Posts tonen met het label genealogie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label genealogie. Alle posts tonen

25 juni 2026

Daarheen en weer terug

Je ziet een vlag met een achternaam die akelig veel op de jouwe lijkt.
Manokwarivlag in vitrine in Museum Bronbeek
Museum Bronbeek, Arnhem. Eigen foto, juni 2026.

Je leest wat.
In Nieuw-Guinea bleef een groep uit handen van het Japanse leger . Onder leiding van Willemsz Geeroms en Kokkelink overleefden ze in de bossen. Het grootste deel van de groep kwam om. Men bewaarde de hele oorlog door de Nederlandse vlag en schonken het aan Koningin Wilhelmina die Museum Bronbeek een betere bewaarplaats vond. 
Manolwari-vlag = Bronbeek


Je leest wat meer.
[...] Ik realiseerde mij plotseling hoeveel jonge mannen we hadden verloren, eigenlijk alleen nog maar in prikacties. Maanden waren voorbij gegaan. De jaren konden we ook al tellen. Daar trokken we dan sedert jaar en dag door de rimboe. Als nomaden. Een grote groep mensen, ondersteund door een paar kleine eenheden, die op verkenning uitgingen en hier en daar een stelling betrokken.

Ik dacht aan soldaat De Mey, die tijdens de mars naar de kust van een steile berghelling was getuimeld. Met volle bepakking stortte hij in een twintig meter lager gelegen rivier. Hij had nog het geluk dat de rivier op dit punt zeer diep was, anders zou hij de val nooit hebben overleefd. Hij was nog bij kennis, toen zijn kameraden uit de grote groep die ons was voor gegaan, hem uit het water hielpen. De val had hem echter zoveel letsel bezorgd, dat hij niet meer op eigen kracht verder kon. 

De commandant stond voor een tragische beslissing. De voedselschaarste was zo nijpend, dat vertraging van het marstempo catastrofaal zou kunnen zijn. Daarom werd besloten dat de gewonde alleen zou achterblijven, in een klein bivak, dat speciaal voor hem werd opgeslagen. De kapitein beloofde hem, dat hij zo spoedig mogelijk zou worden opgehaald.

Ik wist wat het betekende alleen te zijn, omringd door vele vijanden: de rimboe zelf, de Jap, vermoedelijk de bevolking, de angst, en de verbeelding, die de angst voedt. Soldaat De Mey was bovendien nog gewond. Ik vroeg mij af of ik een dergelijke beslissing zou hebben aangedurfd. Zouden er geen dragers te vinden zijn geweest in de grote groep? De Mey was er vermoedelijk zo beroerd aan toe, dat hij niet eens de omvang van de situatie doorzag. Misschien was hij wijsgeriger dan ik en had hij zichzelf voorgehouden dat aan alles een einde komt, óók aan het leven.

Drie dagen en drie nachten heeft De Mey het moeten stellen met zichzelf en met de pijn. De vierde dag kwamen de militie-soldaten Attinger en Mellenbergh hem ophalen. Nu ineens bleken twee mensen voldoende om de gewonde naar het hoofdkwartier te brengen.

In deze situaties doorziet men wel wat kameraadschap vermag, kameraadschap die des te sterker wordt naarmate men meer in de penarie zit. We waren allemaal opgelucht. Ik denk dat iedereen zich verantwoordelijk achtte voor het leven van De Mey. Niemand vocht de beslissing van de commandant openlijk aan, maar ik ben ervan overtuigd, dat iedereen er ongeveer dezelfde mening op na hield en gedacht heeft: Zou ik een dergelijke beslissing genomen hebben?

[...]

Behalve onze twee gewonden, Sandiman en Koch, was ook militie-soldaat De Mey er slecht aan toe. Hij leed aan een tropische zweer, die moeilijk te genezen bleek.
De rest van de groep mocht dan weliswaar gezond zijn, maar was zo verzwakt, dat we in geval van een directe confrontatie met de vijand geen schijn van kans maakten. De langdurige ontberingen hadden teveel van ons geëist.

[...]

De ongelijke strijd in de Vogelkop van Nieuw-Guinea, ónze strijd mocht dan ten einde zijn, het eigenlijke, het gróte gevecht met de Jap was nog in volle gang. Er kon geen soldaat gemist worden. Van onze groep waren het F. Coenraad en I. Koch die het eerst naar het front gingen. Zij werden ingedeeld bij het Nica-detachement, dat samen met de geallieerden de landing bij Tarakan op het eiland Borneo moest uitvoeren.
Sergeant M. Ch. Kokkelink kreeg een aanstelling bij de M.P. en vertrok opnieuw naar Nieuw-Guinea. L. Attinger en G. de Mey werden naar Melbourne overgeplaatst en ingedeeld bij de motorpool.
(Bron: De ongelijke strijd in de Vogelkop, P.P. de Kock.)


Je ontdekt een foto op de site van Museum Bronbeek.
Portret van G.R.W. de Meij 1981. Uit een reeks van acht portretten van oud leden van de verzetsgroep Kokkelink gefotografeerd door Theo van Houts.
Portret van G.R.W. de Mey 1981. 
Uit een reeks van acht portretten van oud leden van 
de verzetsgroep Kokkelink gefotografeerd door Theo van Houts.


Je ontdekt dezelfde foto, en meer, in een krantenartikel.
Deel van krantenartikel 'De ongelijke strijd in de Vogelkop' met foto en tekst van Gustaaf de Mey
Gustaaf de Mey 
Zevenenzestig jaar, getrouwd en woonachtig in Zevenaar. Voelt zich “eigenlijk wel een tevreden mens. Ik heb vier kinderen, die allemaal goed terecht zijn gekomen, dus wat zal ik klagen?” Geniet een klein pensioen voor bewezen diensten als beroepsmilitair. “Af en toe komt er nog weleens iets boven uit de strijd op Nieuw-Guinea. Ik heb mijn vader, moeder, drie broers en een zusje verloren, maar ik laat me niet leiden door depressies, daar schiet je niets mee op. Ik probeer optimistisch te zijn, anders is het niet vol te houden. De ellende zoveel mogelijk vergeten, dat lijkt me ’t beste.De mensen begrijpen toch niet wat wij hebben meegemaakt. En de andere guerrillastrijders zullen beamen hoe weinig blijk van waardering we later hebben gekregen, en hoe de hulpverlening nooit van de grond is gekomen. Teleurstellend, maar ’t is nu eenmaal zo.”
Deel van krantenartikel 'De ongelijke strijd in de Vogelkop'
Deel van krantenartikel 'De ongelijke strijd in de Vogelkop'

En na zoektochten op genealogische en historische sites ontdek je een naam op een naamplaatje, niet al te ver weg.
Naamplaatje G.R.W. de Mey en G.M. de Mey-Nish, Crematorium Moscowa, Arnhem
Naamplaatje G.R.W. de Mey en G.M. de Mey-Nish, Crematorium Moscowa, Arnhem
De laatste eer is inmiddels bewezen, en de cirkel is rond. Ondanks de afwijkende spelling van de achternaam (De Mey in plaats van De Meij) blijkt Gustaaf de Mey niet alleen familie te zijn geweest, maar ook nog eens op slechts een paar honderd meter afstand van jou te hebben gewoond. 

Genealogisch onderzoek blijft een vreemde en verrassende hobby.

(^: Dit artikel was niet mogelijk geweest zonder de hulp en informatie van Michael Veltman.)

11 juni 2026

Poesiealbum Padang S.W.K., pagina 6 en 7

Tekst in  poesiealbum: Bdg 27/11-’50. Ter herinnering: aan Hugo, Linda, Reny, Grace (x) en Mevrouw Moojen
Op pagina 7 van ons album vinden we een gezinsfoto. Bij het meisje rechtsboven is een kruisje geplaatst. De tekst onder de foto is als volgt.

Bdg 27/11-’50.
Ter herinnering:
aan
Hugo, Linda, Reny
Grace (x) en Mevrouw 
Moojen

Kennismaking op de fiets met Grace 
in Poerwakarta. Voortgezet in Bandung.
Tekst in  poesiealbum: Bdg 27/11-’50. Ter herinnering: aan Hugo, Linda, Reny, Grace (x) en Mevrouw Moojen
Met enig zoekwerk is een paspoortaanvraag van Grace te vinden, ondanks dat ze bij het CBG geregistreerd staat als Gruce Jeannette. Wat afwijkt van de meeste paspoortaanvragen is dat er twee pasfoto’s aan het formulier zijn gehecht. Op het formulier staat bovendien vermeld dat zij, als ik het goed lees, op 5 juni 1957 naar Nederland is vertrokken met het ms. Sibajak.
Paspoortaanvraag Grace Jeanette Moojen.

Volgens MyHeritage is Grace in 1961 getrouwd met Siebe Koster. Ze is overleden in 2001. Op die site is ook een piepkleine pasfoto te zien zonder verdere context.
Pasfoto van Grace Moojen, gekopieerd van MyHeritage

Interessant is het bestaan van een orchidee met de prachtige naam Cattleya Grace Moojen. Die naam is terug te vinden in de Orchid Registry en in The Orchid Stud-Book. Het Orchid Stud-Book (1909) behoort tot de oudste en belangrijkste bronnen voor vroege orchideeën­hybriden. Dat betekent dat Cattleya Grace Moojen een erkende vroege hybride is, ook al komt de naam niet voor in moderne RHS-registers. De orchidee is een kruising van Cattleya mossiae en Cattleya warneri. Omdat het Orchid Stud-Book al uit 1909 dateert, kan deze orchidee uiteraard niet zijn vernoemd naar de Grace Moojen uit ons album, die pas in 1936 werd geboren. Toch blijkt het verhaal daarmee nog niet helemaal afgelopen.

In het genoemde Orchid Stud-Book komt namelijk ook een H.E. Moojen voor. Deze persoon wordt niet genoemd als kweker, maar als eigenaar of verzamelaar van orchideeën. Er zijn aanwijzingen dat deze H.E. Moojen afkomstig was uit een Nederlands-Indische tak van de familie Moojen. Op basis van genealogische gegevens lijkt hij mogelijk te identificeren als Hendrik Eduard Moojen, een lid van een familie die in Nederlands-Indië actief was in de late negentiende en vroege twintigste eeuw.

Voor zover de huidige bronnen laten zien, is er geen directe primaire bron die bevestigt dat deze H.E. Moojen inderdaad dezelfde persoon is als de Hendrik Eduard Moojen uit de genealogische gegevens. Evenmin is er een bron die deze identificatie tegenspreekt. De beschikbare aanwijzingen wijzen wel in dezelfde richting, maar van een sluitend bewijs is vooralsnog geen sprake.

Hetzelfde geldt voor de mogelijke verwantschap met Grace Moojen uit het album. Verschillende genealogische gegevens suggereren dat de betrokken personen tot dezelfde Nederlands-Indische familie Moojen behoorden: de familie Moojen in Nederlands‑Indië was klein en geografisch geconcentreerd. Daardoor lijkt het aannemelijk dat er een familieverband bestaat tussen de Grace Moojen van het album en de familie die ook in de orchideeën­literatuur opduikt. Hoe dat verband precies loopt, blijft echter onderwerp van verder onderzoek.

Met deze informatie in het achterhoofd lijkt het goed mogelijk dat zowel de orchidee Cattleya Grace Moojen als de in 1936 geboren Grace Moojen verbonden zijn met dezelfde familie. De beschikbare aanwijzingen wijzen in die richting, maar een directe bevestiging heb ik vooralsnog niet gevonden.

10 juni 2026

Poesiealbum Padang S.W.K., inleiding en pagina 1

Poesiealbum Padang S.W.K,, omslag
Er is een oud poesiealbum uit Nederlands-Indië in mijn handen beland. Het meet ongeveer 14 x 10 centimeter (oblong dus) en telt ongeveer 25 pagina's van erg dun papier. Het boekje valt bijna uit elkaar, dus ik heb besloten er simpelweg foto’s van te maken in plaats van de pagina’s te scannen. De komende dagen zal ik alle pagina’s fotograferen.

We zien hier foto’s van de voorkant en van het boekje zoals het op de eerste pagina is opengeslagen. De tekst rechtsboven op de binnenzijde van de omslag luidt:

Winny Baume
Padang (S.W.K.)
5-11-'35

We gaan er vooralsnog van uit dat dit de naam van de eigenaar is. De afkorting S.W.K. achter de plaatsnaam Padang staat voor 'Sumatra’s Westkust', een historische geografische en bestuurlijke aanduiding uit de tijd van Nederlands-Indië.

Op pagina 1 staat boven de gekantelde tekst Bandung 6-11-'50 en onderin de naam Winny Baume, gevolgd door een handtekening. Wellicht was er ooit een foto op deze pagina geplakt. 
Poesiealbum Padang S.W.K., pagina 1 en 2
Poesiealbum Padang S.W.K., pagina 1
Poesiealbum Padang S.W.K, pagina 2

Winny Baume is te vinden via MyHeritage (om daar verder te zoeken is een account nodig) en WieWasWie. Het resultaat daarvan zie je hieronder.
Screenshot WieWasWie, ‘Vestiging en vertrek met Winny Baume’
Paspoortaanvraag Winny Baume, 1950
Op de paspoortaanvraag zien we een pasfoto van de jonge Winny, de naam van vader Henri Baume uit Semarang en moeder Christine Charlotte Baume-Riekerk uit Padang. Vooralsnog lijkt deze paspoortaanvraag erop te wijzen dat (een deel van) het gezin* naar Nederland wilde vertrekken.
Paspoortaanvraag Henri Baume, 1950
Paspoortaanvraag van Christine Charlotte Riekerk, echtgenote van Henri Bauma, 1950
Over beide ouders is enige informatie beschikbaar. Zo wordt de naam van vader Henri Baume genoemd in deze genealogische bron. De naam van moeder Christine Charlotte Baume-Riekerk, later Christine Charlotte Reynaert-Riekerk** (roepnaam Dee), komt voor in een dossier van het Ministerie van Buitenlandse Zaken inzake schadeclaims in verband met Nederlands-Indië. In dit dossier wordt zij voluit vermeld als C.C. Reynaert-Riekerk. Op het dossier rust een openbaarheidsbeperking tot 1 januari 2028.  

Het feit dat er van Winny Baume aanzienlijk minder digitale sporen terug te vinden zijn dan van haar ouders, is een gegeven waar ik in een later blogartikel mogelijk nog op terugkom.

* Winny had een jongere broer, Frans Victor, geboren 6 juli 1937 in Djakarta.

** Het huwelijk tussen Christine Charlotte Riekerk en Henri Baume werd ontbonden op 13 november 1961 in Manokwari (Nieuw-Guinea). Vervolgens trad Christine Charlotte Riekerk op 12 september 1962 in het huwelijk met Godfrey Reynaert, eveneens in Manokwari. Met ingang van 1 februari 1962 stond zij ingeschreven als inwoner van de gemeente Den Haag.
 
Alle informatie hierboven is afkomstig uit openbare bronnen en kan uiteraard fouten bevatten.

29 maart 2026

Hopelijk ver genoeg van de boom

W.E.L.H. Crowther, bibliophile
W.E.L.H. Crowther, bibliophile, door Florence Rodway

De afgebeelde man is William Crowther (Tasmanië, 1887–1981), zoon van Edward Crowther (1843–1931) en kleinzoon van de in Haarlem geboren William Lodewyk Crowther (1817–1885). Deze voorvader werd uiteindelijk premier van Tasmanië, maar is vooral bekend vanwege de vermeende verminking van de stoffelijke resten van William Lanne. Van Lanne werd destijds (1869) abusievelijk gedacht dat hij de laatste mannelijke Tasmaanse Aboriginal was. Crowther zou diens schedel hebben verwijderd en naar het Royal College of Surgeons in Londen hebben gestuurd.

Op 9 januari 1889 werd in Franklin Square in Hobart een bronzen standbeeld van grootvader Crowther opgericht, gefinancierd door publieke bijdragen. Op 15 augustus 2022 stemde de gemeenteraad van Hobart met 7 tegen 4 vóór het verwijderen van dit standbeeld uit de openbare ruimte in Franklin Square, als gebaar van verzoening.
Standbeeld van  Crowther in Franklin Square, Hobart
Standbeeld William Lodewyk Crowther, Franklin Square, Hobart. 
Foto: Shkuru Afshar.

De bibliograaf en verzamelaar William Crowther, met wiens verstilde portret we deze post begonnen, was vanaf 1955 actief als ere-adviseur voor Australische bibliografie bij de State Library of Tasmania. Hij verzamelde veel informatie over de geschiedenis van de geneeskunde en de natuurhistorie in Tasmanië. In 1963 schonk hij de verzameling skelet­resten van Aboriginals die zich in familiebezit bevond aan het Tasmanian Museum. Vanaf 1964 werd zijn collectie van meer dan 15.000 boeken, manuscripten en historisch materiaal geleidelijk overgedragen aan dezelfde State Library.


William Crowther (1788–1839)
   │
   └── huwelijk met Sarah Pearson (1795–1863)
         │
         └── William Lodewijk (Lodewyk) Crowther (1817–1885)
               Arts, naturalist, premier van Tasmanië
               │
               └── huwelijk met Sarah Victoria Marie Louise Guillod
                     │
                     └── Edward Lodewyk Crowther (1843–1931)
                           Arts, politicus in Tasmanië
                           │
                           └── huwelijk met Emily Augusta Lillie
                                 │
                                 └── William Edward Lodewyk Crowther (1887–1981)
                                       Bibliograaf, verzamelaar, adviseur State Library

25 maart 2026

Carli, Frederik Hendrik (foto’s)

Carli, Frederik Hendrik_studioportret
Carli, Frederik Hendrik en Boyd, Anna Jacoba
Carli, Frederik Hendrik en Boyd, Marie
Pasfoto van Paliah_(bijnaam Tjang), de moeder van Carli, Frederik Hendrik
In diverse online stambomen komen we de naam tegen van Frederik Hendrik Carli (31‑12‑1889 ‑ ??), geboren te Semarang, Midden-Java, Nederlandsch-Indië. De exacte datum van overlijden is moeilijk te vinden. Naar alle waarschijnlijkheid is hij overleden op Nieuw-Guinea, wat het zoeken bemoeilijkt, en moet de datum van overlijden na augustus 1955 liggen (de eigenaar van de foto’s hierboven weet dat er op die datum nog contact is geweest met Nederland).

Op sommige stamboomsites staat als geboortedatum 1890 vermeld, maar blijkens een extract uit het stamboek bij het Departement van Oorlog (zie onderaan) is de datum wel degelijk 31 december 1889. Zijn ouders waren Adrianus Bernardus Carli en een Javaanse vrouw, die geboekstaafd staat als Paliah.

F.H. Carli is getrouwd geweest met Anna Jacoba Boyd (in sommige documenten gespeld als Boijd) en na haar overlijden met haar zuster Marie Boyd (idem). Uit beide huwelijken zijn kinderen geboren.

Het is hier niet de bedoeling een complete stamboom op te zetten, maar juist om informatie voor bestaande stambomen te bieden. Tot nu toe zijn er namelijk nergens foto’s opgedoken van Frederik Hendrik Carli. De foto’s hierboven komen uit een familiearchief van een kleindochter van F.H. Carli die in Nederland woont. Uit de tekst op de achterkant van de foto’s blijkt dat het hier gaat om:

  1. Frederik Hendrik Carli, studioportret

  2. Frederik Hendrik Carli en eerste echtgenote Anna Jacoba Boyd

  3. Frederik Hendrik Carli en tweede echtgenote Marie Boyd

  4. Paliah (bijnaam Tjang), moeder van Frederik Hendrik Carli, pasfoto

We hebben hier dus verschillende foto’s van F.H. Carli, zijn echtgenotes Anna Jacoba Boyd en Marie Boyd en, verrassend genoeg, een foto van zijn moeder Paliah, bij deze tak van de familie vooral bekend onder haar roepnaam Tjang (een naam die F.H. Carli zelf ook gebruikte, zoals blijkt uit een ansichtkaart uit Nieuw-Guinea aan Nederland).

Mensen die werken aan een stamboom waarin een of meer van deze personen voorkomen, hebben hierbij toestemming om deze foto’s te gebruiken. Mocht uw interesse verder gaan, dan zijn er nog een paar foto’s in deze verzameling. Op verzoek kunt u een link krijgen naar een online album met alle foto’s.
Extract uit het Stamboek van carli, Frederik Hendrik, Departement van Oorlog

19 maart 2026

Even veiligstellen

Everardus Johannes Petrus van der Kroft (links) en Johannes Petrus Augustinus van der Kroft
J.P.A. van der Kroft (Jan) staand tweede van links; E.J.P. van der Kroft (Eef) staand vierde van links
J.P.A. van der Kroft (Jan) rechts
Geregistreerde: Everardus Johannes Petrus van der Kroft
Geboortedatum: 31‑10‑1929
Geboorteplaats: ’s‑Gravenhage
Geregistreerde: Johannes Petrus Augustinus van der Kroft
Geboortedatum: 06‑02‑1932
Geboorteplaats: ’s‑Gravenhage

Foto 1: Everardus Johannes Petrus van der Kroft (links) en Johannes Petrus Augustinus van der Kroft

Foto 2:
J.P.A. van der Kroft (Jan) staand tweede van links; E.J.P. van der Kroft (Eef) staand vierde van links

Foto 3:
J.P.A. van der Kroft (Jan) rechts; de persoon links is onbekend.

Foto’s uit eigen collectie. Van alle foto’s is de exacte datum onbekend. Foto 3 is een kopie; de locatie van het origineel is onbekend.
Bevolkingsregister met Petrus Adrianus Marinus van der Kroft
Bevolkingsregister gemeente Den Haag 
Bevolkingsregister met Petrus Adrianus Marinus van der Kroft

28 februari 2026

Voortschrijdend inzicht

Kerkzaal van de Oud Gereformeerde Gemeente in Nederland, Ambachtstraat 3, 3512 ER Utrecht
Enige tijd geleden zag ik de naam van mijn overgrootvader Adrianus Potuijt (ook wel gespeld als Potuyt) langskomen in een artikel over de Vrije Oud Gereformeerde Gemeente en het kerkgebouw van die gemeente aan de Ambachtstraat in Utrecht. Ik was al eens op zoek gegaan naar sporen van deze man – bij ons thuis hing zijn foto aan de muur – maar dit gegeven kende ik nog niet. De hoogste tijd dus om eens een kijkje te nemen bij dit kerkzaaltje, dat nog altijd dezelfde functie vervult. Veel dichterbij zal ik waarschijnlijk niet meer komen.
Bordje bij het godshuis van de oud gereformeerde gemeente in Nederland, Ambachtstraat, Utrecht

21 februari 2026

Album 1938–1943 – Restmateriaal

Album 1938–1943 – Restmateriaal

Tijdens het onderzoek naar de personen achter ons fotoalbum is er behoorlijk wat materiaal boven water gekomen dat eigenlijk nergens goed bij past. Om dit toch een plaats te geven, en om het later eenvoudig terug te kunnen vinden, is deze blogpost bedoeld voor divers restmateriaal.

Om te beginnen heeft het enige tijd gekost om een foto van ds. Joh. de Boer te achterhalen, maar uiteindelijk is dat gelukt via gereformeerdekerken.info, in het artikel Het kleine gereformeerde kerkje van Piershil. De bron van de foto wordt daar niet vermeld, maar gezien het zichtbare raster gaat het vermoedelijk om een scan van een afbeelding die ooit in een krant of tijdschrift is gepubliceerd.
Dominee Johannes de Boer

Het volgende tekstfragment is afkomstig uit de pdf OVERZICHT VAN PREDIKANTEN DIE JODEN HIELPEN, Kornelis Hamming, gevonden op nazatendevries.nl.
Screenshot van alinea uit de pdf ' OVERZICHT VAN PREDIKANTEN DIE JODEN HIELPEN, Kornelis Hamming'
Voor ons eigen gezin (= gezin van ds. Johannes de Boer (1899-1984), predikant te Zuid-Beijerland: 1931-1947) zijn ds. en mevr. Hamming redders in nood geweest, toen de bezetters ons dorp gingen inunderen om ons tegen een Engelse invasie te beschermen: ”Kom maar naar Oud-Beijerland” – en zo reden op donderdag 24 februari 1944 drie boerenwagens met al ons huisraad en heel ons gezin (zeven jonge kinderen!) naar dat “Zoar” (= plaats waarheen Lot met zijn beide dochters vluchtte na de ondergang van Sodom en Gomorra, Genesis 19: 20-22) bij de familie Hamming. Een gezegend toevluchtsoord. Onvergetelijk. Daar zijn we wel zeer bijzonder huisvrienden geworden, tevens ‘oom en tante’ van de kindertjes daar: eerst twee, maar de derde werd verwacht. Toch was voor ons ook plaats. Hammings gezin in de achterkamer, wij in de voorkamer, een Duits officier in de tussenkamer. Op de studeerkamer boven zat dan nog vaak met ons dominees een heer uit Amsterdam, Joods onderduiker, die administratief voor de kerk bezig was en o.a. ook mijn maandbrief aan de verstrooide Zuid-Beijerlandse gereformeerden vermenigvuldigde”
Lit.: Joh. de Boer, In memoriam Ds. Ite Hamming, in: Jaarboek 1976 GKN, 522.

Dit fragment is interessant omdat hier sprake is van zeven kinderen. Op de site Stamboom De Ruig worden bij Johannes de Boer en Elisabeth de Ruig zes kinderen vermeld; van slechts twee van hen wordt bovendien de naam genoemd. Dit verschil roept vragen op over de volledigheid van de online stamboomgegevens.

Voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog verzorgde ds. Joh. de Boer geregeld bijbel­lezingen op de nationale radio, bijvoorbeeld bij de N.C.R.V. Zijn naam is dan ook veelvuldig terug te vinden in bladen als Vrije Geluiden, het ‘orgaan van den Vrijzinnig Protestantschen Radio Omroep’.

Na de oorlog en zijn verhuizing van Zuid-Beijerland naar Amsterdam werd hij actief in de redactie van de Amsterdamsche kerkbode, het officiële orgaan van de Gereformeerde Kerken in Nederland in Amsterdam. Het blad publiceerde mededelingen, kerkdiensten en artikelen voor de gereformeerde gemeenten. Het stond in de traditie van de Doleantie, de kerkelijke beweging onder leiding van Abraham Kuyper die zich afscheidde van de Nederlandse Hervormde Kerk.
Amsterdamsche kerkbode - officieel orgaan van de Nederduitsche Gereformeerde Kerk (doleerende)

We hadden al gelezen dat ds. Joh. de Boer in 1968, dus na zijn emeritaat op 1 januari 1964, promoveerde tot doctor in de godgeleerdheid aan de Theologische Akademie uitgaande van de Johannes Calvijnstichting te Kampen. Zijn proefschrift, De verzegeling met de Heilige Geest volgens de opvatting van de Nadere Reformatie, is nog antiquarisch verkrijgbaar.

Het is voor buitenstaanders wellicht verrassend te ontdekken dat deze materie ook in recentere tijd nog wordt besproken, bijvoorbeeld op refoforum.nl.
De verzegeling met de Heilige Geest volgens de opvatting van de Nadere Reformatie, J. de Boer.

Zie ook De ouverture van de filosofie (karlbarth.nl) over ontmoetingen met Theo de Boer, zoon van ds. Joh. de Boer.
  

In dagblad Trouw van 22 december 1984 vinden we een overlijdensbericht van Johannes de Boer, met de namen van de directe familieleden. Uit dit bericht kunnen we opmaken dat dochter Elbertha Johanna, mogelijk de oorspronkelijke eigenaar van ons fotoalbum, de roepnaam Elly gebruikte.
Overlijdensbericht Johannes de Boer, Trouw, 22-12-1984

Op dat moment is zij getrouwd met Gerhard Wilcken, een Duitse architect die niet onbekend is gebleven; over hem is onder meer informatie te vinden in diverse publicaties en online bronnen. Volgens een stamboom op MyHeritage dateert het huwelijk uit 1964, zodat mogelijk sprake is van een tweede huwelijk. 

Elly de Boer is verder nauwelijks in openbare bronnen terug te vinden. Vooralsnog heb ik besloten dit spoor niet verder te onderzoeken.


Tot slot is in het Zeeuws Archief, Beeldbank Schouwen-Duiveland, nog een foto te vinden van de echtgenote van ds. Joh. de Boer, genomen in Brouwershaven in 1929. Zittend, derde van links: mevr. De Boer. Een mooie foto die een waardige afsluiting vormt van deze gefragmenteerde verzameling vondsten.

19 oktober 2025

Crayon, pagina 6, foto 1

Antieke foto met twee onbekende vrouwen
Portret van twee onbekende vrouwen
We zien twee vrouwen in sobere, functionele en volledig bedekkende kleding, typerend voor de Nederlandse burgerlijke mode uit de late 19e eeuw, vermoedelijk tussen 1880 en 1900. Beide vrouwen hebben het haar strak naar achteren gekamd. De kleding van de vrouw rechts oogt iets decoratiever. Zij houdt haar linkerhand tegen de buik en legt haar rechterhand op de schouder van de andere vrouw.

De achtergrond bestaat uit verticale houten planken, mogelijk de buitenzijde van een huis, schuur of bijgebouw. De planken zijn ruw en ongelijk van kleur, wat wijst op verwering en ouderdom. Rond de vrouwen is dichte begroeiing te zien, waaronder struiken met brede bladeren. De grond lijkt onverhard, vermoedelijk aarde of gras.

Boven de vrouw links is op het karton, boven de eigenlijke foto, een kruisje geplaatst. Op de achterkant staan handgeschreven notities:

M. Slotboom
Gortsteeg = [onleesbaar]
Veenendaal

Vrouw gemerkt x
Model 3092 [of 30/22] Half = Vel

[verticaal] of 1.75 papierkoste [sic]
[rechtsboven in kleur] 23

Achterkant van antieke foto met handgeschreven tekst: M. Slotboom / Gortsteeg = [onleesbaar] / Veenendaal / Vrouw gemerkt x

Deze notities doen sterk denken aan de tekst op de achterkant van foto 1 op pagina 1 van fotoalbum Crayon. Ook die opname werd vermoedelijk gebruikt als bron voor een crayontekening, en gezien de context zou dat hier eveneens goed kunnen gelden. Op foto 1 kwam bovendien dezelfde naam voor: M. Slotboom. Het handschrift lijkt sterk overeen te komen, al valt dat niet met zekerheid vast te stellen.

Deze foto lijkt dus direct gelinkt aan de eerste foto uit het album, waarmee de locaties Enschede en Veenendaal met elkaar worden verbonden: plaatsen die in dit album vaker opduiken. Dat wijst erop dat het album als geheel is samengesteld uit verwante foto’s, en niet uit willekeurige vondsten.

M. Slotboom
Bij foto 1 op pagina 1 kon geen relevante persoon met de naam Slotboom worden geïdentificeerd in Enschede. Ook in Veenendaal is het lastig om de juiste persoon te traceren, maar wellicht ligt hier voor iemand anders nog een schone taak weggelegd.

Ter oriëntatie: volgens gegevens van Geneanet was de spreiding van de naam Slotboom rond 1900 als volgt:
Spreiding van de naam Slotboom in Nederland rond 1900 volgens Geneanet

Gortsteeg
In de nieuwsbrief (pdfOud Veenendaal, maart 2013, 28e jaargang, nummer 1, lezen we op pagina 77:

“Op een kaart van de Gelderse Vallei, gepubliceerd door Nicolaas van Geelkerken in 1651, komt de naam Gortsteeg in Veenendaal al voor. De naam werd officieel vastgesteld bij raadsbesluit van 28 juni 1920. [...] Zeven jaar later, bij raadsbesluit van 4 oktober 1927, werd de naam gewijzigd in Gortstraat.”

De straatnaam blijkt lokaal goed bekend en allesbehalve obscuur. Tijdens het zoeken dook zelfs het volgende aardige tekstje op:

De Gortsteeg in Veenendaal is een rijke straat.
Wonen daar mensen met veel geld?
Nee, dat niet.
Toch is het een rijke straat.
In elk huis woont een kind van de Heere.
In sommige huizen wonen er nog wel meer dan één.
Op zondagavond hoor je de mensen in de Gortsteeg zingen.

(Bron: website Boekhandel Den Hertog)

Misschien levert de rest van het album nog nieuw inzicht op, maar voor nu is al opvallend veel achtergrondinformatie achterhaald.

07 oktober 2025

Velp, Kerkstraat

We hebben een ansichtkaart, maar wat zien we allemaal?
De voorkant (afbeeldingskant) van de ansichtkaart 'Velp, Kerkstraat' die in dit artikel besproken wordt
Voorkant (afbeeldingskant)

Afbeelding:
De afbeelding toont een ingekleurde prentbriefkaart van de Kerkstraat in Velp (Gelderland), vermoedelijk uit het begin van de 20e eeuw. De statige laanstructuur met bomen die we op de kaart zien, is weinig veranderd. De villa’s op de ansichtkaart lijken overeen te komen met de huidige panden aan de Kerkstraat rond nummer 34.

Gedrukte tekst:
VELP Kerkstraat
Dr. Trenkler & Co., Leipzig – Nachdruck verboten.

Dr. Trenkler & Co. uit Leipzig werd in 1894 opgericht door Bruno Trenkler, een chemicus die zich specialiseerde in grafische reproductietechnieken. Het bedrijf stond bekend om zijn ansicht­kaarten, foto­reproducties, reclame-uitingen, catalogi en zelfs drukplaten. Rond 1909 werkten er meer dan 700 mensen in de fabriek aan de Eichstädtstraße in Leipzig, met een indrukwekkend machinepark van circa 130 persen. Zie onder meer de website van de Vereniging Documentatie Prentbriefkaarten (VDP) en Wikipedia (Duitse editie).

Handgeschreven tekst:
Lieve Nora en Toos, hartelijk dank voor je briefje en regels onderaan. Het gaat mij goed, maar veel was mij eerst toch vreemd.
[onleesbaar] 29 mei 1905
o.a. de lange avonden, tot 8.30 licht en 's nachts al voor 4 uur!
Kom je eens bij me kijken?

[onleesbaar] Aug. v. [onleesbaar]

De achterkant (adreskant) van de ansichtkaart 'Velp, Kerkstraat' die in dit artikel besproken wordt
Achterkant (adreskant)

Gedrukte tekst:
BRIEFKAART
(CARTE POSTALE)
Algemeene Postvereeniging (Union postale universelle)
Zijde voor adres bestemd. (Côté réservé à l'adresse.)

Aan:

Handgeschreven tekst:
Mejuffrouw H. (?) Doornik
p/a WelEdelGeb. Heer Pereira de Mattos
[onleesbaar]
halte Delangoe
Solo

Het is het handigst het adres van achter naar voren te bespreken.

Solo (ook wel Surakarta, Soerakarta of Sala) is een stad op het eiland Java. Deze vorstelijke residentie ligt in Midden-Java aan de rivier de Solo (Bengawan Solo), ongeveer zestig kilometer ten noordoosten van Yogyakarta.

Halte Delangoe verwijst naar een station (“halte”) op de lijn Solo‑Djocja (oude spelling).

COLLECTIE TROPENMUSEUM: Spoorwegstation Delangoe van de N.I.S TMnr 10014027
Het station bestaat nog steeds

Stasiun Delanggu, afbeelding van maps.me/catalog/transport/railway-station/delanggu-1021803638/

Over de aanleg van die spoorlijn was destijds veel te doen, vooral financieel. Al kort na het akkoord werd voorzien dat als gevolg van misrekeningen het “geraamde aanlegkapitaal van ƒ 14.000.000 vermoedelijk met ƒ 3.000.000 zou worden overschreden” – er is sindsdien eigenlijk niet veel veranderd.

Het onleesbare deel tussen de namen en “halte Delangoe” kan natuurlijk van alles betekenen, maar ondanks verschillende zoekacties is niet duidelijk wat er precies staat.

De naam Pereira de Mattos is een Portugees-Joodse familienaam, die in Nederland onder meer voorkomt in Amsterdam en Den Haag. Via Delpher zijn enkele personen met die naam gevonden in een Indische context, maar de beschikbare informatie is te beperkt om verdere conclusies te trekken.

Ook de achternaam Doornik komt in Nederlands-Indië voor, maar ook hier is het spoor te dun om verder te volgen.

Tot slot is het aardig om terug te keren naar het handgeschreven fragment:

“o.a. de lange avonden, tot 8.30 licht en 's nachts al voor 4 uur!”

Als we aannemen dat de afzender, net als de ontvanger, uit Nederlands-Indië kwam, is die verbazing goed te begrijpen. Doordat Java dicht bij de evenaar ligt, komt de zon daar vrijwel het hele jaar op rond 05.30‑06.00 uur en gaat ze onder rond 17.30‑18.00 uur, met hooguit vijftien minuten verschil tussen de seizoenen. Het is dus niet gek als je dan verrast bent door de veel grotere variatie in daglengte in Nederland.

Mooi om te bedenken dat deze kaart uiteindelijk weer in Nederland is opgedoken, en wel in Duiven, vlak bij Velp. Wat we zien is een kaart die na jaren en allerlei omzwervingen bijna op zijn beginpunt is teruggekeerd.


25 september 2025

21 juli 1922

Groepsportret ter gelegenheid van het 25-jarig huwelijk van J. Koridon en M. Bronsink
Deze foto toont een zorgvuldig gecomponeerd groepsportret, genomen voor een bakstenen gevel met een raam. Uit de tekst op de achterkant valt af te leiden dat het hier gaat om het 25-jarig huwelijk van ‘Opa en Oma’, oftewel Jacobus Koridon en Maria Bronsink.

Op de voorgrond zien we Jacobus Koridon (geb. 1869, Kampen) en Maria Bronsink (geb. 1871, Zutphen), zittend afgebeeld en omringd door familieleden en naasten. Hun zilveren huwelijksfeest, gevierd op of rond 21 juli 1922, vormt het centrale thema van deze opname.

De foto ademt de ingetogen sfeer van het interbellum. Compositie, belichting en setting suggereren dat het gaat om een professionele opname op locatie, wat wordt bevestigd door het stempel van Fotohandel Fa. Brincker te Zutphen op de achterzijde.

Daar staat ook het adres Roosendaalscheweg 147 vermeld. Voor zover bekend komt dit adres uitsluitend voor in Putten, Gelderland; geen andere Nederlandse gemeenten hebben een straat met exact deze naam en dit huisnummer. Linksboven in beeld is evenwel een huisnummer 53 zichtbaar, waardoor de precieze locatie van deze foto vooralsnog onduidelijk blijft.
Achterkant van de foto die het onderwerp is van deze blogpost, met de tekst '25e Huwelijk / Oma en Opa / Koridon – Bronsink / Roosendaalscheweg 147 / Fotohandel Fa. Brincker, Zutphen'

Meer informatie:
Huwelijk Jacobus Koridon – Maria Bronsink, Zutphen, 21 juli 1897. De huwelijksakte bevestigt dat Jacobus Koridon (geb. te Kampen) trouwde met Maria Bronsink (geb. te Zutphen) op die datum. Geïnteresseerden kunnen aan de hand van deze links verder zoeken.


Laatste rustplaats Jacobus Koridon, overleden 2 juli 1959 (leeftijd 90).
Laatste rustplaats Maria Bronsink, overleden 29 september 1939 (leeftijd 67).




Portretten in overvloed, over fotograaf Johan Wilhelm Jr. Brincker (Gelders Archief). In dit artikel wordt ook vermeld dat Brincker wordt genoemd in het boek Photographers in the Netherlands van Steven Wachlin (Centraal Bureau voor Genealogie / Nederlands Fotomuseum / RKD, 2011).
- Fotograaf Johan Wilhelm Jr. Brincker (9‑12‑1876 - 21‑11‑1950) op Artera.
- Watersnood Zutphen 1926: fotokaart van Brincker Zutphen.
- In de verzameling van het Stedelijk Museum Zutphen is een foto te vinden die gemaakt is door Brincker, Zutphen.
- Brincker, (Fotografisch Atelier), Zutphen wordt ook genoemd in de archieven van het Nederlandse Beheersinstituut (NBI), 1945‑1968.

19 september 2025

De Duindorpkerk en zo verder

Ansichtkaart met foto en daaronder de tekst 'Den Haag. Duindorpkerk Kranenburgerweg
Een ansichtkaart met een foto van de Duindorpkerk in Scheveningen. Reliwiki zegt hierover: “Mooi op straathoek gesitueerd kerkgebouw, met kleine dakruiter. Na de bouw van de wijk Duindorp, meer naar het westen in Scheveningen, werd deze kerk hernoemd tot Immanuëlkerk (de kerk heeft dus maar kort, tot ± 1937, "Duindorpkerk" geheten; in 1937 kwam in Duindorp de nieuwe Pniëlkerk gereed).”
De locatie van de voormalige Duindorpkerk op een stadsplattegrondje.
De locatie is nog net herkenbaar.
Googler Street View-screenshot van de locatie van de voormalige Duindorpkerk
De frankering van de ansichtkaart bestaat uit een Nederlandse postzegel van 1½ cent in de kleur violet, uitgegeven in de jaren 1920‑1930. Dit type zegel is bekend als een Vliegende Duif-zegel, ontworpen door Chris Lebeau.
Achterkant van ansichtkaart met postzegel van 12½ cent in de kleur paars, uitgegeven in de jaren 1920–1930. Dit type zegel is bekend als een Vliegende Duif-zegel, ontworpen door de bekende kunstenaar Lion Cachet.
Lebeau was een van de kunstenaars aan wie werd gevraagd ontwerpen in te zenden voor de postzegelprijsvraag van 1920. De bedoeling was ontwerpen met en zonder afbeelding van koningin Wilhelmina te maken. De anarchist Lebeau weigerde echter het staatshoofd af te beelden. Hoewel Lebeaus ontwerpen voor de prijsvraag niet werden uitgevoerd, kreeg hij wel de opdracht voor vervaardiging van de cijferzegels met lage waarden. Dit werd de vliegende duif, een soort vereenvoudigde versie van zijn luchtpostzegel die in 1921 verscheen. In 1941 werd de vliegende duif opnieuw uitgegeven, ditmaal voor de hogere geldwaarden. (Bron: Museum Het Schip. Het museum voor de Amsterdamse School.)

De kaart is afgestempeld in ’s‑Gravenhage (Den Haag) op 21 juli 1930. Met promotionele tekst: ‘Bezoekt Vredes- en Volkenbondstentoonstelling ’s‑Gravenhage’, onderdeel van een publieke campagne.

De afzender is onleesbaar (mogelijk ‘Non Disselhof’). De geadresseerde is Mevrouw de Weduwe L. Distel-Schnieder, Staalstraat 1 bis, Utrecht. ‘L.’ is Helena Gezina Schnieder, weduwe van Gerhardus Jozephus Distel. Op het moment dat deze kaart is afgestempeld, 21 juli 1930, was de weduwe 61 jaar. Zij zou 84 worden.