Posts tonen met het label significa. Alle posts tonen
Posts tonen met het label significa. Alle posts tonen

21 november 2017

Letterkundige Kroniek, Het Vaderland, 05-03-1922

Het Roode Lampje — zoo genoemd naar 't lampje boven 't altaar — is een een zeer belangrijk document voor een goed begrip van het proces, dat de schrijver van De Kleine Johannes en Lioba en De Broeders heeft moeten doormaken, eer hij zijn Credo uitsprak. Hij noemt het zelf Signifische Gepeinzen. Voor degenen, die het nog niet weten mochten, is de leer der significa de leer van de (eigenlijke) beteekenis der woorden. Ik kan hier in deze kolommen niet over uitweiden en verwijs alleen maar even naar werken en opstellen hierover van mr. Jacob Israël de Haan, Lady Victoria Welby, Fritz, Mauthner, Mannoury, e.a. Het is niet zoo geleerd als het wel lijkt. leder, die een woord uitspreekt ais bv. Liefde, Geloof, Hoop, of al bijna doodgesproken gemeenplaatswoorden ais Zelfbestemmingsrecht, Volkenbond. Volkenrecht, enz. en zich eens even afvraagt: Wat bedoel ik hier nu eigenlijk mede? is al een significus in wording.
In het Roode Lampje doet van Eeden niet anders. Het is voor een deel geschreven in de eenzaamheid van het Benedictijner klooster te Oosterhout, tijdens een retraite (hetzelfde, waarin hij nu gedoopt is), en hij behandelt er o.a. „signifisch” (vertaal dit gerust met „wat betekent dit nu eigenlijk?") de verschillende artikelen der Katholieke geloofsbelijdenis in. „Veel te lang hebben we ons tevreden gestald met holle klanken en ijdele geluiden", zegt hij er in. „Laat ons eindelijk weten wat wij doen, als we spreken."
Het Vaderland, 05-03-1922

Algemeen Handelsblad, 13-11-1920

Frederik van Eeden.

Frederik van Eedens „signifische gepeinzen”, onder den titel Het roode lampje in De Amsterdammer verschenen, zullen weldra als boek het licht zien bij W. Versluys.
De slotparagrafen van het eerste deel zullen eerst in deze publicatie komen. Het eerste boek heeft den ondertitel „Credo", het tweede „Van goed en kwaad".
Aldus lezen wij in De Amsterdammer van deze week, die verder portretten brengt van dr. Abraham Kuyper, mevr. W. van der Horst—v.d. Lugt Mekert als Eva in De Paradijsvloek, den dichter W. L. Penning, Felix Salten. Max Blokzijl gedenkt [...] de dagen zijner samenwerking met den [...] jubileerenden Pisuisse.
--
Algemeen Handelsblad, 13-11-1920


Gespot in de nabije omgeving

Het roode lampje, deel 1 en 2. Foto: Robert van der Kroft
Eigendomsstempels Frenk Oremus. Foto: Robert van der Kroft
Het roode lampje. Signifische gepeinzen. Door Frederik van Eeden. Deel 1 en 2.
Amsterdam - W. Versluys - 1921
Met eigenaarsstempel van musicus Frenk Oremus (1909-1950), en diverse verrassingen zoals een stukje handschrift en een krantenknipsel.

Mooi om te zien dat beide delen donkerrood zijn. Ik had deel 2 eerder alleen gezien in een grijzige uitvoering.
Handschrift. Foto: Robert van der Kroft
Krantenknipsel met foto Mgr Van de Wetering en Kardinaal Mercier. Foto: Robert van der Kroft
Meer sginifica hier. Zie vooral ook Donker-donkerrood en Langzaam lezen.

Meer gefragmenteerde artikelen over de familie Oremus hier. Ook interessant is de discussie op de pagina Geboorteakte van Frenk (Franciscus?) Oremus op stamboomforum.nl.



11 november 2016

Aantekeningen gevonden in een marge (3)

De ecclesia vormt het zedelijk bewustzijn en niet omgekeerd!

Is dan het bewustzijn der schismatici hét zedelijk bewustzijn?

Bantam!
[?]
Gevonden in:
Het Roode Lampje.
Signifische Gepeinzen.

door Frederik van Eeden
(pag. 139 en 145)

Zie ook Donker-donkerrood

Aantekeningen gevonden in een marge (2)

Wie heeft die scheiding gebracht? De waereld, niet de kerk!
Dan is 't geen socialisme meer.
Gevonden in:
Het Roode Lampje.
Signifische Gepeinzen.

door Frederik van Eeden
(pag. 126)

Zie ook Donker-donkerrood

10 november 2016

Aantekeningen gevonden in een marge

Onjuist! Factus is zoowel "gemaakt" als "geworden".
Pastoor Hensbergh? Of Pater de Groot
Gevonden in:
Het Roode Lampje.
Signifische Gepeinzen.

door Frederik van Eeden
(pag. 75 en 94)

Zie ook Donker-donkerrood

27 november 2012

Langzaam lezen

Nu komt de herfst, en daarmee de groote beproeving en het groote raadsel. Nooit is de stilte in het woud zoo veelzeggend. Welk een stemming in al wat leeft. 't Is of alles tot inkeer komt, alles peinst, alles verdiept zich. Het komt tot inzicht van een groote vergissing. Het woud, de neevel-omsluyerde weilanden, de diep-blauwe lucht, de blanke wolken, het bedenkt alles en voelt dwaling.
En wij armen, wij menschen, wij voelen de dwaling het sterkst, wij voelen haast niets anders, en wij zijn verwond, verbijsterd, verpletterd.
Het is of wij moeten smeeken tot woud en wolken, tot neevel en zonnegoud: O stilte! stilte! — om na te denken en te peinzen. Er is iets ontzettends gebeurd, wij hebben ons vergist. Het is alles waan en dwaling, onze vreugde, ons geluk, onze lusten en pretjes, alles waarvoor wij geworsteld hebben en gekampt. Alles fout! alles om niet! alles mis!

Uit:
Het roode lampje. Signifische gepeinzen. Door Frederik van Eeden. Deel 2.
Amsterdam - W. Versluys - 1921

Zie ook:
Donker-donkerrood
Significa


28 mei 2010

Donker-donkerrood

Omslag
Het roode lampje. Signifische gepeinzen. Door Frederik van Eeden. Deel 1.


Credo....

In het Klooster.

1. Nu de diepst moogelijke oprechtheid! Ik wil waarheid, waarheid, niets dan waarheid en de gansche waarheid. Daarbij wil ik mij om iets anders niet bekommeren. Met ingehouden adem wil ik waarneemen, hoe de naald wijst van het kompas in mijn ziel. Ze trilt en schommelt, maar keert toch telkens terug in ééne richting. Er is een Waarheid, en die heet ook Werkelijkheid en ook Zaligheid. En daaraan hebben wij deel, anders zouden wij niet naar het geheel verlangen.

2. Somtijds op enkele zeldsame en wondervolle momenten, krijg ik een korte gewaarwording van het Weezen dat dierbaar is en oneindig tegelijk, en van zijn oneindige, ooveral heerschende werksaamheid. Ik heb het eens gedroomd in den vorm van een eindeloos uitgestrekt veld, waarop alles leefde en bewoog, als een woelende lava-massa, de boodem bewoog in kolken en er verreezen en verzonken wonderlijke groeisels zoover het oog reikte. En dat was het eeuwig-scheppende en weeder vernielende Weezen, de Oer-geest, de Al-ziel, de krachtbron van alle beweeging, de Bedenker van alle natuurwetten, de Droomer van alle Lust en Schoonheid, de altijd-door nieuwe Zegger en Doener, de Verzinner van steeds nieuwe vreugden en Brenger van steeds nieuwe, voor de Vreugde noodzakelijke smarten. En daarbij zoo innig, zoo teeder, zoo lief, zoo dierbaar, zoo zacht en minnelijk.
"Zuigkindjens donzen kopje aan ouder-wang!"

3. Maar wacht! die Innige en Teedere beweegt ook de sterren, de zonnen doet hij wentelen, Algol en Arcturus en Sirius — veel machtiger dan onze zon en licht-eeuwen verwijderd, en de Melkweg doet hij fonkelen van miljioenen en miljioenen zonnen .... Wacht éven! eer we nog één woord zeggen: vergeet de verhoudingen niet. Bedenk toch bij elk woord de verhoudingen! "Geen Algol, geen Electron is ooit zoek" zegt de dichter Adwaïta. Electron, het duizendste van een atoom, beweegt in licht-snelheid, maakt biljioenen trillingen in de seconde. En Algol, de Zon waarbij onze zon nietig is ...
De botsing van twee Algol's kan gansche zonnestelsels vervluchtigen. En zulk een botsing kan heeden geschieden en oover twee duizend jaren eerst tot ons koomen als licht-bericht. En de Melkweg is geen kristal-zand, maar een strooisel van zonnen. Denk om de verhoudingen! bij al wat ge oover den Algeest zegt. Hij is vlak bij ons, in ons, één met ons — maar ook ver! ver! vreesselijk en hoopeloos ver. Het moest ook niet klinken: "Hij" of "Zij." Dat kan misleidend zijn. Waarom altijd "Vader" en niet "Moeder"? Is dat misschien joodsch? Maar het is veel te menschelijk. Er is zooveel onzinnigs in ons machteloos woordspel. Onthoud het! — vergeet het nooit, het kan niet genoeg herhaald: denk om de valschheid aller woorden! — en denk om de verhoudingen! Dat moeten de wachters zijn voor onze lippen. Zooals de wè1-toegeruste duiker afdaalt in de diepe zee, terwijl de zuurstof hem in buizen wordt toegezonden — zoo moeten wij, dalend in de diepten van het oneindige en onbegrijpbare, blijven ademen door het besef van de immense verhoudingen, en de valschheid der woorden.
Volledige tekst hier.

Zie ook Langzaam lezen.

14 augustus 2009

Significa

Zo schrijven ze niet meer.

--

Voor ondergeteekende bestaat de significa niet zozeer in beoefening van taalkritiek, als wel:
1°. in het openbaren van affectelementen, waarin de oorzaak en de werking der woorden kan worden ontleed. Door deze ontleding worden de affecten, die de menselijke verstandhouding raken, de contrôle door het weten nader gebracht;
2°. in het scheppen van een nieuwen woordenschat, die ook voor de spiritueele levenstendenties der menschen den toegang opent tot hun bezonnen gedachtenwisseling en dientengevolge tot hun sociale organisatie.
Voor de verwezenlijking van het onder 1° genoemde programdeel kan samenwerking niet worden ontbeerd: tallooze affectcomplexen toch zijn niet dan door de katalyseerende werking der wijsgerige discussie tusschen ongelijkgezinden, tot ontleding te brengen.
Ook ten aanzien van den onder 2° genoemde scheppenden arbeid heb ik langen tijd aan het groote belang van samenwerking, hier tussen gelijkgezinden, geloofd. Doch meer en meer ben ik tot het inzicht gekomen, dat deze hoogere taak der significa slechts door de uiterste geestesconcentratie van den enkeling kan worden vervuld.

L.E.J. Brouwer.

Uit:
Signifische Dialogen
door
L.E.J. Brouwer
Fred. van Eeden
Jac. van Ginneken S. J.
G. Mannoury

Erven J. Bijlevend - Utrecht
1939