Posts tonen met het label Zevenaar. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Zevenaar. Alle posts tonen
18 juli 2026
07 juli 2026
Draden van ons Nederlandse slavernijverleden, editie Gelderland
Draden van ons Nederlandse slavernijverleden, editie Gelderland.
Turmac Cultuurfabriek, Zevenaar, juli 2026.
25 juni 2026
Daarheen en weer terug
Je ziet een vlag met een achternaam die akelig veel op de jouwe lijkt.
Je leest wat.
Je ontdekt dezelfde foto, en meer, in een krantenartikel.
De laatste eer is inmiddels bewezen, en de cirkel is rond. Ondanks de afwijkende spelling van de achternaam (De Mey in plaats van De Meij) blijkt Gustaaf de Mey niet alleen familie te zijn geweest, maar ook nog eens op slechts een paar honderd meter afstand van jou te hebben gewoond.
Museum Bronbeek, Arnhem. Eigen foto, juni 2026.
In Nieuw-Guinea bleef een groep uit handen van het Japanse leger . Onder leiding van Willemsz Geeroms en Kokkelink overleefden ze in de bossen. Het grootste deel van de groep kwam om. Men bewaarde de hele oorlog door de Nederlandse vlag en schonken het aan Koningin Wilhelmina die Museum Bronbeek een betere bewaarplaats vond.
Bron: Historisch Nieuwsblad
Je leest wat meer.
[...] Ik realiseerde mij plotseling hoeveel jonge mannen we hadden verloren, eigenlijk alleen nog maar in prikacties. Maanden waren voorbij gegaan. De jaren konden we ook al tellen. Daar trokken we dan sedert jaar en dag door de rimboe. Als nomaden. Een grote groep mensen, ondersteund door een paar kleine eenheden, die op verkenning uitgingen en hier en daar een stelling betrokken.Ik dacht aan soldaat De Mey, die tijdens de mars naar de kust van een steile berghelling was getuimeld. Met volle bepakking stortte hij in een twintig meter lager gelegen rivier. Hij had nog het geluk dat de rivier op dit punt zeer diep was, anders zou hij de val nooit hebben overleefd. Hij was nog bij kennis, toen zijn kameraden uit de grote groep die ons was voor gegaan, hem uit het water hielpen. De val had hem echter zoveel letsel bezorgd, dat hij niet meer op eigen kracht verder kon.De commandant stond voor een tragische beslissing. De voedselschaarste was zo nijpend, dat vertraging van het marstempo catastrofaal zou kunnen zijn. Daarom werd besloten dat de gewonde alleen zou achterblijven, in een klein bivak, dat speciaal voor hem werd opgeslagen. De kapitein beloofde hem, dat hij zo spoedig mogelijk zou worden opgehaald.Ik wist wat het betekende alleen te zijn, omringd door vele vijanden: de rimboe zelf, de Jap, vermoedelijk de bevolking, de angst, en de verbeelding, die de angst voedt. Soldaat De Mey was bovendien nog gewond. Ik vroeg mij af of ik een dergelijke beslissing zou hebben aangedurfd. Zouden er geen dragers te vinden zijn geweest in de grote groep? De Mey was er vermoedelijk zo beroerd aan toe, dat hij niet eens de omvang van de situatie doorzag. Misschien was hij wijsgeriger dan ik en had hij zichzelf voorgehouden dat aan alles een einde komt, óók aan het leven.Drie dagen en drie nachten heeft De Mey het moeten stellen met zichzelf en met de pijn. De vierde dag kwamen de militie-soldaten Attinger en Mellenbergh hem ophalen. Nu ineens bleken twee mensen voldoende om de gewonde naar het hoofdkwartier te brengen.In deze situaties doorziet men wel wat kameraadschap vermag, kameraadschap die des te sterker wordt naarmate men meer in de penarie zit. We waren allemaal opgelucht. Ik denk dat iedereen zich verantwoordelijk achtte voor het leven van De Mey. Niemand vocht de beslissing van de commandant openlijk aan, maar ik ben ervan overtuigd, dat iedereen er ongeveer dezelfde mening op na hield en gedacht heeft: Zou ik een dergelijke beslissing genomen hebben?[...]Behalve onze twee gewonden, Sandiman en Koch, was ook militie-soldaat De Mey er slecht aan toe. Hij leed aan een tropische zweer, die moeilijk te genezen bleek.De rest van de groep mocht dan weliswaar gezond zijn, maar was zo verzwakt, dat we in geval van een directe confrontatie met de vijand geen schijn van kans maakten. De langdurige ontberingen hadden teveel van ons geëist.[...]De ongelijke strijd in de Vogelkop van Nieuw-Guinea, ónze strijd mocht dan ten einde zijn, het eigenlijke, het gróte gevecht met de Jap was nog in volle gang. Er kon geen soldaat gemist worden. Van onze groep waren het F. Coenraad en I. Koch die het eerst naar het front gingen. Zij werden ingedeeld bij het Nica-detachement, dat samen met de geallieerden de landing bij Tarakan op het eiland Borneo moest uitvoeren.Sergeant M. Ch. Kokkelink kreeg een aanstelling bij de M.P. en vertrok opnieuw naar Nieuw-Guinea. L. Attinger en G. de Mey werden naar Melbourne overgeplaatst en ingedeeld bij de motorpool.
(Bron: De ongelijke strijd in de Vogelkop, P.P. de Kock.)
Je ontdekt een foto op de site van Museum Bronbeek.
Portret van G.R.W. de Mey 1981.
Uit een reeks van acht portretten van oud leden van
de verzetsgroep Kokkelink gefotografeerd door Theo van Houts.
Gustaaf de MeyZevenenzestig jaar, getrouwd en woonachtig in Zevenaar. Voelt zich “eigenlijk wel een tevreden mens. Ik heb vier kinderen, die allemaal goed terecht zijn gekomen, dus wat zal ik klagen?” Geniet een klein pensioen voor bewezen diensten als beroepsmilitair. “Af en toe komt er nog weleens iets boven uit de strijd op Nieuw-Guinea. Ik heb mijn vader, moeder, drie broers en een zusje verloren, maar ik laat me niet leiden door depressies, daar schiet je niets mee op. Ik probeer optimistisch te zijn, anders is het niet vol te houden. De ellende zoveel mogelijk vergeten, dat lijkt me ’t beste.De mensen begrijpen toch niet wat wij hebben meegemaakt. En de andere guerrillastrijders zullen beamen hoe weinig blijk van waardering we later hebben gekregen, en hoe de hulpverlening nooit van de grond is gekomen. Teleurstellend, maar ’t is nu eenmaal zo.”
(Bron: Nederlanders vochten door_Vogelkop.)
En na zoektochten op genealogische en historische sites ontdek je een naam op een naamplaatje, niet al te ver weg.
Genealogisch onderzoek blijft een vreemde en verrassende hobby.
(^: Dit artikel was niet mogelijk geweest zonder de hulp en informatie van Michael Veltman.)
01 juni 2026
22 mei 2026
19 mei 2026
25 april 2026
20 april 2026
14 maart 2026
Ontsnapt aan de struikelstenen
Als je door Zevenaar wandelt, kan het je haast niet ontgaan dat er veel struikelstenen liggen die de aandacht vragen voor leden van de familie Gans, bijvoorbeeld op de Arnhemseweg, in de Marktstraat en in de Grietsestraat. Deze stenen maken deel uit van een project van de Duitse kunstenaar Gunter Demnig, bedoeld om slachtoffers van het nationaalsocialisme te herdenken op de plek waar zij voor het laatst vrijwillig woonden.
Wie de struikelstenen ziet, krijgt al snel de indruk dat de hele familie Gans in de Holocaust is omgekomen. Juist daarom was het verrassend om in het boek Een adres van Michal Citroen een fragment tegen te komen waarin Holocaust-overlevende Henry Gans zelf aan het woord komt.
Na wat zoekwerk kwam ik terecht op een site met de biografie van Dr. Henry Gans, M.D., Ph.D.:
Born in Zevenaar, the Netherlands, in 1925, he survived the Holocaust by hiding for almost three years on a remote farm where he worked with farm animals and performed the other farm chores.
Op die site vind je ook een foto van Henry Gans en kun je lezen dat hij niet alleen een geslaagde medische loopbaan heeft gehad, maar ook de tijd heeft gekregen om boeken te schrijven.
Besides two medical texts: Introduction into Hepatic Surgery, Elsevier, Amsterdam, London, Dallas and Toronto, 1955, and a monograph in the Current Problems in Surgery series, Hemostasis and the Surgical Patient, Yearbook Publisher, Chicago, 1969, and his research and clinical papers, he wrote during his retirement a book of stories: Stories My Mother Never Told Me, Trafford Publ., Victoria BC / Oxford UK, 2007, and a trilogy: The Holocaust Legacy Trilogy, Vol. I: Tangled Lives, Vol. II: Trivial Pursuit, and Vol. III: Caveat Emptor. Trafford Publishing, 2007.
In een hoofdstuk op joodsamsterdam.nl/zevenaar/ wordt eveneens aandacht besteed aan de overlevende tak van de familie Gans, onder het kopje Nieuwe Doelenstraat 2 – familie Gans:
[...] Louis en Henny werden in het laatste oorlogsjaar gescheiden van elkaar ondergebracht, maar hun zonen bleven wel bij elkaar bij Hendrik Jan en Grada Smeenk-Eelderink (beiden geboren in 1867 in Zelhem) in het naburige Angerlo op boerderij De Papenheuvel in de Kleine Veldstraat B38 (huidig nummer 2). Na de oorlog bleek de complete familie Gans de oorlog te hebben overleefd. De broers gingen beiden medicijnen studeren en in de jaren vijftig vertrok Maurits naar Canada en Henry naar de VS.
Dat er in Zevenaar relatief veel struikelstenen voor leden van één familie liggen, heeft waarschijnlijk ook te maken met het feit dat de familie Gans hier vóór de oorlog relatief groot was en meerdere gezinnen in de stad woonden. Het is goed om te ontdekken dat deze periode ook lichtpuntjes heeft gekend. Henry Gans en zijn gezinsleden wisten te ontsnappen aan het lot dat voor zoveel van hun familieleden eindigde ‘onder een struikelsteen’. De boeken van Henry Gans zijn antiquarisch nog te vinden, bijvoorbeeld via AbeBooks.
Labels:
Angerlo,
boeken,
geschiedenis,
Holocaust,
Stolpersteine,
struikelstenen,
VS,
WO II,
Zelhem,
Zevenaar
07 maart 2026
Tisjeboy
Jay Francis, Musiater Zevenaar, 7 maart 2026.
Toffe show, zegt iemand die ’m niet kende. Slechte foto, maar we hebben geen betere.
04 maart 2026
24 januari 2026
02 januari 2026
09 december 2025
16 november 2025
03 november 2025
03 oktober 2025
28 september 2025
De Hooge Bongert, Zevenaar, in zwart-wit
Bovenstaande ansichtkaart wordt op veilingsites gedateerd op 1960‑1979. Volgens het Kadaster stamt het oudste gebouw in dit huizenblok in Zevenaar in elk geval uit 1972. Ofwel er is destijds iets misgegaan bij het benoemen van de foto op de ansichtkaart, of de straatnamen zijn in de tussentijd veranderd. In elk geval heet de straat waar deze woningen staan tegenwoordig De Hooge Bongert (zie de foto hieronder van september 2025). De Meidoornstraat ligt ruim een halve kilometer oostelijker.
14 juli 2025
Van Nijmegen tot Zevenaar
Abonneren op:
Posts (Atom)


















