Posts tonen met het label WO II. Alle posts tonen
Posts tonen met het label WO II. Alle posts tonen

09 juli 2026

Algemene Begraafplaats Tolkamer

Tolkamer War Cemetery
Tolkamer War Cemetery
Tolkamer War Cemetery is een kleine militaire begraafplaats die deel uitmaakt van de algemene begraafplaats aan de Bijlandseweg, aan de noordoever van de Rijn ten westen van Tolkamer. Op de begraafplaats liggen acht oorlogsslachtoffers uit de Tweede Wereldoorlog begraven. Vijf van hen waren vliegeniers van het No. 640 Squadron RAF, gesneuveld op 17 juni 1944. Twee anderen waren vliegeniers van de Royal Canadian Air Force, eveneens omgekomen op 17 juni 1944. Deze zeven vormden de bemanning van een Handley Page Halifax-bommenwerper die in de omgeving neerstortte. De achtste is een onbekend gebleven Canadese militair.

Het graf van Elke Winterscheid ligt direct naast de militaire graven. Haar grafteken maakt geen deel uit van de officiële Commonwealth War Graves, maar bevindt zich wel binnen hetzelfde kleine, omheinde gedeelte van de begraafplaats aan de Rijn. Dit terrein werd oorspronkelijk gebruikt voor het begraven van lichamen die in de omgeving uit de Rijn werden geborgen. Dat verklaart wellicht ook de aanwezigheid van een gedenkteken of grafsteen voor Erich Brassmann (1904–1978).
Begraafplaats Tolkamer
Tolkamer War Cemetery

08 mei 2026

Opoe Zonnebloem knapt het op

Krantenstrip 'Opoe Zonnebloem knapt het op' in weekblad De prinsestad van 27 april 1946, met een bezoek van Baron Van Haring tot Odeem, burgemeester van Polderbroek.

Bij het zoeken naar achtergrondinformatie in Delpher dook deze leuke bijvangst op: zeventien afleveringen van de krantenstrip Opoe Zonnebloem knapt het op van een anonieme maker, gepubliceerd in het weekblad De Prinsestad: voor orde, recht en opbouw, orgaan van de Vereeniging van oud-politieke gevangenen te Delft. In Delpher is tot nu toe (mei 2026) nog maar een beperkt aantal nummers van het weekblad beschikbaar. Wellicht volgen later meer scans.

Op de site van het Stadsarchief Delft is een leerzaam artikel over De Prinsestad te vinden, waarin terloops wordt vermeld dat het archief een complete reeks van dit tijdschrift bezit. In het artikel wordt gesproken over de harde en spottende toon, die ongebruikelijk was in de over het algemeen positieve wederopbouwsfeer. “Het blad is dan ook bestemd voor een vrij specifieke doelgroep: oud-politieke gevangenen, verzetslieden die in Duitse gevangenschap zaten.” Het artikel is gebaseerd op het boek De geest van het verzet. Ex-politieke gevangenen uit ’40–’45 van Tom de Ridder (Zutphen, 2009).

De strip is vooralsnog een bescheiden raadsel. De reeks lijkt nergens gesigneerd en de uitgebreide overzichten van Lambiek over krantenstrips uit de jaren 1940–1950 bevatten geen vermelding van de titel. De gevonden reeks is, zoals gezegd, onvolledig, maar de scans volgen wel een chronologische volgorde, zodat het verhaal redelijk te volgen is. We zien veel verwijzingen naar de Duitse bezetter (bijvoorbeeld een stamhoofd dat op Göring lijkt) en naar actuele gebeurtenissen, zoals de opstand in Kamp Duindorp.

Deze opstand vond plaats in juni 1946, toen geïnterneerde NSB’ers en collaboratieverdachten in opstand kwamen tegen de slechte omstandigheden en zware dwangarbeid in het Scheveningse interneringskamp. Bewakers werden bekogeld met stenen en dakpannen, en de rellen duurden enkele dagen voordat politie en militairen de rust herstelden.

De kwaliteit van de strip is zeker vergelijkbaar met die van soortgelijke strips uit die periode. Alleen al daarom was het leuk om hier even in te duiken.

Krantenstrip 'Opoe Zonnebloem knapt het op' in weekblad De prinsestad van 1 mei 1946, met Jan Kruidnagel en Jim, de beroemde jockey, en zijn wonderpaard.
Krantenstrip 'Opoe Zonnebloem knapt het op' in weekblad De prinsestad van 11 mei 1946, met Hors, het nukkige renpaard dat soms verstandig is.
Krantenstrip 'Opoe Zonnebloem knapt het op' in weekblad De prinsestad van 15 juni 1946, met geest Adolf en Opoe Zonnebloem in een rijtuig, bespannen met een geestespaard ... den wir fahren.
Krantenstrip 'Opoe Zonnebloem knapt het op' in weekblad De prinsestad van 29 juni 1946, met geest Adolf die in een toespraak spreekt over zijn dappere geestverwanten die in kamp Duindorp zijn opgestaan tegen hun bewakers.
Krantenstrip 'Opoe Zonnebloem knapt het op' in weekblad De prinsestad van 13 juli 1946, met een roodharige reuzenkabouter.
Krantenstrip 'Opoe Zonnebloem knapt het op' in weekblad De prinsestad van 27 juli 1946, met grote spierballenbonk Spiero Ballo en circusbaas Snor.
Krantenstrip 'Opoe Zonnebloem knapt het op' in weekblad De prinsestad van 3 augustus 1946, met aankomst bij het kasteel van de hertog van Calva. 'Hij is wat dik, wat dom en wat trotsch, maar hij is niet lui'.
Krantenstrip 'Opoe Zonnebloem knapt het op' in weekblad De prinsestad van 10 augustus 1946, met de terugkeer van de bloem die door Bullo Stiero was geroofd.
Krantenstrip 'Opoe Zonnebloem knapt het op' in weekblad De prinsestad van 7 september 1946, waarin Opoe Zonnebloem achter in de auto zit bij de Geheime Dooders. Een hersepannenkrakerij volgt.
Krantenstrip 'Opoe Zonnebloem knapt het op' in weekblad De prinsestad van 21 september 1946, met Opoe Zonnebloem als griezelig wit spook.
Krantenstrip 'Opoe Zonnebloem knapt het op' in weekblad De prinsestad van 5 oktober 1946, met Opoe Zonnebloem bij het vliegtuig van Franco.
Krantenstrip 'Opoe Zonnebloem knapt het op' in De prinsestad van 12 oktober 1946, met Opoe Zonnebloem en haar trawanten in een vliegtuig van Spanje naar Zuid-Amerika.
Krantenstrip 'Opoe Zonnebloem knapt het op' in weekblad De prinsestad van 19 oktober 1946, met een onverwachte parachutesprong en een landing op een eiland in de oceaan.
Krantenstrip 'Opoe Zonnebloem knapt het op' in De prinsestad van 2 november 1946, met Spekkie, het opperhoofd van de inlanders. Opoe Zonnebloem vindt 'm net Goering.
Krantenstrip 'Opoe Zonnebloem knapt het op' in weekblad De prinsestad van 9 november 1946, met Opoe Zonnebloem die zich afvraagt of ze zich zal uitroepen tot koningin van de eilandbewoners.
Krantenstrip 'Opoe Zonnebloem knapt het op' in weekblad De prinsestad van 14 december 1946, met de introductie van een witte neger.

14 maart 2026

Ontsnapt aan de struikelstenen

Struikelstenen voor leden van de familie gans, Zevenaar. Foto via www.tracesofwar.nl
Als je door Zevenaar wandelt, kan het je haast niet ontgaan dat er veel struikelstenen liggen die de aandacht vragen voor leden van de familie Gans, bijvoorbeeld op de Arnhemseweg, in de Marktstraat en in de Grietsestraat. Deze stenen maken deel uit van een project van de Duitse kunstenaar Gunter Demnig, bedoeld om slachtoffers van het nationaal­socialisme te herdenken op de plek waar zij voor het laatst vrijwillig woonden.

Wie de struikelstenen ziet, krijgt al snel de indruk dat de hele familie Gans in de Holocaust is omgekomen. Juist daarom was het verrassend om in het boek Een adres van Michal Citroen een fragment tegen te komen waarin Holocaust-overlevende Henry Gans zelf aan het woord komt.
Fragment over Henry Gans in het boek 'Een adres' van Michal Citroen. Screenshot van e-boekversie.
Na wat zoekwerk kwam ik terecht op een site met de biografie van Dr. Henry Gans, M.D., Ph.D.: 

Born in Zevenaar, the Netherlands, in 1925, he survived the Holocaust by hiding for almost three years on a remote farm where he worked with farm animals and performed the other farm chores.

Op die site vind je ook een foto van Henry Gans en kun je lezen dat hij niet alleen een geslaagde medische loopbaan heeft gehad, maar ook de tijd heeft gekregen om boeken te schrijven. 

Besides two medical texts: Introduction into Hepatic Surgery, Elsevier, Amsterdam, London, Dallas and Toronto, 1955, and a monograph in the Current Problems in Surgery series, Hemostasis and the Surgical Patient, Yearbook Publisher, Chicago, 1969, and his research and clinical papers, he wrote during his retirement a book of stories: Stories My Mother Never Told Me, Trafford Publ., Victoria BC / Oxford UK, 2007, and a trilogy: The Holocaust Legacy Trilogy, Vol. I: Tangled Lives, Vol. II: Trivial Pursuit, and Vol. III: Caveat Emptor. Trafford Publishing, 2007.

Omslag van het boek 'Stories My Mother Never Told Me' van Henry Gans
In een hoofdstuk op joodsamsterdam.nl/zevenaar/ wordt eveneens aandacht besteed aan de overlevende tak van de familie Gans, onder het kopje Nieuwe Doelenstraat 2 – familie Gans
[...] Louis en Henny werden in het laatste oorlogsjaar gescheiden van elkaar ondergebracht, maar hun zonen bleven wel bij elkaar bij Hendrik Jan en Grada Smeenk-Eelderink (beiden geboren in 1867 in Zelhem) in het naburige Angerlo op boerderij De Papenheuvel in de Kleine Veldstraat B38 (huidig nummer 2). Na de oorlog bleek de complete familie Gans de oorlog te hebben overleefd. De broers gingen beiden medicijnen studeren en in de jaren vijftig vertrok Maurits naar Canada en Henry naar de VS. 
Dat er in Zevenaar relatief veel struikelstenen voor leden van één familie liggen, heeft waarschijnlijk ook te maken met het feit dat de familie Gans hier vóór de oorlog relatief groot was en meerdere gezinnen in de stad woonden. Het is goed om te ontdekken dat deze periode ook lichtpuntjes heeft gekend. Henry Gans en zijn gezinsleden wisten te ontsnappen aan het lot dat voor zoveel van hun familieleden eindigde ‘onder een struikelsteen’. De boeken van Henry Gans zijn antiquarisch nog te vinden, bijvoorbeeld via AbeBooks.
Omslag van het boek 'Tangled Lives' door Henry Gans

21 februari 2026

Album 1938–1943 – Restmateriaal

Album 1938–1943 – Restmateriaal

Tijdens het onderzoek naar de personen achter ons fotoalbum is er behoorlijk wat materiaal boven water gekomen dat eigenlijk nergens goed bij past. Om dit toch een plaats te geven, en om het later eenvoudig terug te kunnen vinden, is deze blogpost bedoeld voor divers restmateriaal.

Om te beginnen heeft het enige tijd gekost om een foto van ds. Joh. de Boer te achterhalen, maar uiteindelijk is dat gelukt via gereformeerdekerken.info, in het artikel Het kleine gereformeerde kerkje van Piershil. De bron van de foto wordt daar niet vermeld, maar gezien het zichtbare raster gaat het vermoedelijk om een scan van een afbeelding die ooit in een krant of tijdschrift is gepubliceerd.
Dominee Johannes de Boer

Het volgende tekstfragment is afkomstig uit de pdf OVERZICHT VAN PREDIKANTEN DIE JODEN HIELPEN, Kornelis Hamming, gevonden op nazatendevries.nl.
Screenshot van alinea uit de pdf ' OVERZICHT VAN PREDIKANTEN DIE JODEN HIELPEN, Kornelis Hamming'
Voor ons eigen gezin (= gezin van ds. Johannes de Boer (1899-1984), predikant te Zuid-Beijerland: 1931-1947) zijn ds. en mevr. Hamming redders in nood geweest, toen de bezetters ons dorp gingen inunderen om ons tegen een Engelse invasie te beschermen: ”Kom maar naar Oud-Beijerland” – en zo reden op donderdag 24 februari 1944 drie boerenwagens met al ons huisraad en heel ons gezin (zeven jonge kinderen!) naar dat “Zoar” (= plaats waarheen Lot met zijn beide dochters vluchtte na de ondergang van Sodom en Gomorra, Genesis 19: 20-22) bij de familie Hamming. Een gezegend toevluchtsoord. Onvergetelijk. Daar zijn we wel zeer bijzonder huisvrienden geworden, tevens ‘oom en tante’ van de kindertjes daar: eerst twee, maar de derde werd verwacht. Toch was voor ons ook plaats. Hammings gezin in de achterkamer, wij in de voorkamer, een Duits officier in de tussenkamer. Op de studeerkamer boven zat dan nog vaak met ons dominees een heer uit Amsterdam, Joods onderduiker, die administratief voor de kerk bezig was en o.a. ook mijn maandbrief aan de verstrooide Zuid-Beijerlandse gereformeerden vermenigvuldigde”
Lit.: Joh. de Boer, In memoriam Ds. Ite Hamming, in: Jaarboek 1976 GKN, 522.

Dit fragment is interessant omdat hier sprake is van zeven kinderen. Op de site Stamboom De Ruig worden bij Johannes de Boer en Elisabeth de Ruig zes kinderen vermeld; van slechts twee van hen wordt bovendien de naam genoemd. Dit verschil roept vragen op over de volledigheid van de online stamboomgegevens.

Voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog verzorgde ds. Joh. de Boer geregeld bijbel­lezingen op de nationale radio, bijvoorbeeld bij de N.C.R.V. Zijn naam is dan ook veelvuldig terug te vinden in bladen als Vrije Geluiden, het ‘orgaan van den Vrijzinnig Protestantschen Radio Omroep’.

Na de oorlog en zijn verhuizing van Zuid-Beijerland naar Amsterdam werd hij actief in de redactie van de Amsterdamsche kerkbode, het officiële orgaan van de Gereformeerde Kerken in Nederland in Amsterdam. Het blad publiceerde mededelingen, kerkdiensten en artikelen voor de gereformeerde gemeenten. Het stond in de traditie van de Doleantie, de kerkelijke beweging onder leiding van Abraham Kuyper die zich afscheidde van de Nederlandse Hervormde Kerk.
Amsterdamsche kerkbode - officieel orgaan van de Nederduitsche Gereformeerde Kerk (doleerende)

We hadden al gelezen dat ds. Joh. de Boer in 1968, dus na zijn emeritaat op 1 januari 1964, promoveerde tot doctor in de godgeleerdheid aan de Theologische Akademie uitgaande van de Johannes Calvijnstichting te Kampen. Zijn proefschrift, De verzegeling met de Heilige Geest volgens de opvatting van de Nadere Reformatie, is nog antiquarisch verkrijgbaar.

Het is voor buitenstaanders wellicht verrassend te ontdekken dat deze materie ook in recentere tijd nog wordt besproken, bijvoorbeeld op refoforum.nl.
De verzegeling met de Heilige Geest volgens de opvatting van de Nadere Reformatie, J. de Boer.

Zie ook De ouverture van de filosofie (karlbarth.nl) over ontmoetingen met Theo de Boer, zoon van ds. Joh. de Boer.
  

In dagblad Trouw van 22 december 1984 vinden we een overlijdensbericht van Johannes de Boer, met de namen van de directe familieleden. Uit dit bericht kunnen we opmaken dat dochter Elbertha Johanna, mogelijk de oorspronkelijke eigenaar van ons fotoalbum, de roepnaam Elly gebruikte.
Overlijdensbericht Johannes de Boer, Trouw, 22-12-1984

Op dat moment is zij getrouwd met Gerhard Wilcken, een Duitse architect die niet onbekend is gebleven; over hem is onder meer informatie te vinden in diverse publicaties en online bronnen. Volgens een stamboom op MyHeritage dateert het huwelijk uit 1964, zodat mogelijk sprake is van een tweede huwelijk. 

Elly de Boer is verder nauwelijks in openbare bronnen terug te vinden. Vooralsnog heb ik besloten dit spoor niet verder te onderzoeken.


Tot slot is in het Zeeuws Archief, Beeldbank Schouwen-Duiveland, nog een foto te vinden van de echtgenote van ds. Joh. de Boer, genomen in Brouwershaven in 1929. Zittend, derde van links: mevr. De Boer. Een mooie foto die een waardige afsluiting vormt van deze gefragmenteerde verzameling vondsten.

18 februari 2026

Album 1938–1943, pagina 41

Album 1938–1943, pagina 41

We zijn aanbeland bij de voorlaatste pagina van ons album en de foto’s zijn intrigerend. Foto 2, “Drie Rotterdamse onderduikers”, is de eerste echte verwijzing naar de oorlog in dit album.
In het bijschrift bij foto 3 lijkt te staan “Joke (handelsassistente)”. Het kader rond deze foto is eigenaardig scheef uitgesneden .

Het bijschrift bij foto 4 is na wat puzzelen te ontcijferen als “Koekkoekstraat 18”. Dat verwijst dan naar de J.H.B. Koekkoekstraat 18 in Hilversum. Dat lijkt in eerste instantie misschien wensdenken, maar op Google Streetview is goed te zien dat dit adres inderdaad klopt. Je kunt allerlei details mooi vergelijken: boogjes, baksteenpatronen, metselwerk en het aantal ramen. 

In een overlijdensbericht uit Gooische Klanken van 25‑8‑1945 is te zien dat het heel normaal was om de voorletters uit de straatnaam weg te laten en simpelweg “Koekkoekstraat” te gebruiken. Gooische Klanken was een kortstondig dagblad, opererend als een verzetskrant/ondergronds persblad in de regio Hilversum/Bussum direct na de bevrijding in 1945. (Bron)
Overlijdensbericht voor Elbertha Johanna Kerper uit Gooische klanken van 25 augustus 1945
Tot slot kwam ik tijdens het zoeken naar informatie over Koekkoekstraat 18 in Hilversum een onverwacht leuke link tegen tussen Zuid-Beijerland en Hilversum in een bericht van ondertrouw in de Nieuwe Utrechtsche Courant van 03‑03‑1939: een huwelijksbevestiging te Hilversum van P. de Ruig, predikant, en B.M.W de Ruig-Mulder, door ds. J. de Boer uit Zuid-Beijerland. Het genoemde adres is Koekkoekstraat 18 te Hilversum. Toeval? Mogelijk, maar wel een flinke dosis. 

16 februari 2026

Album 1938–1943, pagina 36 en 37

Album 1938–1943, pagina 36
Album 1938–1943, pagina 37, foto’s van jongelui op een sportveld
Album 1938–1943, pagina 36: Oud-Beijerland

We zien foto’s van een buitengebeuren voor een groot pand. Na wat snuffelen lijkt het hier te gaan om het sportveld van de oude HBS in Oud-Beijerland. Op piershil.com is een foto te zien met de titel ‘Vanaf het sportveld van de HBS’ (1963), en aan de hand van die foto kun je mooi het torentje, het dak en de ramen vergelijken met die van het gebouw op foto 1 van pagina 36.
Album 1938–1943, pagina 36. foto 1: jongelui voor de HBS in Oud-Beijerland
HBS in Oud-Beijerland

De vraag is wel wat de functie van het gebouw dan eigenlijk was tijdens de oorlogsjaren. Op de site van Open Monumentendag lezen we: “Het gebouw fungeerde in de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog als hoofdkwartier van het Zuidfront van de Vesting Holland en na de Bevrijding werden in het gebouw tijdelijk N.S.B.’ers opgesloten.” Hierbij wordt niet expliciet vermeld wat de status van het gebouw was tijdens de oorlogsjaren. Als we evenwel 1943 als ijkjaar nemen voor deze pagina uit ons album (de andere dateringen lijken te kloppen en per slot van rekening heet het album ‘1938–1943’), dan kunnen we misschien met wat slagen om de arm concluderen dat de school tijdens de oorlog gewoon als school heeft gefunctioneerd. Maar wacht...
Album 1938–1943, pagina: jongelui op sportveld
De website piershil.com bleek nog een mooie, maar ook wat verwarrende verrassing in petto te hebben. Op de pagina ‘1920 – De gymzaal van de HBS’ staan onderaan twee oude zwart‑witfoto’s (‘De gymzaal in 1945’). En tot mijn verbazing staat de heldin van ons album daar pontificaal op beide foto’s. Je hoeft niet eens te zoeken: ze neemt op allebei zo ongeveer de belangrijkste plek in.

Vergelijk je de kleding op beide reeksen foto’s (album versus website, dus de foto hierboven tegenover de twee hieronder), dan lijkt het er sterk op dat onze heldin zelfs precies dezelfde outfit draagt.
 
Jongelui voor de HBS in Oud-Beijerland, 1945. Van piershil.com. een van de gezichten is omcirkeld in het kader van dit blogartikel.
Jongelui voor de HBS in Oud-Beijerland, 1945. Van piershil.com. een van de gezichten is omcirkeld in het kader van dit blogartikel.
Natuurlijk kán het dat ze op twee verschillende dagen toevallig hetzelfde aan had, maar het kan ook betekenen dat één van de twee dateringen niet klopt: óf de foto’s in het album zijn niet van 1943 maar van 1945, óf de foto’s op piershil.com zijn niet van 1945 maar van 1943. Aan de andere kant: onze dame lijkt in beide reeksen inderdaad hetzelfde gekleed (wat op een verkeerde datering zou wijzen), maar de andere personen juist niet (wat weer pleit voor twee verschillende dagen). Voorlopig zijn beide opties dus goed mogelijk. Ook hier geldt: misschien komt er ooit nog voortschrijdend inzicht.

Album 1938–1943, pagina 34 en 35

Album 1938–1943, pagina 34
Album 1938–1943, pagina 34 en 35: van Hilversum tot Oud-Beijerland

Deze twee pagina’s zijn hier samengevoegd omdat de reeks van pagina 34 doorloopt naar de volgende pagina. We zien in totaal dus zeven foto’s uit Hilversum en twee uit Oud‑Beijerland.
Album 1938–1943, pagina 34
Ondanks het tijdsgewricht hebben met name de dames uit de eerste set (Hilversum) een uitermate zelfbewuste houding. Ze laten zich niet kennen. Dat heeft geïnspireerd tot de volgende omschrijvingen:

(1) Ons model in lichte mantel
Op de wintercatwalk van ’43 zet onze model haar beste stap in een mantel die niet alleen warm is, maar ook een subtiel signaal afgeeft: ‘kou is een mening, stijl is een feit’. De royale knopen en pluizige wanten vormen een charmante combinatie van elegantie en pure overlevingskunst. Let vooral op de nonchalante blik richting de horizon, alsof geen enkele tegenwind haar uit balans kan brengen.
Album 1938–1943, pagina 34, foto 4: zelfbewuste en modieuze vrouw in bosrijke omgeving, Hilversum, waarschijnlijk 1943
(2) Ons model in donkere jas met bontaccenten
Hier komt onze tweede ster, die bewijst dat zelfs in oorlogstijd een vleugje glamour niet verboden is. De donkere jas met zachte bontdetails fluistert: ‘praktisch, maar nooit saai’. De witte sokken geven een frisse knipoog naar de toekomst, terwijl haar houding verraadt dat ze precies weet hoe fotogeniek ze is. Een look die zegt: ‘Ja, het is koud – maar ik draag warmte die je kunt zien en voelen.’
Album 1938–1943, pagina 34, foto 6: zelfbewuste en modieuze vrouw in bosrijke omgeving, Hilversum, waarschijnlijk 1943

14 februari 2026

Album 1938–1943, pagina 30

Album 1938–1943, pagina 30: zes foto’s zonder bijschrift
Album 1938–1943, pagina 30

Pagina 30 van ons Album 1938–1943 bevat zes foto’s zonder bijschriften. Op foto 4 en 6 zien we een zwaar beladen klassieke boeren- of transportkar. De vracht lijkt te bestaan uit een stoel, mogelijk een tafelblad of kastdeel, houten onderdelen die op huisraad lijken, en meerdere grote jute zakken, wellicht gevuld met kleding, beddengoed of huisraad. De ontspannen houding van de mensen en het nette straatbeeld lijken te bevestigen dat dit geen evacuatie of oorlogssituatie is, maar een reguliere verhuizing of een boedeltransport.
Album 1938–1943, pagina 30, foto 4: een beladen boeren- of transportkar met twee paaarden, omringd door mensen
Album 1938–1943, pagina 30, foto 6: een beladen boeren- of transportkar met twee paaarden, omringd door mensen