Posts tonen met het label Frederik van Eeden. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Frederik van Eeden. Alle posts tonen

15 april 2024

Verlaat beleefdheidsbezoek

Graf van Frederik van Eeden, Bussum
Graf van Frederik van Eeden, Oude R.K. begraafplaats, Bussum. Foto: april 2024.

‘Geef hem eeuwige rust, Heer, en moge het eeuwige licht voor hem schijnen. Moge hij rusten in vrede.’ 

09 oktober 2023

Witte droomgeit

Witte droomgeit
“En weinig dingen zijn zoo verheffend als het terugkeeren in het vredige, landelijke Holland met de vlakke weiden, het blanke water, de stille duinen. Ik was in Egmond aan Zee, onmiddellijk toen ik van Londen kwam, in IJmuiden van de boot gestapt. En die overgang, het was onbeschrijfelijk. De duinen, de lage, stille boschjes, de kerktorentjes, witte droomgeiten aan touwtjes, de groote zee achter me, voor me het effen, groene, vredige land.” 

Frederik van Eeden, Brieven aan Henri Borel (1933, de brief zelf is uit 1895) 


Het geheugen is een raar iets. Ik zag deze scène en ik moest direct denken aan deze tekst, die ik minstens dertig jaar geleden voor het laatst gelezen heb. Niet dat ik alles nog woordelijk wist, maar de ‘witte droomgeiten’ waren duidelijk blijven hangen. Gelukkig was het fragment nog terug te vinden via DBNL, de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren. 

Foto genomen tussen Vleuten en Harmelen, oktober 2023.

14 juni 2020

Mysterieuze samensmelting van ziel en klank

“Een echt boek is een stuk natuur, doch overgeplant uit den stillen, ontoegankelijken hof der menschenziel in de zichtbare wereld der verschijnselen. ’t Is eerst in de geheimvollen ruimten van het innerlijk leven ontkiemd en tot ontwikkeling gekomen. Toen ’t volgroeid was, heeft de eigenaar er ons iets van te aanschouwen gegeven, hiertoe in staat gesteld door de wondere trilling, die we taal noemen, mysterieuze samensmelting van ziel en klank. En altijd door zal dit echte boek zich van ’t maakwerk blijven onderscheiden, door den rijkdom van gedachte en stemming, die zich, vaak slechts langzamerhand, aan den lezer openbaart. Wat dezen in den beginnen als onbeteekenende uiting koud laat, zal hem straks belangstelling inboezemenen, en hem ten laatste blijken een onmisbaar deel te zijn in de harmonie van ’t geheel.”

Uit:
Jan Ligthart, Letterkundige studiën.
De Kleine Johannes. Eerste Deel. Door Frederik van Eeden.

Vijfde druk
J.B. Wolters · Groningen · Den Haag, 1918

02 oktober 2019

Dr. Frederik van Eeden, foto Becker & Maas

Dr. Frederik van Eeden, foto Becker & Maas, Berlin
Dr. Frederik van Eeden, foto Becker & Maas, Berlin
Uit:
Album behoorende bij den Letterkundigen-kalender voor 1917
Uitgave J. Philip Kruseman - den Haag

21 november 2017

Letterkundige Kroniek, Het Vaderland, 05-03-1922

Het Roode Lampje — zoo genoemd naar 't lampje boven 't altaar — is een een zeer belangrijk document voor een goed begrip van het proces, dat de schrijver van De Kleine Johannes en Lioba en De Broeders heeft moeten doormaken, eer hij zijn Credo uitsprak. Hij noemt het zelf Signifische Gepeinzen. Voor degenen, die het nog niet weten mochten, is de leer der significa de leer van de (eigenlijke) beteekenis der woorden. Ik kan hier in deze kolommen niet over uitweiden en verwijs alleen maar even naar werken en opstellen hierover van mr. Jacob Israël de Haan, Lady Victoria Welby, Fritz, Mauthner, Mannoury, e.a. Het is niet zoo geleerd als het wel lijkt. leder, die een woord uitspreekt ais bv. Liefde, Geloof, Hoop, of al bijna doodgesproken gemeenplaatswoorden ais Zelfbestemmingsrecht, Volkenbond. Volkenrecht, enz. en zich eens even afvraagt: Wat bedoel ik hier nu eigenlijk mede? is al een significus in wording.
In het Roode Lampje doet van Eeden niet anders. Het is voor een deel geschreven in de eenzaamheid van het Benedictijner klooster te Oosterhout, tijdens een retraite (hetzelfde, waarin hij nu gedoopt is), en hij behandelt er o.a. „signifisch” (vertaal dit gerust met „wat betekent dit nu eigenlijk?") de verschillende artikelen der Katholieke geloofsbelijdenis in. „Veel te lang hebben we ons tevreden gestald met holle klanken en ijdele geluiden", zegt hij er in. „Laat ons eindelijk weten wat wij doen, als we spreken."
Het Vaderland, 05-03-1922

Algemeen Handelsblad, 13-11-1920

Frederik van Eeden.

Frederik van Eedens „signifische gepeinzen”, onder den titel Het roode lampje in De Amsterdammer verschenen, zullen weldra als boek het licht zien bij W. Versluys.
De slotparagrafen van het eerste deel zullen eerst in deze publicatie komen. Het eerste boek heeft den ondertitel „Credo", het tweede „Van goed en kwaad".
Aldus lezen wij in De Amsterdammer van deze week, die verder portretten brengt van dr. Abraham Kuyper, mevr. W. van der Horst—v.d. Lugt Mekert als Eva in De Paradijsvloek, den dichter W. L. Penning, Felix Salten. Max Blokzijl gedenkt [...] de dagen zijner samenwerking met den [...] jubileerenden Pisuisse.
--
Algemeen Handelsblad, 13-11-1920


Gespot in de nabije omgeving

Het roode lampje, deel 1 en 2. Foto: Robert van der Kroft
Eigendomsstempels Frenk Oremus. Foto: Robert van der Kroft
Het roode lampje. Signifische gepeinzen. Door Frederik van Eeden. Deel 1 en 2.
Amsterdam - W. Versluys - 1921
Met eigenaarsstempel van musicus Frenk Oremus (1909-1950), en diverse verrassingen zoals een stukje handschrift en een krantenknipsel.

Mooi om te zien dat beide delen donkerrood zijn. Ik had deel 2 eerder alleen gezien in een grijzige uitvoering.
Handschrift. Foto: Robert van der Kroft
Krantenknipsel met foto Mgr Van de Wetering en Kardinaal Mercier. Foto: Robert van der Kroft
Meer sginifica hier. Zie vooral ook Donker-donkerrood en Langzaam lezen.

Meer gefragmenteerde artikelen over de familie Oremus hier. Ook interessant is de discussie op de pagina Geboorteakte van Frenk (Franciscus?) Oremus op stamboomforum.nl.



08 oktober 2017

Het Krabbetje en de Gerechtigheid

Een sprookje van Windekind.

    Aan het zandige strand steken twee steenen dammen in zee. Het zijn zeehoofden en uit groote, zwarte steenen werden zij gebouwd. Als het vloed is en de zee op haar hoogst is gestegen, dekt het water hen bijna geheel en bij eb liggen zij droog.
    Daar zat een mensch op de zwarte steenen zoo ver mogelijk in zee, zoodat het water aan alle zijden om hem heen spoelde. Hij keek over het aanrollend water, het was stil en warm. De golven waren klein en kwamen langzaam aan - ter nauwernood namen zij de moeite even om te krullen - en dan, plof! - sloegen zij afgemat neer op het vlakke strand.
    Tusschen de steenen van het zeehoofd wachtten de donkergroene wieren geduldig op het wassende water. Sommige vormden een dik fluweelig kleed, de grootere spreidden hun platte, bruinachtige bladeren uit - wachtend op de zee, die spoedig komen zou.
    Langzaam, langzaam steeg het water. Bij iedere golf sloeg het wat verder over de steenen en schoot haastig tusschen de spleten en groeven voort, bij het terugtrekken luchtig wit schuim nalatend met groote blazen, die, één voor één, stuk spatten in de lucht. En dankbaar hieven de wieren zich op, als het water hen bereikte en de leerachtige bladen weer deed zwellen en glanzen na urenlange droogte.
    Tallooze kleine zeediertjes leefden nog tusschen het wier. Mosselen hielden stevig hun schelpen gesloten tot dat de zee zou komen, en in het water, dat van den vorigen vloed in holten tusschen de steenen was achtergebleven, verscholen zich kleine garnaaltjes en krabbetjes, - allen wachtend op den wassenden vloed.


Volledige tekst: Het Krabbetje en de Gerechtigheid. Door Frederik van Eeden. (dbnl.org)

11 november 2016

Aantekeningen gevonden in een marge (3)

De ecclesia vormt het zedelijk bewustzijn en niet omgekeerd!

Is dan het bewustzijn der schismatici hét zedelijk bewustzijn?

Bantam!
[?]
Gevonden in:
Het Roode Lampje.
Signifische Gepeinzen.

door Frederik van Eeden
(pag. 139 en 145)

Zie ook Donker-donkerrood

Aantekeningen gevonden in een marge (2)

Wie heeft die scheiding gebracht? De waereld, niet de kerk!
Dan is 't geen socialisme meer.
Gevonden in:
Het Roode Lampje.
Signifische Gepeinzen.

door Frederik van Eeden
(pag. 126)

Zie ook Donker-donkerrood

10 november 2016

Aantekeningen gevonden in een marge

Onjuist! Factus is zoowel "gemaakt" als "geworden".
Pastoor Hensbergh? Of Pater de Groot
Gevonden in:
Het Roode Lampje.
Signifische Gepeinzen.

door Frederik van Eeden
(pag. 75 en 94)

Zie ook Donker-donkerrood

27 november 2012

Langzaam lezen

Nu komt de herfst, en daarmee de groote beproeving en het groote raadsel. Nooit is de stilte in het woud zoo veelzeggend. Welk een stemming in al wat leeft. 't Is of alles tot inkeer komt, alles peinst, alles verdiept zich. Het komt tot inzicht van een groote vergissing. Het woud, de neevel-omsluyerde weilanden, de diep-blauwe lucht, de blanke wolken, het bedenkt alles en voelt dwaling.
En wij armen, wij menschen, wij voelen de dwaling het sterkst, wij voelen haast niets anders, en wij zijn verwond, verbijsterd, verpletterd.
Het is of wij moeten smeeken tot woud en wolken, tot neevel en zonnegoud: O stilte! stilte! — om na te denken en te peinzen. Er is iets ontzettends gebeurd, wij hebben ons vergist. Het is alles waan en dwaling, onze vreugde, ons geluk, onze lusten en pretjes, alles waarvoor wij geworsteld hebben en gekampt. Alles fout! alles om niet! alles mis!

Uit:
Het roode lampje. Signifische gepeinzen. Door Frederik van Eeden. Deel 2.
Amsterdam - W. Versluys - 1921

Zie ook:
Donker-donkerrood
Significa


07 maart 2012

De grijze dichter


FREDERIK VAN EEDEN is gisteren op de villa „Walden" te Bussum door zeer velen met zijn 70sten verjaardag gefeliciteerd. Bovendien was een stroom van telegrammen en een schat van bloemen binnengekomen. De grijze dichter in gesprek met Lodewijk van Deyssel (rechts).



Voorwaarts, Vrijdag 4 April 1930 (PDF, Koninklijke Bibliotheek, Historische Kranten)

Kop: FREDERIK VAN EEDEN is gisteren op de villa „Walden" te Bussum door zeer velen met zijn 70sten verjaardag gefeliciteerd. Bovendien was een stroom van telegrammen en een schat van bloemen binnengekomen. De grijze dichter in gesprek met Lodewijk van Deyssel (rechts).
Krantentitel: Voorwaarts : sociaal-democratisch dagblad
Datum, editie: 04-04-1930, Dag
Jaargang, nummer: 10, 2973
Uitgever: Sociaal-Democratische Arbeiderspartij (SDAP)
Plaats van Uitgave: Rotterdam
PPN: 832698679
Verschijningsperiode: 1920-1945
Periode gedigitaliseerd: 1920 t/m 1932 en 1940 t/m 1945
Verspreidingsgebied: Landelijk
Soort artikel: illustratie met onderschrift
Bezit en bezitskenmerk: KB C142

28 september 2010

Aanstootgevend anno 1887

"Langzaam, terwijl alle kleuren vonkten en naderden naar haar oogen, loste haar bewustzijn zich op in de lichtkrachten die kleursidderden over haar heen. Haar leden zonken samen, achter tegen haar stoel. Zij zag wel, door de verblinding, die over haar gezicht was neêrgeschitterd heen, dat de blauwe lucht was losgebarsten en er kokende stromen gloeyend goud gudsten over de vlakte, klotsend op haar toe."

Uit: Een liefde, Lodewijk van Deyssel, eerste druk, 1887.
In latere drukken zijn diverse als schandalig ervaren passages (zoals deze omfloerste masturbatiescène) geschrapt, niet alleen onder druk van de goegemeente maar ook op aandringen van bevriende schrijvers als Frederik van Eeden.

Karel Johan Lodewijk Alberdingk Thijm
Lodewijk van Deyssel

28 mei 2010

Donker-donkerrood

Omslag
Het roode lampje. Signifische gepeinzen. Door Frederik van Eeden. Deel 1.


Credo....

In het Klooster.

1. Nu de diepst moogelijke oprechtheid! Ik wil waarheid, waarheid, niets dan waarheid en de gansche waarheid. Daarbij wil ik mij om iets anders niet bekommeren. Met ingehouden adem wil ik waarneemen, hoe de naald wijst van het kompas in mijn ziel. Ze trilt en schommelt, maar keert toch telkens terug in ééne richting. Er is een Waarheid, en die heet ook Werkelijkheid en ook Zaligheid. En daaraan hebben wij deel, anders zouden wij niet naar het geheel verlangen.

2. Somtijds op enkele zeldsame en wondervolle momenten, krijg ik een korte gewaarwording van het Weezen dat dierbaar is en oneindig tegelijk, en van zijn oneindige, ooveral heerschende werksaamheid. Ik heb het eens gedroomd in den vorm van een eindeloos uitgestrekt veld, waarop alles leefde en bewoog, als een woelende lava-massa, de boodem bewoog in kolken en er verreezen en verzonken wonderlijke groeisels zoover het oog reikte. En dat was het eeuwig-scheppende en weeder vernielende Weezen, de Oer-geest, de Al-ziel, de krachtbron van alle beweeging, de Bedenker van alle natuurwetten, de Droomer van alle Lust en Schoonheid, de altijd-door nieuwe Zegger en Doener, de Verzinner van steeds nieuwe vreugden en Brenger van steeds nieuwe, voor de Vreugde noodzakelijke smarten. En daarbij zoo innig, zoo teeder, zoo lief, zoo dierbaar, zoo zacht en minnelijk.
"Zuigkindjens donzen kopje aan ouder-wang!"

3. Maar wacht! die Innige en Teedere beweegt ook de sterren, de zonnen doet hij wentelen, Algol en Arcturus en Sirius — veel machtiger dan onze zon en licht-eeuwen verwijderd, en de Melkweg doet hij fonkelen van miljioenen en miljioenen zonnen .... Wacht éven! eer we nog één woord zeggen: vergeet de verhoudingen niet. Bedenk toch bij elk woord de verhoudingen! "Geen Algol, geen Electron is ooit zoek" zegt de dichter Adwaïta. Electron, het duizendste van een atoom, beweegt in licht-snelheid, maakt biljioenen trillingen in de seconde. En Algol, de Zon waarbij onze zon nietig is ...
De botsing van twee Algol's kan gansche zonnestelsels vervluchtigen. En zulk een botsing kan heeden geschieden en oover twee duizend jaren eerst tot ons koomen als licht-bericht. En de Melkweg is geen kristal-zand, maar een strooisel van zonnen. Denk om de verhoudingen! bij al wat ge oover den Algeest zegt. Hij is vlak bij ons, in ons, één met ons — maar ook ver! ver! vreesselijk en hoopeloos ver. Het moest ook niet klinken: "Hij" of "Zij." Dat kan misleidend zijn. Waarom altijd "Vader" en niet "Moeder"? Is dat misschien joodsch? Maar het is veel te menschelijk. Er is zooveel onzinnigs in ons machteloos woordspel. Onthoud het! — vergeet het nooit, het kan niet genoeg herhaald: denk om de valschheid aller woorden! — en denk om de verhoudingen! Dat moeten de wachters zijn voor onze lippen. Zooals de wè1-toegeruste duiker afdaalt in de diepe zee, terwijl de zuurstof hem in buizen wordt toegezonden — zoo moeten wij, dalend in de diepten van het oneindige en onbegrijpbare, blijven ademen door het besef van de immense verhoudingen, en de valschheid der woorden.
Volledige tekst hier.

Zie ook Langzaam lezen.

14 augustus 2009

Significa

Zo schrijven ze niet meer.

--

Voor ondergeteekende bestaat de significa niet zozeer in beoefening van taalkritiek, als wel:
1°. in het openbaren van affectelementen, waarin de oorzaak en de werking der woorden kan worden ontleed. Door deze ontleding worden de affecten, die de menselijke verstandhouding raken, de contrôle door het weten nader gebracht;
2°. in het scheppen van een nieuwen woordenschat, die ook voor de spiritueele levenstendenties der menschen den toegang opent tot hun bezonnen gedachtenwisseling en dientengevolge tot hun sociale organisatie.
Voor de verwezenlijking van het onder 1° genoemde programdeel kan samenwerking niet worden ontbeerd: tallooze affectcomplexen toch zijn niet dan door de katalyseerende werking der wijsgerige discussie tusschen ongelijkgezinden, tot ontleding te brengen.
Ook ten aanzien van den onder 2° genoemde scheppenden arbeid heb ik langen tijd aan het groote belang van samenwerking, hier tussen gelijkgezinden, geloofd. Doch meer en meer ben ik tot het inzicht gekomen, dat deze hoogere taak der significa slechts door de uiterste geestesconcentratie van den enkeling kan worden vervuld.

L.E.J. Brouwer.

Uit:
Signifische Dialogen
door
L.E.J. Brouwer
Fred. van Eeden
Jac. van Ginneken S. J.
G. Mannoury

Erven J. Bijlevend - Utrecht
1939