse inwoners naar de concentratiekampen in het oosten gedeporteerd en vermoord. Een monument ter hunner nagedachtenis staat op het joodse dedeelte van de begraafplaats Moscowa.

Na de oorlog is de joodse gemeente van Arnhem heropgericht. De synagoge aan de Pastoorstraat werd gerestaureerd en is in 1950 weer in gebruik genomen. De in 1998 opgerichte Stichting Arnhemse Synagoge heeft plannen voor een ingrijpende restauratie, met als doel het gebouw weer in zijn oorspronkelijke staat terug te brengen.
Eind zestiger jaren vormde zich in Arnhem een liberaal-joodse gemeente. Het in 1960 opgerichte bejaardenhuis Beth Zikna, dat de plaats innam van het in 1942 opgeheven Beth Mikloth Lezikno, sloot in 1998 definitief zijn deuren.
In juli 2001 is een groep van vijftig vrijwilligers van de Stichting Boete en Verzoening begonnen met het opknappen van de begraafplaats aan Onderlangs.
De restauratie van de synagoge, waartoe in 1998 door de Stichting Arnhemse Synagoge het initiatief werd genomen, is in augustus 2001 begonnen en werd afgesloten in 2003. Op 8 oktober van dat jaar heeft de Stichting Arnhemse Synagoge, tijdens een bijeenkomst in aanwezigheid van Koningin Beatrix, het gebouw weer overgedragen aan het NIK.

Tot het gebied van Arnhem behoort ook het dorp Huissen, waar al vanaf de Middeleeuwen joden gewoond hebben. Aanvankelijk begroeven zij hun doden in Arnhem en in Nijmegen, in de tijd van de Republiek hadden zij een eigen begraafplaats.
Tegenwoordig behoren Zevenaar, Doesburg, Dieren, Oosterbeek en Velp tot de kring van de joodse gemeente Arnhem.

Aantal joden in Arnhem en omgeving:
1809 332
1840 509
1869 990
1899 1275
1930 1389
1951 327
1971 241
1998 70

18 december 2012

Arnhemseweg, Zevenaar

Hier rust Julia Cohen. Overleden 26 kislev 5692, 9 december 1931. Zij ruste in vrede. Joodse begraafplaats, Arnhemseweg, Zevenaar. Foto genomen 16 december 2012
(Foto december 2012)

Website Joods Historisch Museum:

Op een joodse begraafplaats geldt 'eeuwige grafrust'. Dit betekent dat de graven ongemoeid gelaten moeten worden en slechts bij uitzondering, als de overheid dit eist, verplaatst mogen worden. Een uitzondering geldt voor herbegraven in Israël.

Het jodendom kent meerdere namen voor begraafplaats, waaronder Bet Chajiem (huis van het leven), Bet Olam (huis van de wereld) en Bet Kevarot (huis der graven). Het voorschrift, dat begraafplaatsen niet geruimd mogen worden heeft tot consequentie dat ze meestal een eind buiten de stad liggen.

Op een asjkenazische begraafplaats vindt men voornamelijk staande grafstenen. Deze hebben of alleen een Hebreeuwse tekst of zowel Hebreeuws als de landstaal. Sefardische joden hebben een voorkeur voor liggende stenen. De grafteksten waren vroeger vaak in het Portugees, nu is Hebreeuws of de landstaal gebruikelijker.

Op de graven laat men vaak een klein steentje achter, als teken dat men op bezoek is geweest. Dit gebruik is in betekenis vergelijkbaar met de gewoonte bij niet-joden om bloemen neer te leggen.

--

Zie ook Jacques Perkstraat, Zevenaar