Posts tonen met het label dbnl. Alle posts tonen
Posts tonen met het label dbnl. Alle posts tonen

20 juni 2026

Indrukken van een zwervelinge

Omslag van het boek ‘Hollandsche vrouw in Indië’, door M.C. Kooij-v.Zeggelen
We hebben een boek in handen: De Hollandsche Vrouw in Indië, ondertitel Indrukken van een zwervelinge door M.C. Kooij-v. Zeggelen. Het omslag is uitgevoerd in de stijl van de ‘Nieuwe Kunst’ die populair was rond 1900. Wie zoekt, vindt veel boeken die dezelfde visuele stijl hebben als deze uitgave, maar vreemd genoeg lijkt deze specifieke uitgave van Scheltema & Holkema online nauwelijks gedocumenteerd. 

Volgens Boekmeter kwam dit boek oorspronkelijk uit onder de ondertitel Indrukken van een zwervelinge en was de gebruikte auteursnaam Marie van Zeggelen. In het standaardwerk De Oost-Indische Spiegel door Rob Nieuwenhuys (editie 1972) vinden we de zinsnede ‘Mevrouw Kooij-van Zeggelen (1870–1957), later schrijvende onder haar meisjesnaam Marie C. van Zeggelen, [...]”. Deze formulering is helaas net iets te dubbelzinnig om ons verder te helpen. We zoeken voort.

In Marie Christine van Zeggelen en het voormalige Indië van Jef Notermans, oorspronkelijk verschenen in het tijdschrift Roeping, jaargang 27 (1950–1951), en terug te vinden via dbnl, lezen we: 
Het Haagse meisje Marie Christine van Zeggelen is o.m. door haar studie aan de Academie voor Beeldende Kunsten in de hofstad al gerijpt tot vrouw, eer zij koers zet naar het verre Oosten. Ongeveer een jaar zwerft ze over Java, totdat de zoveelste militaire mutatie haar gezin naar Celebes doet verhuizen. Aanlokkelijk kon men toentertijd de standplaats Soppeng geenszins noemen. De bevolking, althans een gedeelte van de bewoners in het gebied van Boni droeg nog de sporen van de expeditie onder kolonel Van Loenen in 1905. 

De positie van een Nederlandse vrouw op dat moment tussen enkel Indonesiërs was niet benijdenswaard. Marie van Zeggelen heeft ons dit vrij nauwkeurig beschreven in de ‘Brieven van een Zwervelinge’. Deze bundel herdoopte zij bij de herdruk in ‘De Hollandsche Vrouw in Indië’. (Ondertitel: Indrukken van een Zwervelinge. Amsterdam, z.j.).
Het zou goed kunnen dat we hier met die herdruk te maken hebben. Ons exemplaar is immers ongedateerd. Dat brengt ons niet heel veel verder voor wat betreft deze specifieke uitgave, maar we hebben in elk geval wat achtergrondinformatie. Misschien is het nu dan tijd om het boek eerst eens te lezen.
Voorblad van ‘De Hollandsche vrouw in Indië’, door M.C. Kooij-van Zeggelen
Op de titelpagina van deze uitgave staat het karakteristieke uitgeversvignet van Scheltema & Holkema's Boekhandel te Amsterdam. van Scheltema & Holkema’s Boekhandel te Amsterdam. Het art-nouveau-achtige vignet behoort tot een reeks ontwerpen die door Gerrit Willem Dijsselhof voor de firma werden vervaardigd. We zien de initialen van Klaas Groesbeek en Paul Nijhoff, de directeuren van boekhandel Scheltema & Holkema in Amsterdam, in een ruit die verder is opgevuld met een rozenstruik en twee vissen.
Vignet van Gerrit Willem Dijsselhof met de initialen van Klaas Groesbeek en Paul Nijhoff, de directeuren van boekhandel Scheltema & Holkema in Amsterdam
Voor de beeldvorming is nog een andere bron interessant. In het archief van het Museon-Omniversum bevinden zich vijftien doosjes met glasnegatieven, gemaakt tussen 1890 en 1916 in Nederlands-Indië. De beelden geven niet alleen een indruk van het dagelijks leven in de kolonie, maar werpen ook licht op het Nederlandse koloniale bestuur vanuit het perspectief van de officier Herman Kooij (18681950) en zijn echtgenote, de schrijfster Marie van Zeggelen (18701957). De foto's zijn terug te vinden door in de catalogus te zoeken op de term ‘Kooij’.

04 april 2026

Vingeroefenen

Gelli Plate-monoprint
‘...Maar zooals nu de meisjes haar “aan kunst doen,” dikwijls opvatten, niet als middel maar als een doel, een levensvulling, och arme! bij gebrek aan beter, is het heusch erbarmelijk! Daar zitten ze, uren en uren zich uit te sloven, met een krachtsinspanning, een volharding, een betere zaak waardig, en ze weten allemaal dat er toch nooit iets waarachtig goeds, iets boven het middelmatige uit haar worden zal. Maar toch gaan ze voort met verwoeden ijver! Het is met dat penseelen en vingeroefenen zoo ongeveer net als met het tennissen en wielrijden. Als je die dingen gebruikt om beweging in de frissche lucht te nemen en je te ontspannen na ander werk, zijn dat ook verrukkelijke uitvindingen, maar als je bij wijze van levensdoel dag in dag uit gaat staan tennissen of op een fiets zit, wordt het bepaald degoutant! Dat vind ik ten minste...’ 
Uit: Cécile de Jong van Beek en Donk, Hilda van Suylenburg. Feministische Uitgeverij Sara, Amsterdam 1984 (fotomechanische herdruk van de uitg.: Scheltema & Holkema, Amsterdam 1897). Via dbnl.

11 januari 2026

Het ‘triumviraat‘

Willem Kloos, Pet Tideman en Hein Boeken in het atelier van Witsen, 1892Willem Kloos, Pet Tideman en Hein Boeken in het atelier van Witsen, 1892. De foto is automatisch ingekleurd met de gratis versie van img2go.com. Een en ander werd getriggerd door lezing van het voor mij zeer interessante artikel Wie dat schrijft, zal mij niet in de steek laten: Het leven van Willem Kloos (1859‑1938) door Frans Oerlemans en Peter Janzen. Het artikel verscheen oorspronkelijk in De Parelduiker, jaargang 8 (2003), en is nu online te lezen via DBNL

Ikzelf lees dat soort langere artikelen tegenwoordig trouwens graag op de e‑reader, Als je een Kobo-device hebt, kun je Instapaper gebruiken om artikelen op te slaan en naar je reader te downloaden.

09 oktober 2023

Witte droomgeit

Witte droomgeit
“En weinig dingen zijn zoo verheffend als het terugkeeren in het vredige, landelijke Holland met de vlakke weiden, het blanke water, de stille duinen. Ik was in Egmond aan Zee, onmiddellijk toen ik van Londen kwam, in IJmuiden van de boot gestapt. En die overgang, het was onbeschrijfelijk. De duinen, de lage, stille boschjes, de kerktorentjes, witte droomgeiten aan touwtjes, de groote zee achter me, voor me het effen, groene, vredige land.” 

Frederik van Eeden, Brieven aan Henri Borel (1933, de brief zelf is uit 1895) 


Het geheugen is een raar iets. Ik zag deze scène en ik moest direct denken aan deze tekst, die ik minstens dertig jaar geleden voor het laatst gelezen heb. Niet dat ik alles nog woordelijk wist, maar de ‘witte droomgeiten’ waren duidelijk blijven hangen. Gelukkig was het fragment nog terug te vinden via DBNL, de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren. 

Foto genomen tussen Vleuten en Harmelen, oktober 2023.

01 juni 2023

De korte handtekening

Christophe Karel Henri de Nerée tot Babberich
Als je een lange naam hebt, kun je maar beter een korte handtekening gebruiken. Hierboven een foto van Christophe Karel Henri de Nerée tot Babberich (roepnaam Karel) met handtekening. De foto is afkomstig van dbnl en komt oorspronkelijk uit Elseviers Geïllustreerd Maandschrift, jaargang 21. Karel was een opmerkelijke kunstenaar, als je een beetje googelt, kom je veel interessants tegen. Helaas is de beste man niet oud geworden.

30 juni 2021

‘IJselijk leelijk haar!’

CdV Elize Baart
Elize Baart, foto afkomstig van de pagina Photograph album of Dutch admirers van het Darwin Correspondence Project (University of Cambridge). Op deze pagina valt te lezen ‘Darwin received the photograph album for his birthday on 12 February 1877 from his scientific admirers in the Netherlands’

Het citaat uit de titel van deze post komt uit Multatuli's ‘Hansje’, Jeroen Brouwers, Maatstaf, jaargang 41 (1993), een erg lezenswaardig artikel over Multatuli, Mina Kruseman (soms gespeld als Krüseman) en Elize Baart. Over dat kapsel zullen de meningen anno 2021 inmiddels veranderd zijn.

18 juni 2018

Waar is Johan Fredrik gebleven?

Johan Fredrik - Bever & Co, voorkant
‘Onze mensen dienen zodanig geselecteerd te worden dat hun persoonlijkheid ondergeschikt is aan onze belangen. Dit houdt niet in’, had hij eraan toegevoegd, ‘dat zij onder moeten gaan in een nummersysteem. Essentieel is dat ze zich onze instelling eigen maken en die ook in hun eigen leven toepassen. Zo blijven ze alert voor eventuele gevallen in hun kennissenkring. Zodra zij ervan overtuigd zijn dat hun door ons gevormd bestaanspatroon de enige juiste manier van leven is, zullen zij dit aan anderen overdragen.’

Bovenstaand citaat is niet afkomstig uit een intern memo van een groot bedrijf uit Silicon Valley maar uit Bever & Co van Johan Fredrik uit 1968. Dit boekje is gered uit een stapel oude boeken bij een kringloopwinkel en het blijkt zeer de moeite waard. Fredrik schrijft alsof hij dat al decennia doet, maar uit de tekst op de achterflap blijkt dat dit zijn debuut is.

Het eigen leven was belangrijk, alleen daarbij was men betrokken. De kunstenaar kroop als een verblinde in zijn eigen verbeelding rond en slaakte kreten van zielsverdriet, manifesteerde zich voor het hongerende en veeleisende publiek als een idool dat ’s avonds na de voorstelling zijn verdiensten uittelt en ineenzakt zodra hij zich onbespied waant. Hij kan zijn gevoelens immers beter onder woorden brengen, hoewel een ander precies hetzelfde voelt.

Op het internet is bijna niets te vinden over Fredrik. Een Google-zoekopdracht met de twee zoekstrings “Johan Fredrik” “Bever & Co” (tussen aanhalingstekens) levert zelfs maar twee treffers op. Zoeken naar alleen “Johan Fredrik” is haast ondoenlijk omdat legio Nederlanders door de eeuwen heen Johan Fredrik als voornamen hadden. Ook zoeken bij dbnl levert niets op, hoewel die site toch ontzettend veel informatie over de Nederlandse letteren bevat. Zoeken op “Bever & Co” levert een onverwacht hoog aantal bedrijven op die ook echt zo heten. Je zou bijna denken dat JF het erom gedaan heeft.
Johan Fredrik - Bever & Co, achterkant
Johan Fredrik - Bever & Co
1968, Uitgeverij Contact, Amsterdam
Uit de serie ‘Auteurs van de tweede eeuwhelft’