Zoals veel gezinnen in dit tijdsgewricht kende ook het gezin Langkamp diep drama: Antoons broer Hermanus Gerhardus Langkamp overleed in 1948 op de tragisch vroege leeftijd van 18 jaar.
02 september 2026
Album AL, het gezin
01 september 2026
Album AL, de ouders
Antonius Johannes Langkamp (Snappert)
7 november 1892 (Haarle) – 6 april 1978 (Haarle)
en
Anna Maria (Marie) Langkamp (Snappert), geboren Bruggeman
9 februari 1908 (Haarle) – 4 november 2001 (Heeten)
De moeder heeft haar zoon dus overleefd.
25 juni 2026
Daarheen en weer terug
In Nieuw-Guinea bleef een groep uit handen van het Japanse leger . Onder leiding van Willemsz Geeroms en Kokkelink overleefden ze in de bossen. Het grootste deel van de groep kwam om. Men bewaarde de hele oorlog door de Nederlandse vlag en schonken het aan Koningin Wilhelmina die Museum Bronbeek een betere bewaarplaats vond.
[...] Ik realiseerde mij plotseling hoeveel jonge mannen we hadden verloren, eigenlijk alleen nog maar in prikacties. Maanden waren voorbij gegaan. De jaren konden we ook al tellen. Daar trokken we dan sedert jaar en dag door de rimboe. Als nomaden. Een grote groep mensen, ondersteund door een paar kleine eenheden, die op verkenning uitgingen en hier en daar een stelling betrokken.Ik dacht aan soldaat De Mey, die tijdens de mars naar de kust van een steile berghelling was getuimeld. Met volle bepakking stortte hij in een twintig meter lager gelegen rivier. Hij had nog het geluk dat de rivier op dit punt zeer diep was, anders zou hij de val nooit hebben overleefd. Hij was nog bij kennis, toen zijn kameraden uit de grote groep die ons was voor gegaan, hem uit het water hielpen. De val had hem echter zoveel letsel bezorgd, dat hij niet meer op eigen kracht verder kon.De commandant stond voor een tragische beslissing. De voedselschaarste was zo nijpend, dat vertraging van het marstempo catastrofaal zou kunnen zijn. Daarom werd besloten dat de gewonde alleen zou achterblijven, in een klein bivak, dat speciaal voor hem werd opgeslagen. De kapitein beloofde hem, dat hij zo spoedig mogelijk zou worden opgehaald.Ik wist wat het betekende alleen te zijn, omringd door vele vijanden: de rimboe zelf, de Jap, vermoedelijk de bevolking, de angst, en de verbeelding, die de angst voedt. Soldaat De Mey was bovendien nog gewond. Ik vroeg mij af of ik een dergelijke beslissing zou hebben aangedurfd. Zouden er geen dragers te vinden zijn geweest in de grote groep? De Mey was er vermoedelijk zo beroerd aan toe, dat hij niet eens de omvang van de situatie doorzag. Misschien was hij wijsgeriger dan ik en had hij zichzelf voorgehouden dat aan alles een einde komt, óók aan het leven.Drie dagen en drie nachten heeft De Mey het moeten stellen met zichzelf en met de pijn. De vierde dag kwamen de militie-soldaten Attinger en Mellenbergh hem ophalen. Nu ineens bleken twee mensen voldoende om de gewonde naar het hoofdkwartier te brengen.In deze situaties doorziet men wel wat kameraadschap vermag, kameraadschap die des te sterker wordt naarmate men meer in de penarie zit. We waren allemaal opgelucht. Ik denk dat iedereen zich verantwoordelijk achtte voor het leven van De Mey. Niemand vocht de beslissing van de commandant openlijk aan, maar ik ben ervan overtuigd, dat iedereen er ongeveer dezelfde mening op na hield en gedacht heeft: Zou ik een dergelijke beslissing genomen hebben?[...]Behalve onze twee gewonden, Sandiman en Koch, was ook militie-soldaat De Mey er slecht aan toe. Hij leed aan een tropische zweer, die moeilijk te genezen bleek.De rest van de groep mocht dan weliswaar gezond zijn, maar was zo verzwakt, dat we in geval van een directe confrontatie met de vijand geen schijn van kans maakten. De langdurige ontberingen hadden teveel van ons geëist.[...]De ongelijke strijd in de Vogelkop van Nieuw-Guinea, ónze strijd mocht dan ten einde zijn, het eigenlijke, het gróte gevecht met de Jap was nog in volle gang. Er kon geen soldaat gemist worden. Van onze groep waren het F. Coenraad en I. Koch die het eerst naar het front gingen. Zij werden ingedeeld bij het Nica-detachement, dat samen met de geallieerden de landing bij Tarakan op het eiland Borneo moest uitvoeren.Sergeant M. Ch. Kokkelink kreeg een aanstelling bij de M.P. en vertrok opnieuw naar Nieuw-Guinea. L. Attinger en G. de Mey werden naar Melbourne overgeplaatst en ingedeeld bij de motorpool.
Gustaaf de MeyZevenenzestig jaar, getrouwd en woonachtig in Zevenaar. Voelt zich “eigenlijk wel een tevreden mens. Ik heb vier kinderen, die allemaal goed terecht zijn gekomen, dus wat zal ik klagen?” Geniet een klein pensioen voor bewezen diensten als beroepsmilitair. “Af en toe komt er nog weleens iets boven uit de strijd op Nieuw-Guinea. Ik heb mijn vader, moeder, drie broers en een zusje verloren, maar ik laat me niet leiden door depressies, daar schiet je niets mee op. Ik probeer optimistisch te zijn, anders is het niet vol te houden. De ellende zoveel mogelijk vergeten, dat lijkt me ’t beste.De mensen begrijpen toch niet wat wij hebben meegemaakt. En de andere guerrillastrijders zullen beamen hoe weinig blijk van waardering we later hebben gekregen, en hoe de hulpverlening nooit van de grond is gekomen. Teleurstellend, maar ’t is nu eenmaal zo.”
(^: Dit artikel was niet mogelijk geweest zonder de hulp en informatie van Michael Veltman.)
11 juni 2026
Poesiealbum Padang S.W.K., pagina 6 en 7
In het genoemde Orchid Stud-Book komt namelijk ook een H.E. Moojen voor. Deze persoon wordt niet genoemd als kweker, maar als eigenaar of verzamelaar van orchideeën. Er zijn aanwijzingen dat deze H.E. Moojen afkomstig was uit een Nederlands-Indische tak van de familie Moojen. Op basis van genealogische gegevens lijkt hij mogelijk te identificeren als Hendrik Eduard Moojen, een lid van een familie die in Nederlands-Indië actief was in de late negentiende en vroege twintigste eeuw.
Voor zover de huidige bronnen laten zien, is er geen directe primaire bron die bevestigt dat deze H.E. Moojen inderdaad dezelfde persoon is als de Hendrik Eduard Moojen uit de genealogische gegevens. Evenmin is er een bron die deze identificatie tegenspreekt. De beschikbare aanwijzingen wijzen wel in dezelfde richting, maar van een sluitend bewijs is vooralsnog geen sprake.
Hetzelfde geldt voor de mogelijke verwantschap met Grace Moojen uit het album. Verschillende genealogische gegevens suggereren dat de betrokken personen tot dezelfde Nederlands-Indische familie Moojen behoorden: de familie Moojen in Nederlands‑Indië was klein en geografisch geconcentreerd. Daardoor lijkt het aannemelijk dat er een familieverband bestaat tussen de Grace Moojen van het album en de familie die ook in de orchideeënliteratuur opduikt. Hoe dat verband precies loopt, blijft echter onderwerp van verder onderzoek.
Met deze informatie in het achterhoofd lijkt het goed mogelijk dat zowel de orchidee Cattleya Grace Moojen als de in 1936 geboren Grace Moojen verbonden zijn met dezelfde familie. De beschikbare aanwijzingen wijzen in die richting, maar een directe bevestiging heb ik vooralsnog niet gevonden.
10 juni 2026
Poesiealbum Padang S.W.K., inleiding en pagina 1
We zien hier foto’s van de voorkant en van het boekje zoals het op de eerste pagina is opengeslagen. De tekst rechtsboven op de binnenzijde van de omslag luidt:
Winny Baume
Padang (S.W.K.)
5-11-'35
We gaan er vooralsnog van uit dat dit de naam van de eigenaar is. De afkorting S.W.K. achter de plaatsnaam Padang staat voor 'Sumatra’s Westkust', een historische geografische en bestuurlijke aanduiding uit de tijd van Nederlands-Indië.
Op pagina 1 staat boven de gekantelde tekst Bandung 6-11-'50 en onderin de naam Winny Baume, gevolgd door een handtekening. Wellicht was er ooit een foto op deze pagina geplakt.29 maart 2026
Hopelijk ver genoeg van de boom
25 maart 2026
Carli, Frederik Hendrik (foto’s)
Op sommige stamboomsites staat als geboortedatum 1890 vermeld, maar blijkens een extract uit het stamboek bij het Departement van Oorlog (zie onderaan) is de datum wel degelijk 31 december 1889. Zijn ouders waren Adrianus Bernardus Carli en een Javaanse vrouw, die geboekstaafd staat als Paliah.
F.H. Carli is getrouwd geweest met Anna Jacoba Boyd (in sommige documenten gespeld als Boijd) en na haar overlijden met haar zuster Marie Boyd (idem). Uit beide huwelijken zijn kinderen geboren.
Het is hier niet de bedoeling een complete stamboom op te zetten, maar juist om informatie voor bestaande stambomen te bieden. Tot nu toe zijn er namelijk nergens foto’s opgedoken van Frederik Hendrik Carli. De foto’s hierboven komen uit een familiearchief van een kleindochter van F.H. Carli die in Nederland woont. Uit de tekst op de achterkant van de foto’s blijkt dat het hier gaat om:
-
Frederik Hendrik Carli, studioportret
-
Frederik Hendrik Carli en eerste echtgenote Anna Jacoba Boyd
-
Frederik Hendrik Carli en tweede echtgenote Marie Boyd
-
Paliah (bijnaam Tjang), moeder van Frederik Hendrik Carli, pasfoto
We hebben hier dus verschillende foto’s van F.H. Carli, zijn echtgenotes Anna Jacoba Boyd en Marie Boyd en, verrassend genoeg, een foto van zijn moeder Paliah, bij deze tak van de familie vooral bekend onder haar roepnaam Tjang (een naam die F.H. Carli zelf ook gebruikte, zoals blijkt uit een ansichtkaart uit Nieuw-Guinea aan Nederland).
19 maart 2026
Even veiligstellen
28 februari 2026
Voortschrijdend inzicht
21 februari 2026
Album 1938–1943 – Restmateriaal
Album 1938–1943 – Restmateriaal
Tijdens het onderzoek naar de personen achter ons fotoalbum is er behoorlijk wat materiaal boven water gekomen dat eigenlijk nergens goed bij past. Om dit toch een plaats te geven, en om het later eenvoudig terug te kunnen vinden, is deze blogpost bedoeld voor divers restmateriaal.
Voor ons eigen gezin (= gezin van ds. Johannes de Boer (1899-1984), predikant te Zuid-Beijerland: 1931-1947) zijn ds. en mevr. Hamming redders in nood geweest, toen de bezetters ons dorp gingen inunderen om ons tegen een Engelse invasie te beschermen: ”Kom maar naar Oud-Beijerland” – en zo reden op donderdag 24 februari 1944 drie boerenwagens met al ons huisraad en heel ons gezin (zeven jonge kinderen!) naar dat “Zoar” (= plaats waarheen Lot met zijn beide dochters vluchtte na de ondergang van Sodom en Gomorra, Genesis 19: 20-22) bij de familie Hamming. Een gezegend toevluchtsoord. Onvergetelijk. Daar zijn we wel zeer bijzonder huisvrienden geworden, tevens ‘oom en tante’ van de kindertjes daar: eerst twee, maar de derde werd verwacht. Toch was voor ons ook plaats. Hammings gezin in de achterkamer, wij in de voorkamer, een Duits officier in de tussenkamer. Op de studeerkamer boven zat dan nog vaak met ons dominees een heer uit Amsterdam, Joods onderduiker, die administratief voor de kerk bezig was en o.a. ook mijn maandbrief aan de verstrooide Zuid-Beijerlandse gereformeerden vermenigvuldigde”.Lit.: Joh. de Boer, In memoriam Ds. Ite Hamming, in: Jaarboek 1976 GKN, 522.
Voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog verzorgde ds. Joh. de Boer geregeld bijbellezingen op de nationale radio, bijvoorbeeld bij de N.C.R.V. Zijn naam is dan ook veelvuldig terug te vinden in bladen als Vrije Geluiden, het ‘orgaan van den Vrijzinnig Protestantschen Radio Omroep’.
19 oktober 2025
Crayon, pagina 6, foto 1
De achtergrond bestaat uit verticale houten planken, mogelijk de buitenzijde van een huis, schuur of bijgebouw. De planken zijn ruw en ongelijk van kleur, wat wijst op verwering en ouderdom. Rond de vrouwen is dichte begroeiing te zien, waaronder struiken met brede bladeren. De grond lijkt onverhard, vermoedelijk aarde of gras.
Boven de vrouw links is op het karton, boven de eigenlijke foto, een kruisje geplaatst. Op de achterkant staan handgeschreven notities:
Deze notities doen sterk denken aan de tekst op de achterkant van foto 1 op pagina 1 van fotoalbum Crayon. Ook die opname werd vermoedelijk gebruikt als bron voor een crayontekening, en gezien de context zou dat hier eveneens goed kunnen gelden. Op foto 1 kwam bovendien dezelfde naam voor: M. Slotboom. Het handschrift lijkt sterk overeen te komen, al valt dat niet met zekerheid vast te stellen.
Deze foto lijkt dus direct gelinkt aan de eerste foto uit het album, waarmee de locaties Enschede en Veenendaal met elkaar worden verbonden: plaatsen die in dit album vaker opduiken. Dat wijst erop dat het album als geheel is samengesteld uit verwante foto’s, en niet uit willekeurige vondsten.
“Op een kaart van de Gelderse Vallei, gepubliceerd door Nicolaas van Geelkerken in 1651, komt de naam Gortsteeg in Veenendaal al voor. De naam werd officieel vastgesteld bij raadsbesluit van 28 juni 1920. [...] Zeven jaar later, bij raadsbesluit van 4 oktober 1927, werd de naam gewijzigd in Gortstraat.”
De straatnaam blijkt lokaal goed bekend en allesbehalve obscuur. Tijdens het zoeken dook zelfs het volgende aardige tekstje op:
De Gortsteeg in Veenendaal is een rijke straat.
Wonen daar mensen met veel geld?
Nee, dat niet.
Toch is het een rijke straat.
In elk huis woont een kind van de Heere.
In sommige huizen wonen er nog wel meer dan één.
Op zondagavond hoor je de mensen in de Gortsteeg zingen.
(Bron: website Boekhandel Den Hertog)
Misschien levert de rest van het album nog nieuw inzicht op, maar voor nu is al opvallend veel achtergrondinformatie achterhaald.
07 oktober 2025
Velp, Kerkstraat
Afbeelding:
De afbeelding toont een ingekleurde prentbriefkaart van de Kerkstraat in Velp (Gelderland), vermoedelijk uit het begin van de 20e eeuw. De statige laanstructuur met bomen die we op de kaart zien, is weinig veranderd. De villa’s op de ansichtkaart lijken overeen te komen met de huidige panden aan de Kerkstraat rond nummer 34.
Gedrukte tekst:
VELP Kerkstraat
Dr. Trenkler & Co., Leipzig – Nachdruck verboten.
Dr. Trenkler & Co. uit Leipzig werd in 1894 opgericht door Bruno Trenkler, een chemicus die zich specialiseerde in grafische reproductietechnieken. Het bedrijf stond bekend om zijn ansichtkaarten, fotoreproducties, reclame-uitingen, catalogi en zelfs drukplaten. Rond 1909 werkten er meer dan 700 mensen in de fabriek aan de Eichstädtstraße in Leipzig, met een indrukwekkend machinepark van circa 130 persen. Zie onder meer de website van de Vereniging Documentatie Prentbriefkaarten (VDP) en Wikipedia (Duitse editie).
Handgeschreven tekst:
Lieve Nora en Toos, hartelijk dank voor je briefje en regels onderaan. Het gaat mij goed, maar veel was mij eerst toch vreemd.
[onleesbaar] 29 mei 1905
o.a. de lange avonden, tot 8.30 licht en 's nachts al voor 4 uur!
Kom je eens bij me kijken?
Gedrukte tekst:
BRIEFKAART
(CARTE POSTALE)
Algemeene Postvereeniging (Union postale universelle)
Zijde voor adres bestemd. (Côté réservé à l'adresse.)
Aan:
Solo (ook wel Surakarta, Soerakarta of Sala) is een stad op het eiland Java. Deze vorstelijke residentie ligt in Midden-Java aan de rivier de Solo (Bengawan Solo), ongeveer zestig kilometer ten noordoosten van Yogyakarta.
Over de aanleg van die spoorlijn was destijds veel te doen, vooral financieel. Al kort na het akkoord werd voorzien dat als gevolg van misrekeningen het “geraamde aanlegkapitaal van ƒ 14.000.000 vermoedelijk met ƒ 3.000.000 zou worden overschreden” – er is sindsdien eigenlijk niet veel veranderd.
Het onleesbare deel tussen de namen en “halte Delangoe” kan natuurlijk van alles betekenen, maar ondanks verschillende zoekacties is niet duidelijk wat er precies staat.
De naam Pereira de Mattos is een Portugees-Joodse familienaam, die in Nederland onder meer voorkomt in Amsterdam en Den Haag. Via Delpher zijn enkele personen met die naam gevonden in een Indische context, maar de beschikbare informatie is te beperkt om verdere conclusies te trekken.
Ook de achternaam Doornik komt in Nederlands-Indië voor, maar ook hier is het spoor te dun om verder te volgen.
Tot slot is het aardig om terug te keren naar het handgeschreven fragment:
“o.a. de lange avonden, tot 8.30 licht en 's nachts al voor 4 uur!”
Als we aannemen dat de afzender, net als de ontvanger, uit Nederlands-Indië kwam, is die verbazing goed te begrijpen. Doordat Java dicht bij de evenaar ligt, komt de zon daar vrijwel het hele jaar op rond 05.30‑06.00 uur en gaat ze onder rond 17.30‑18.00 uur, met hooguit vijftien minuten verschil tussen de seizoenen. Het is dus niet gek als je dan verrast bent door de veel grotere variatie in daglengte in Nederland.
Mooi om te bedenken dat deze kaart uiteindelijk weer in Nederland is opgedoken, en wel in Duiven, vlak bij Velp. Wat we zien is een kaart die na jaren en allerlei omzwervingen bijna op zijn beginpunt is teruggekeerd.





























![Achterkant van antieke foto met handgeschreven tekst: M. Slotboom / Gortsteeg = [onleesbaar] / Veenendaal / Vrouw gemerkt x](https://blogger.googleusercontent.com/img/b/R29vZ2xl/AVvXsEi3J64I9FWFQRZeDRfM7vjmydprNh92kOCAIgR4Okj5xriZzIZYbWVZqVUV_5zGpuTKCD0zFvCEIx_CzW8pvgYpNsKikP30yHIMSIPFSh85ru_a3Pi1lQ9jV9Y1l8BGbQYepbEfrRiuFdN_Y7FNvp0E9GtpWnbknNZLLDJZIvLLkX2CnqIhrcta/s400/Crayon_p6i1-b.jpg)




