Posts tonen met het label Nederlands-Indië. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Nederlands-Indië. Alle posts tonen

17 augustus 2026

Maddy Stolk – ‘Aardappelen schil je van je af’

Maddy Stolk tijdens de lezing ‘Aardappelen schil je van je af’
CBG-lezing door Maddy Stolk: ‘Aardappelen schil je van je af’ 

Theater aan het Spui, Den Haag, 15 augustus 2026
Maddy Stolk beantwoordt vragen na de lezing ‘Aardappelen schil je van je af’

25 juni 2026

Daarheen en weer terug

Je ziet een vlag met een achternaam die akelig veel op de jouwe lijkt.
Manokwarivlag in vitrine in Museum Bronbeek
Museum Bronbeek, Arnhem. Eigen foto, juni 2026.

Je leest wat.
In Nieuw-Guinea bleef een groep uit handen van het Japanse leger . Onder leiding van Willemsz Geeroms en Kokkelink overleefden ze in de bossen. Het grootste deel van de groep kwam om. Men bewaarde de hele oorlog door de Nederlandse vlag en schonken het aan Koningin Wilhelmina die Museum Bronbeek een betere bewaarplaats vond. 
Manolwari-vlag = Bronbeek


Je leest wat meer.
[...] Ik realiseerde mij plotseling hoeveel jonge mannen we hadden verloren, eigenlijk alleen nog maar in prikacties. Maanden waren voorbij gegaan. De jaren konden we ook al tellen. Daar trokken we dan sedert jaar en dag door de rimboe. Als nomaden. Een grote groep mensen, ondersteund door een paar kleine eenheden, die op verkenning uitgingen en hier en daar een stelling betrokken.

Ik dacht aan soldaat De Mey, die tijdens de mars naar de kust van een steile berghelling was getuimeld. Met volle bepakking stortte hij in een twintig meter lager gelegen rivier. Hij had nog het geluk dat de rivier op dit punt zeer diep was, anders zou hij de val nooit hebben overleefd. Hij was nog bij kennis, toen zijn kameraden uit de grote groep die ons was voor gegaan, hem uit het water hielpen. De val had hem echter zoveel letsel bezorgd, dat hij niet meer op eigen kracht verder kon. 

De commandant stond voor een tragische beslissing. De voedselschaarste was zo nijpend, dat vertraging van het marstempo catastrofaal zou kunnen zijn. Daarom werd besloten dat de gewonde alleen zou achterblijven, in een klein bivak, dat speciaal voor hem werd opgeslagen. De kapitein beloofde hem, dat hij zo spoedig mogelijk zou worden opgehaald.

Ik wist wat het betekende alleen te zijn, omringd door vele vijanden: de rimboe zelf, de Jap, vermoedelijk de bevolking, de angst, en de verbeelding, die de angst voedt. Soldaat De Mey was bovendien nog gewond. Ik vroeg mij af of ik een dergelijke beslissing zou hebben aangedurfd. Zouden er geen dragers te vinden zijn geweest in de grote groep? De Mey was er vermoedelijk zo beroerd aan toe, dat hij niet eens de omvang van de situatie doorzag. Misschien was hij wijsgeriger dan ik en had hij zichzelf voorgehouden dat aan alles een einde komt, óók aan het leven.

Drie dagen en drie nachten heeft De Mey het moeten stellen met zichzelf en met de pijn. De vierde dag kwamen de militie-soldaten Attinger en Mellenbergh hem ophalen. Nu ineens bleken twee mensen voldoende om de gewonde naar het hoofdkwartier te brengen.

In deze situaties doorziet men wel wat kameraadschap vermag, kameraadschap die des te sterker wordt naarmate men meer in de penarie zit. We waren allemaal opgelucht. Ik denk dat iedereen zich verantwoordelijk achtte voor het leven van De Mey. Niemand vocht de beslissing van de commandant openlijk aan, maar ik ben ervan overtuigd, dat iedereen er ongeveer dezelfde mening op na hield en gedacht heeft: Zou ik een dergelijke beslissing genomen hebben?

[...]

Behalve onze twee gewonden, Sandiman en Koch, was ook militie-soldaat De Mey er slecht aan toe. Hij leed aan een tropische zweer, die moeilijk te genezen bleek.
De rest van de groep mocht dan weliswaar gezond zijn, maar was zo verzwakt, dat we in geval van een directe confrontatie met de vijand geen schijn van kans maakten. De langdurige ontberingen hadden teveel van ons geëist.

[...]

De ongelijke strijd in de Vogelkop van Nieuw-Guinea, ónze strijd mocht dan ten einde zijn, het eigenlijke, het gróte gevecht met de Jap was nog in volle gang. Er kon geen soldaat gemist worden. Van onze groep waren het F. Coenraad en I. Koch die het eerst naar het front gingen. Zij werden ingedeeld bij het Nica-detachement, dat samen met de geallieerden de landing bij Tarakan op het eiland Borneo moest uitvoeren.
Sergeant M. Ch. Kokkelink kreeg een aanstelling bij de M.P. en vertrok opnieuw naar Nieuw-Guinea. L. Attinger en G. de Mey werden naar Melbourne overgeplaatst en ingedeeld bij de motorpool.
(Bron: De ongelijke strijd in de Vogelkop, P.P. de Kock.)


Je ontdekt een foto op de site van Museum Bronbeek.
Portret van G.R.W. de Meij 1981. Uit een reeks van acht portretten van oud leden van de verzetsgroep Kokkelink gefotografeerd door Theo van Houts.
Portret van G.R.W. de Mey 1981. 
Uit een reeks van acht portretten van oud leden van 
de verzetsgroep Kokkelink gefotografeerd door Theo van Houts.


Je ontdekt dezelfde foto, en meer, in een krantenartikel.
Deel van krantenartikel 'De ongelijke strijd in de Vogelkop' met foto en tekst van Gustaaf de Mey
Gustaaf de Mey 
Zevenenzestig jaar, getrouwd en woonachtig in Zevenaar. Voelt zich “eigenlijk wel een tevreden mens. Ik heb vier kinderen, die allemaal goed terecht zijn gekomen, dus wat zal ik klagen?” Geniet een klein pensioen voor bewezen diensten als beroepsmilitair. “Af en toe komt er nog weleens iets boven uit de strijd op Nieuw-Guinea. Ik heb mijn vader, moeder, drie broers en een zusje verloren, maar ik laat me niet leiden door depressies, daar schiet je niets mee op. Ik probeer optimistisch te zijn, anders is het niet vol te houden. De ellende zoveel mogelijk vergeten, dat lijkt me ’t beste.De mensen begrijpen toch niet wat wij hebben meegemaakt. En de andere guerrillastrijders zullen beamen hoe weinig blijk van waardering we later hebben gekregen, en hoe de hulpverlening nooit van de grond is gekomen. Teleurstellend, maar ’t is nu eenmaal zo.”
Deel van krantenartikel 'De ongelijke strijd in de Vogelkop'
Deel van krantenartikel 'De ongelijke strijd in de Vogelkop'

En na zoektochten op genealogische en historische sites ontdek je een naam op een naamplaatje, niet al te ver weg.
Naamplaatje G.R.W. de Mey en G.M. de Mey-Nish, Crematorium Moscowa, Arnhem
Naamplaatje G.R.W. de Mey en G.M. de Mey-Nish, Crematorium Moscowa, Arnhem
De laatste eer is inmiddels bewezen, en de cirkel is rond. Ondanks de afwijkende spelling van de achternaam (De Mey in plaats van De Meij) blijkt Gustaaf de Mey niet alleen familie te zijn geweest, maar ook nog eens op slechts een paar honderd meter afstand van jou te hebben gewoond. 

Genealogisch onderzoek blijft een vreemde en verrassende hobby.

(^: Dit artikel was niet mogelijk geweest zonder de hulp en informatie van Michael Veltman.)

20 juni 2026

Indrukken van een zwervelinge

Omslag van het boek ‘Hollandsche vrouw in Indië’, door M.C. Kooij-v.Zeggelen
We hebben een boek in handen: De Hollandsche Vrouw in Indië, ondertitel Indrukken van een zwervelinge door M.C. Kooij-v. Zeggelen. Het omslag is uitgevoerd in de stijl van de ‘Nieuwe Kunst’ die populair was rond 1900. Wie zoekt, vindt veel boeken die dezelfde visuele stijl hebben als deze uitgave, maar vreemd genoeg lijkt deze specifieke uitgave van Scheltema & Holkema online nauwelijks gedocumenteerd. 

Volgens Boekmeter kwam dit boek oorspronkelijk uit onder de ondertitel Indrukken van een zwervelinge en was de gebruikte auteursnaam Marie van Zeggelen. In het standaardwerk De Oost-Indische Spiegel door Rob Nieuwenhuys (editie 1972) vinden we de zinsnede ‘Mevrouw Kooij-van Zeggelen (1870–1957), later schrijvende onder haar meisjesnaam Marie C. van Zeggelen, [...]”. Deze formulering is helaas net iets te dubbelzinnig om ons verder te helpen. We zoeken voort.

In Marie Christine van Zeggelen en het voormalige Indië van Jef Notermans, oorspronkelijk verschenen in het tijdschrift Roeping, jaargang 27 (1950–1951), en terug te vinden via dbnl, lezen we: 
Het Haagse meisje Marie Christine van Zeggelen is o.m. door haar studie aan de Academie voor Beeldende Kunsten in de hofstad al gerijpt tot vrouw, eer zij koers zet naar het verre Oosten. Ongeveer een jaar zwerft ze over Java, totdat de zoveelste militaire mutatie haar gezin naar Celebes doet verhuizen. Aanlokkelijk kon men toentertijd de standplaats Soppeng geenszins noemen. De bevolking, althans een gedeelte van de bewoners in het gebied van Boni droeg nog de sporen van de expeditie onder kolonel Van Loenen in 1905. 

De positie van een Nederlandse vrouw op dat moment tussen enkel Indonesiërs was niet benijdenswaard. Marie van Zeggelen heeft ons dit vrij nauwkeurig beschreven in de ‘Brieven van een Zwervelinge’. Deze bundel herdoopte zij bij de herdruk in ‘De Hollandsche Vrouw in Indië’. (Ondertitel: Indrukken van een Zwervelinge. Amsterdam, z.j.).
Het zou goed kunnen dat we hier met die herdruk te maken hebben. Ons exemplaar is immers ongedateerd. Dat brengt ons niet heel veel verder voor wat betreft deze specifieke uitgave, maar we hebben in elk geval wat achtergrondinformatie. Misschien is het nu dan tijd om het boek eerst eens te lezen.
Voorblad van ‘De Hollandsche vrouw in Indië’, door M.C. Kooij-van Zeggelen
Op de titelpagina van deze uitgave staat het karakteristieke uitgeversvignet van Scheltema & Holkema's Boekhandel te Amsterdam. van Scheltema & Holkema’s Boekhandel te Amsterdam. Het art-nouveau-achtige vignet behoort tot een reeks ontwerpen die door Gerrit Willem Dijsselhof voor de firma werden vervaardigd. We zien de initialen van Klaas Groesbeek en Paul Nijhoff, de directeuren van boekhandel Scheltema & Holkema in Amsterdam, in een ruit die verder is opgevuld met een rozenstruik en twee vissen.
Vignet van Gerrit Willem Dijsselhof met de initialen van Klaas Groesbeek en Paul Nijhoff, de directeuren van boekhandel Scheltema & Holkema in Amsterdam
Voor de beeldvorming is nog een andere bron interessant. In het archief van het Museon-Omniversum bevinden zich vijftien doosjes met glasnegatieven, gemaakt tussen 1890 en 1916 in Nederlands-Indië. De beelden geven niet alleen een indruk van het dagelijks leven in de kolonie, maar werpen ook licht op het Nederlandse koloniale bestuur vanuit het perspectief van de officier Herman Kooij (1868–1950) en zijn echtgenote, de schrijfster Marie van Zeggelen (1870–1957). De foto's zijn terug te vinden door in de catalogus te zoeken op de term ‘Kooij’.

19 juni 2026

Lezing ‘Van spekkoek tot Tjalie Robinson’

Lezing ‘Van spekkoek tot Tjalie Robinson’. Jeroen Dewulf, Bronbeek, Arnhem, 18 juni 2026
Soms wil je ineens naar een lezing en dan blijkt-ie ook nog eens heel erg de moeite waard te zijn. Met dank aan Jeroen Dewulf. Museum Bronbeek, Arnhem, 18 juni 2026.
Lezing ‘Van spekkoek tot Tjalie Robinson’. Jeroen Dewulf, Bronbeek, Arnhem, 18 juni 2026
Lezing ‘Van spekkoek tot Tjalie Robinson’ over de Portugeestalige Mardijkers en de Indische gemeenschap. Jeroen Dewulf, Bronbeek, Arnhem, 18 juni 2026
Lezing ‘Van spekkoek tot Tjalie Robinson’. Jeroen Dewulf, Bronbeek, Arnhem, 18 juni 2026
Lezing ‘Van spekkoek tot Tjalie Robinson’. Jeroen Dewulf, Bronbeek, Arnhem, 18 juni 2026

14 juni 2026

Poesiealbum Padang S.W.K., losse foto

Groepsfoto, Djakarta 1952
We naderen de laatste pagina’s van het poesiealbum en het geheel wordt wat minder overzichtelijk. Tussen pagina 22 en 23 is een losse foto gestoken: een groep lachende mensen poseert voor de camera. Op de achterkant van de foto vinden we de tekst:

Opgenomen te Djak 10‑11‑1952.
Kun je mij nog vinden?

‘Djak’ staat hier vrijwel zeker voor Djakarta. Het verwijst niet naar een plaats in Nieuw-Guinea of naar een andere stad op Java, en de afkorting wordt vaker gezien in fotoalbums (zoals we in dit album de afkorting ‘Bdg’ voor Bandoeng zagen). De vraag is of we Winny Baume nog kunnen vinden. Wie de foto van de paspoortaanvraag in het eerste artikel over dit poesiealbum erbij pakt, zal haar waarschijnlijk vrij snel herkennen.
Achterzijde van goepsfoto, Djakarta 1952, met handgeschreven tekst en ansichtkaartbedrukking
In die periode was Djakarta voor veel Indo’s een stad vol kansen en onzekerheden: niet gevaarlijk in de zin van een oorlogssituatie, maar wel politiek gespannen, sociaal veranderend en juridisch complex. Een plek waar de toekomst nog alle kanten op kon.

12 juni 2026

Poesiealbum Padang S.W.K., pagina 12 en 13

Pagina's uit een poesiealbum met een boodschap en foto van Eric (waarschijnlijk Eric Moojen)
Op pagina 13 van het album zien we een foto van een ernstig ogende jongeman met als begeleidende tekst:

Een kleine herinnering van Eric.
[handtekening]
Bandung 2 Dec 1950.

In de handtekening lijkt de naam Eric Moojen herkenbaar. Op pagina 6/7 zijn eerder enkele personen met deze achternaam aangetroffen. Via WieWasWie is een paspoortaanvraag van ‘Eric Willem Moojen’ (geboren 05‑08‑1932 in Bandung) terug te vinden, al is daarvan om privacyredenen geen scan beschikbaar. 

Op MyHeritage is te zien dat Eric Willem een zus had die Grace heette, wat de aanwijzingen voor een familierelatie versterkt. Op basis van krantenartikelen (hier en hier) kan worden geconcludeerd dat Eric naar Australië is geëmigreerd, waar hij in 2012 is overleden.     
Pagina uit een poesiealbum met een boodschap en foto van Eric (waarschijnlijk Eric Moojen)

Poesiealbum Padang S.W.K., pagina 10 en 11

Pagina's uit een poesiealbum met een boodschap en foto van een onbekend meisje
Op pagina 10 en 11 van het album vinden we een klein raadsel. We zien een foto van een Chinees of Indo-Chinees meisje met daarboven de tekst:

Klasgenote sinds September 1949 in C.L. 1B.
Later in 2B weer samen.
[onleesbaar]

Waarschijnlijk is deze toevoeging geschreven door Winny Baume zelf, net als de toevoeging op de vorige pagina. Onder de foto staat, in een ander handschrift – wellicht van de geportretteerde zelf:

Ter herinnering aan [onleesbaar].

De naam zou Toy Kwee kunnen zijn, maar volgens sommige lezers ook bijvoorbeeld Toy Kwes of Tay Swei. De romanisering van Chinese namen is notoir lastig. Anders dan de eigenaar van dit album hebben wij geen idee in welke richting we moeten zoeken. Vooralsnog beschouwen we deze pagina daarom als een doodlopend spoor. 
Pagina uit een poesiealbum met een boodschap en foto van een onbekend meisje

Poesiealbum Padang S.W.K., pagina 8 en 9

Pagina’s uit poesiealbum met berichtje en foto van Laddy Krak
Op pagina 9 van ons poesiealbum vinden we een foto van een lachende jongeman in korte broek en, zo te zien, een verbandje met pleisters op de rechterknie. Naast de foto staat de volgende tekst.

Bdg.: 28-11-'50
Winny,
Hierbij een kleine herinnering aan de Bandoengse klasgenoot, 
Laddy Krak,
Chr. Lyceum 2B [handtekening]

Daaronder staat, in een ander handschrift:

Klasgenoot vanaf de eerste klas op het C.L.
later in 2B nog.
 
Pagina uit poesiealbum met berichtje en foto van Laddy Krak
Soms kom je bij dit soort onderzoekjes triester nieuws tegen dan je zou willen. Doctorandus Laddy Krak overleed in 1968 op 30-jarige leeftijd. Hij ligt begraven op begraafplaats Westduin in Den Haag, en volgens de website van de begraafplaats is zijn weduwe ruim een halve eeuw later op dezelfde begraafplaats ter ruste gelegd.
Overlijdensadvertentie Laddy Krak, 1968

11 juni 2026

Poesiealbum Padang S.W.K., pagina 6 en 7

Tekst in  poesiealbum: Bdg 27/11-’50. Ter herinnering: aan Hugo, Linda, Reny, Grace (x) en Mevrouw Moojen
Op pagina 7 van ons album vinden we een gezinsfoto. Bij het meisje rechtsboven is een kruisje geplaatst. De tekst onder de foto is als volgt.

Bdg 27/11-’50.
Ter herinnering:
aan
Hugo, Linda, Reny
Grace (x) en Mevrouw 
Moojen

Kennismaking op de fiets met Grace 
in Poerwakarta. Voortgezet in Bandung.
Tekst in  poesiealbum: Bdg 27/11-’50. Ter herinnering: aan Hugo, Linda, Reny, Grace (x) en Mevrouw Moojen
Met enig zoekwerk is een paspoortaanvraag van Grace te vinden, ondanks dat ze bij het CBG geregistreerd staat als Gruce Jeannette. Wat afwijkt van de meeste paspoortaanvragen is dat er twee pasfoto’s aan het formulier zijn gehecht. Op het formulier staat bovendien vermeld dat zij, als ik het goed lees, op 5 juni 1957 naar Nederland is vertrokken met het ms. Sibajak.
Paspoortaanvraag Grace Jeanette Moojen.

Volgens MyHeritage is Grace in 1961 getrouwd met Siebe Koster. Ze is overleden in 2001. Op die site is ook een piepkleine pasfoto te zien zonder verdere context.
Pasfoto van Grace Moojen, gekopieerd van MyHeritage

Interessant is het bestaan van een orchidee met de prachtige naam Cattleya Grace Moojen. Die naam is terug te vinden in de Orchid Registry en in The Orchid Stud-Book. Het Orchid Stud-Book (1909) behoort tot de oudste en belangrijkste bronnen voor vroege orchideeën­hybriden. Dat betekent dat Cattleya Grace Moojen een erkende vroege hybride is, ook al komt de naam niet voor in moderne RHS-registers. De orchidee is een kruising van Cattleya mossiae en Cattleya warneri. Omdat het Orchid Stud-Book al uit 1909 dateert, kan deze orchidee uiteraard niet zijn vernoemd naar de Grace Moojen uit ons album, die pas in 1936 werd geboren. Toch blijkt het verhaal daarmee nog niet helemaal afgelopen.

In het genoemde Orchid Stud-Book komt namelijk ook een H.E. Moojen voor. Deze persoon wordt niet genoemd als kweker, maar als eigenaar of verzamelaar van orchideeën. Er zijn aanwijzingen dat deze H.E. Moojen afkomstig was uit een Nederlands-Indische tak van de familie Moojen. Op basis van genealogische gegevens lijkt hij mogelijk te identificeren als Hendrik Eduard Moojen, een lid van een familie die in Nederlands-Indië actief was in de late negentiende en vroege twintigste eeuw.

Voor zover de huidige bronnen laten zien, is er geen directe primaire bron die bevestigt dat deze H.E. Moojen inderdaad dezelfde persoon is als de Hendrik Eduard Moojen uit de genealogische gegevens. Evenmin is er een bron die deze identificatie tegenspreekt. De beschikbare aanwijzingen wijzen wel in dezelfde richting, maar van een sluitend bewijs is vooralsnog geen sprake.

Hetzelfde geldt voor de mogelijke verwantschap met Grace Moojen uit het album. Verschillende genealogische gegevens suggereren dat de betrokken personen tot dezelfde Nederlands-Indische familie Moojen behoorden: de familie Moojen in Nederlands‑Indië was klein en geografisch geconcentreerd. Daardoor lijkt het aannemelijk dat er een familieverband bestaat tussen de Grace Moojen van het album en de familie die ook in de orchideeën­literatuur opduikt. Hoe dat verband precies loopt, blijft echter onderwerp van verder onderzoek.

Met deze informatie in het achterhoofd lijkt het goed mogelijk dat zowel de orchidee Cattleya Grace Moojen als de in 1936 geboren Grace Moojen verbonden zijn met dezelfde familie. De beschikbare aanwijzingen wijzen in die richting, maar een directe bevestiging heb ik vooralsnog niet gevonden.

Poesiealbum Padang S.W.K., pagina 4 en 5

Pagina’s van poesiealbum, bijdrage van Nancy Hayworth, Chr. Lyc. 3A, 10-11-1950
Op pagina 5 van ons album staat een foto van een meisje in spagaat, vergezeld van de tekst:

10-11-1950
Een kleine herinnering van Nancy Hayworth.
Chr. Lyc. 3A

Helaas leidt de naam ‘Nancy Hayworth’ niet naar ondubbelzinnige zoekresultaten. Ook de site ‘Archive of the Alumni Association of the Christian Lyceum in Bandung (VEDO)’ levert niets op, dus het blijft vooralsnog bij dit blogartikeltje. 
Pagina van poesiealbum, bijdrage van Nancy Hayworth, Chr. Lyc. 3A, 10-11-1950

10 juni 2026

Poesiealbum Padang S.W.K., pagina 2 en 3

Pagina uit poesiealbum met een boodschap van Nico Bachet
Op pagina 3 van ons poesiealbum zien we een pasfoto van een vriendelijk ogende jongeman en de fraai gekalligrafeerde tekst:

Winny, hierbij een kleine
Herinnering aan één van je
Klasgenoten, Nico Bachet
Chr. Lyc. 2B
8/11 1950
[handtekening]

Deze bijdrage suggereert dat poëziealbums in Nederlands-Indië ook door oudere kinderen werden gebruikt dan in Nederland gebruikelijk was. Op de HBS, MULO en Europese Lagere School was het heel gebruikelijk dat jongeren van 12–16 jaar elkaar boodschappen schreven in albums. Het was een manier om vriendschappen te markeren in een gemeenschap waar mensen vaak verhuisden, repatrieerden of werden overgeplaatst.

Bij het CBG | Centrum voor familiegeschiedenis is een paspoortaanvraag uit Nederlands-Indië aanwezig voor Nico René Bachet (geboren 6 september 1933), maar er is geen scan zichtbaar vanwege privacybeperkingen. Als dit inderdaad onze Nico is, is hij later naar de Verenigde Staten geëmigreerd, waar hij bekendstond als Nico R. Bachet. Op deze pagina staat een foto van de in 2017 overleden Nico R. Bachet. Oordeel zelf.

Het Christelijk Lyceum was gevestigd in Bandung, wat overeenkomt met de woonplaats die vermeld wordt op de paspoortaanvraag van Winny Baume (zie de vorige post). Na de onafhankelijkheid van Indonesië hield de school in de jaren vijftig op te bestaan. Zie voor meer achtergrond ook dit artikel op Moesson.
Pagina uit poesiealbum met een boodschap van Nico Bachet
Pagina uit poesiealbum met een boodschap van Nico Bachet

Poesiealbum Padang S.W.K., inleiding en pagina 1

Poesiealbum Padang S.W.K,, omslag
Er is een oud poesiealbum uit Nederlands-Indië in mijn handen beland. Het meet ongeveer 14 x 10 centimeter (oblong dus) en telt ongeveer 25 pagina's van erg dun papier. Het boekje valt bijna uit elkaar, dus ik heb besloten er simpelweg foto’s van te maken in plaats van de pagina’s te scannen. De komende dagen zal ik alle pagina’s fotograferen.

We zien hier foto’s van de voorkant en van het boekje zoals het op de eerste pagina is opengeslagen. De tekst rechtsboven op de binnenzijde van de omslag luidt:

Winny Baume
Padang (S.W.K.)
5-11-'35

We gaan er vooralsnog van uit dat dit de naam van de eigenaar is. De afkorting S.W.K. achter de plaatsnaam Padang staat voor 'Sumatra’s Westkust', een historische geografische en bestuurlijke aanduiding uit de tijd van Nederlands-Indië.

Op pagina 1 staat boven de gekantelde tekst Bandung 6-11-'50 en onderin de naam Winny Baume, gevolgd door een handtekening. Wellicht was er ooit een foto op deze pagina geplakt. 
Poesiealbum Padang S.W.K., pagina 1 en 2
Poesiealbum Padang S.W.K., pagina 1
Poesiealbum Padang S.W.K, pagina 2

Winny Baume is te vinden via MyHeritage (om daar verder te zoeken is een account nodig) en WieWasWie. Het resultaat daarvan zie je hieronder.
Screenshot WieWasWie, ‘Vestiging en vertrek met Winny Baume’
Paspoortaanvraag Winny Baume, 1950
Op de paspoortaanvraag zien we een pasfoto van de jonge Winny, de naam van vader Henri Baume uit Semarang en moeder Christine Charlotte Baume-Riekerk uit Padang. Vooralsnog lijkt deze paspoortaanvraag erop te wijzen dat (een deel van) het gezin* naar Nederland wilde vertrekken.
Paspoortaanvraag Henri Baume, 1950
Paspoortaanvraag van Christine Charlotte Riekerk, echtgenote van Henri Bauma, 1950
Over beide ouders is enige informatie beschikbaar. Zo wordt de naam van vader Henri Baume genoemd in deze genealogische bron. De naam van moeder Christine Charlotte Baume-Riekerk, later Christine Charlotte Reynaert-Riekerk** (roepnaam Dee), komt voor in een dossier van het Ministerie van Buitenlandse Zaken inzake schadeclaims in verband met Nederlands-Indië. In dit dossier wordt zij voluit vermeld als C.C. Reynaert-Riekerk. Op het dossier rust een openbaarheidsbeperking tot 1 januari 2028.  

Het feit dat er van Winny Baume aanzienlijk minder digitale sporen terug te vinden zijn dan van haar ouders, is een gegeven waar ik in een later blogartikel mogelijk nog op terugkom.

* Winny had een jongere broer, Frans Victor, geboren 6 juli 1937 in Djakarta.

** Het huwelijk tussen Christine Charlotte Riekerk en Henri Baume werd ontbonden op 13 november 1961 in Manokwari (Nieuw-Guinea). Vervolgens trad Christine Charlotte Riekerk op 12 september 1962 in het huwelijk met Godfrey Reynaert, eveneens in Manokwari. Met ingang van 1 februari 1962 stond zij ingeschreven als inwoner van de gemeente Den Haag.
 
Alle informatie hierboven is afkomstig uit openbare bronnen en kan uiteraard fouten bevatten.

28 maart 2026

Illustraties van Kick Hofer

eten ze?'vroeg dan Mussolini. Tekening van Kick Hofer
...moesten daar knielen. Tekening van Kick Hofer
Twee van de iets minder heftige illustraties uit Vrouwenkamp op Java, 
door J.H. Hooykaas-van Leeuwen Boomkamp, met tekeningen van Kick Hofer. 
Uitgegeven door N.V. G. Kolff & Co. 
Amsterdam-Batavia 1946.
Vrouwenkamp op Java, J.H. Hooykaas-van Leeuwen Boomkamp; met tekeningen van Kick Hofer; uitgegeven door N.V. G. Kolff en Co; Amsterdam-Batavia 1946
Zie ook Bijzondere map met spotprenten.

25 maart 2026

Carli, Frederik Hendrik (foto’s)

Carli, Frederik Hendrik_studioportret
Carli, Frederik Hendrik en Boyd, Anna Jacoba
Carli, Frederik Hendrik en Boyd, Marie
Pasfoto van Paliah_(bijnaam Tjang), de moeder van Carli, Frederik Hendrik
In diverse online stambomen komen we de naam tegen van Frederik Hendrik Carli (31‑12‑1889 ‑ ??), geboren te Semarang, Midden-Java, Nederlandsch-Indië. De exacte datum van overlijden is moeilijk te vinden. Naar alle waarschijnlijkheid is hij overleden op Nieuw-Guinea, wat het zoeken bemoeilijkt, en moet de datum van overlijden na augustus 1955 liggen (de eigenaar van de foto’s hierboven weet dat er op die datum nog contact is geweest met Nederland).

Op sommige stamboomsites staat als geboortedatum 1890 vermeld, maar blijkens een extract uit het stamboek bij het Departement van Oorlog (zie onderaan) is de datum wel degelijk 31 december 1889. Zijn ouders waren Adrianus Bernardus Carli en een Javaanse vrouw, die geboekstaafd staat als Paliah.

F.H. Carli is getrouwd geweest met Anna Jacoba Boyd (in sommige documenten gespeld als Boijd) en na haar overlijden met haar zuster Marie Boyd (idem). Uit beide huwelijken zijn kinderen geboren.

Het is hier niet de bedoeling een complete stamboom op te zetten, maar juist om informatie voor bestaande stambomen te bieden. Tot nu toe zijn er namelijk nergens foto’s opgedoken van Frederik Hendrik Carli. De foto’s hierboven komen uit een familiearchief van een kleindochter van F.H. Carli die in Nederland woont. Uit de tekst op de achterkant van de foto’s blijkt dat het hier gaat om:

  1. Frederik Hendrik Carli, studioportret

  2. Frederik Hendrik Carli en eerste echtgenote Anna Jacoba Boyd

  3. Frederik Hendrik Carli en tweede echtgenote Marie Boyd

  4. Paliah (bijnaam Tjang), moeder van Frederik Hendrik Carli, pasfoto

We hebben hier dus verschillende foto’s van F.H. Carli, zijn echtgenotes Anna Jacoba Boyd en Marie Boyd en, verrassend genoeg, een foto van zijn moeder Paliah, bij deze tak van de familie vooral bekend onder haar roepnaam Tjang (een naam die F.H. Carli zelf ook gebruikte, zoals blijkt uit een ansichtkaart uit Nieuw-Guinea aan Nederland).

Mensen die werken aan een stamboom waarin een of meer van deze personen voorkomen, hebben hierbij toestemming om deze foto’s te gebruiken. Mocht uw interesse verder gaan, dan zijn er nog een paar foto’s in deze verzameling. Op verzoek kunt u een link krijgen naar een online album met alle foto’s.
Extract uit het Stamboek van carli, Frederik Hendrik, Departement van Oorlog