Posts tonen met het label 1961. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 1961. Alle posts tonen

02 april 2025

Per saldo

PER SALDO

Het meest begeerde lijf wordt eens beroofd 
van al wat ons verrukte en verleidde,
wanneer de zijden schil tot schors vergrooft,
de kwalen er verliefd hun naam in snijden.
Dan zal het als een dorre winterboom
slechts lege nesten in zijn kruin bewaren
en na de laatste weggevlogen droom
de bijlslag van de dood als mild ervaren.
Dit lijf, dat ons tot last is en tot lust,
waarvoor wij trouw beloven en verraden,
waarvan de bloedvlam nooit geheel geblust
wordt met berouw om steeds dezelfde daden,
is in de grafkuil lekkernij voor maden.
Herluf van Merlet - Per saldo

Soms heb je geluk en stuit je op een onverwachte schat op een onverwachte plek. Dit boekje vond ik in een kringloopwinkel in Bussum – overigens een van de beste die ik in jaren heb bezocht – en het bleek echt een verborgen parel. Ik kende de dichter niet, maar zal hem niet licht vergeten. Na één pagina was ik al verkocht.

Per saldo, Herluf van Merlet 
Uitgeverij A.A.M. Sols/J.-P. Barth 
’s-Gravenhage, zonder jaartal [1961]

04 juli 2023

The Exiles (1961)


The Exiles by Mackenzie, Kent; Contemporary Films/McGraw-Hill (Internet Archive)

A documentary account of the problems that are encountered by American Indians who live in urban areas and are caught between two conflicting cultures.

15 december 2017

Secretary with a New Typewriter (1961)

© Bildarchiv Preußischer Kulturbesitz

GHDI:
Secretary with a New Typewriter (1961)

The development of a service economy (and the accompanying erosion of the industrial sector) began in the 1960s, but only fully asserted itself from the 1970s onward. Office technology was long dominated by innovative electronic typewriters – this is, at least until they were gradually replaced by even more efficient computers. This photo shows a pert secretary with a new IBM typeball typewriter. Photographer unknown.
About GHDI:
German History in Documents and Images (GHDI) is a comprehensive collection of original historical materials documenting German history from the beginning of the early modern period to the present. The project comprises ten sections, each of which addresses a discrete period in Germany's history. Each section has been compiled by one or two leading scholars and includes:
  • an introduction to key developments in Germany's social, political, and cultural history during the period;
  • a selection of primary source documents (in German and English) originating from the period;
  • a selection of images originating from or relating to the period;
  • a selection of relevant maps.
Each section addresses the following subjects: Government and Administration; Parties and Organizations; Military and War; Economy and Labor; Nature and Environment; Gender, Family, and Generations; Region, City, and Countryside; Religion; Literature, Art, and Music; Elite and Popular Cultures; and Science and Education. All of the materials can be accessed through keyword and author searches. Advanced options also allow searches to be limited and refined. Many of the documents included in this project are difficult to locate in print publications, especially outside of Germany. All of the German-language documents included in GHDI are accompanied by contemporary English translations, almost all of which were commissioned for the project. GHDI also offers new access to a range of historically significant visual images, many of which will be unfamiliar to viewers.

06 april 2017

De steen van Elten

Artikel
De steen van Elten
In het anders zo rustige Elten, dat wacht op de terugkeer naar Duitsland is op het ogenblik veel te doen over een steen van maar liefst twintig ton. Bij de aanleg van de nieuwe rijksweg 12 tussen Beek en Elten werd dit gevaarte gevonden. Na de vondst werd de steen „naar het westen” gesleept omdat men dacht dat deze brok natuur een aardige trekpleister zou zijn voor „De poort van Nederland”, een motel, dat even voor de Duitse grens aan de nieuwe autosnelweg gebouwd zal worden. Maar Elten wil nu haar steen terug omdat ze in Duitsland zeggen dat dit gevaarte daar onder monumentenzorg valt. Dit betekent dat wanneer Elten opnieuw Duits gebied zal zijn, de steen wéér teruggesleept wordt.
Bron: De Telegraaf, 25-03-1961



01 december 2016

1961 - Enige en algemene kennisgeving

Enige en algemene kennisgeving
Op 9 maart is in Gibraltar tot onze diepe droefheid, na een kortstondige ziekte overleden onze lieve moeder ELEONORE ADRIENNE HOLLE
Douairière J. A. Baron van Heeckeren van Molecaten
eerder weduwe van John Hubert Lamberts
„De Lange Hut”, Koningsweg, Arnhem:
J. W. P. C. Lamberts
(tijdelijk) Marbella (Spanje):
C. A. van Heeckeren van Molecaten.
De begrafenis heeft in alle stilte in Gibraltar plaatsgehad. Liever geen bezoek.

Algemeen Handelsblad, 14-03-1961
Knipsels De Lange Hut

10 juli 2015

Восток-1

Приземлился космический корабль
Приземлился космический корабль / Landing craft of "Vostok-1" spaceship

Via: All-Photo.ru

14 januari 2014

Kunstveiling 1961, De Lange Hut


BELANGRIJKE KUNSTVEILING TE ARNHEM
op het landgoed „De Lange Hut" • Koningsweg 2
op DINSDAG 7 en WOENSDAG 8 NOVEMBER 1961
geheel en uitsluitend omvattend de collectie van wijlen
J. A. Baron en Baronesse VAN HEECKEREN VAN MOLECATEN

KIJKDAGEN: vrijdag 3 - zaterdag 4 - zondag 5 november
1961, dagelijks van 10—16 uur.

PAUL BRANDT - AMSTERDAM
makelaars - taxateurs - erkende veilinghouders
kantoor: Pieter de Hoochstraat 10 - Amsterdam - telefoon 020—725997
--
De Tijd De Maasbode
28-10-1961


11 april 2013

Toxopeus spreekt

Staten-Generaal Digitaal
Vaststelling hoofdstuk V (Binnenlandse Zaken) 1961
22ste vergadering -24 november


(pag. 27, Minister Toxopeus)

Wanneer er een gewijzigde militaire veronderstelling komt die wordt niet door mij vastgesteld, moet ik mij als leek op dat terrein toch wel daaraan houden en zeggen: welnu, ik zie op het ogenblik, dat men veronderstelt, dat ons land die en die gevaren wacht. Dan kan ik mij ook niet gedragen naar de gedachte: wat kan de vijand al niet doen en daartegen moet ik alles inrichten, daarop moet ik mij baseren. Dan zal ik mij moeten gedragen naar de veronderstelling van wat de vijand geacht zal kunnen worden werkelijk te doen, en daarvoor zijn anderen aangewezen om dat te beoordelen. Het is weleens prettig om dan maar afgeleid dat beleid te mogen voeren. Mevrouw de Presidente! De geachte afgevaardigden de heren Bakker en Van der Veen hebben ieder op eigen wijze de B.B. eigenlijk afgewezen. De een, de geachte afgevaardigde de heer Van der Veen, ik heb zijn preek, zijn rede, vanmiddag beluisterd, heeft op een gegeven ogenblik gezegd, dat de B.B. een afgod was geworden. Ik zie niets, dat er minder op lijkt dan de B.B. De geachte afgevaardigde de heer Bakker heeft het geworpen over deze boeg en zegt: er is helemaal geen kans op bezetting. Terwijl de een zeide: Beter blo Jan dan do Jan, laat mij maar liever bezet zijn dan dat ik doodga, zeide de ander: Neen, ik ben liever do Jan dan blo Jan, ik wil liever ervoor vechten, maar er is ook in mijn systeem geen enkele noodzaak van een B.B., want er komt immers geen oorlog en er komt geen bezetting, dus, waar maak je je druk over? Mevrouw de Presidente! Ik schaar mij aan de zijde van degenen, die zeggen: liever vechten dan bezet zijn, maar ik schaar mij bepaald niet aan de zijde van degenen, die menen, dat er op dit ogenblik geen enkele mogelijkheid van oorlogsdreiging en van bezet worden van ons land zou bestaan. Ik herhaal, ik geloof, dat het alleen maar verstandig, nuttig en realistisch is voor een ieder om te zeggen: de kansen, die er zijn op dat gebied, zijn er nu een keer en daartegen zal ik mij zo goed mogelijk wapenen. Het is natuurlijk niet doenlijk voor iedereen, en dat wordt ook niet verwacht, een schuilkelder te bouwen tegen atoombomaanvallen van welk kaliber dan ook. Het is wel doenlijk, een zo goed mogelijke organisatie te hebben om, als er wat gebeurt, in te grijpen. Het heeft mij tot vreugde gestemd, dat ik in het algemeen instemming heb gevonden met de reorganisatie, die zich richt op een nieuwe militaire veronderstelling, waarbij wij dus de nieuwe B.B.-gebieden krijgen, minder in getal, met ieder een goede commandopost; de beschermers zijn dan beschermd, zal de geachte afgevaardigde de heer Bakker zeggen, zijn beschermd, maar ze moeten er zijn om de zaken leiding te kunnen geven, en wat de geachte afgevaardigde de heer Beernink betreft, stellig zal door mij worden bezien of in het B-gebied ook niet noodwachtplicht moet worden ingevoerd. Het aantal mensen van de overheidsdiensten is niets verminderd, het aantal commandoposten is wel ver-inderd, het aantal lieden bij de individuele zelfbescherming is wel verminderd. Daar is ook een reorganisatie aan de gang. Het is de overtuiging, dat het mogelijk zal zijn met goede en krachtige voorlichting en het stemt mij tot vreugde, dat de Kamer daarmede in het algemeen instemming heeft willen betuigen van de bevolking te geraken tot een behoorlijke zelfbescherming. Dat het niet een gemakkelijk taak is, moeten wij goed willen verstaan. De geachte afgevaardigde de heer Weijters zei: We kunnen niet meer zitten met een zak zand op zolder, een gasmasker aan een spijker in de keldermuur, enz. Ik herinner mij uit de laatste oorlog, dat wij voor het geval van inslag van brandbommen het advies hebben gehad, misschien zelfs wel het voorschrift, om een laag zand van zekere dikte op de zolderverdieping aan te brengen. Ik herinner mij ook, dat ik bijzonder weinig, ik kan mij er zelfs niet herinneren, personen heb gekend, die ook werkelijk op zolder die laag zand hadden aangebracht. Ik wil hiervoor van de kant van de Kamer toch wel begrip vragen. Wanneer men nu voorlichting gaat geven, die erop gericht is de mensen te leren wat ze moeten doen, als die bommen werkelijk uit de lucht komen vallen, dan moet men ervoor zorgen, dat de mensen het blijven weten en ook werkelijk gaan doen, want anders is het na een jaar uit het geheugen verdwenen en zegt men: Ach, zo belangrijk is het niet. Dat men bij deze voorlichting gebruik maakt van alle organen, die men in de vrije maatschappij ter beschikking heeft, lijkt mij verstandig. Het geeft bovendien een direct contact met de mensen. De moeilijkheid is weleens, dat voorlichting van overheidswege nu eenmaal, zo zijn wij dan ook in Nederland, niet zo vlot erin gaat als de voorlichting, die men uit eigen kring ontvangt. Ten aanzien van de stichting B.B. is mij gevraagd wat ik daarmee ga doen. Er is juist omtrent de voorlichtingstaak van deze stichting in deze nieuwe militaire veronderstelling sprake van reorganisatie. Ik ben met het bestuur van deze stichting in overleg. Ik zou dit overleg gaarne willen beëindigen vóór ik een uitspraak doe en maatregelen neem ten aanzien van de vraag welke positie door Overheid, stichting en andere maatschappelijke organisaties in ons land moet worden ingenomen. De geachte afgevaardigde de heer Ritmeester heeft gevraagd naar de positie van de burgemeesters. Die positie blijft dezelfde, die zij is volgens de Wet bescherming bevolking. De heer Beernink heb ik geantwoord op zijn vraag of het in de bedoeling ligt over te gaan tot invoering van noodwacht-plicht in de B-gebieden. Ik zou ook deze punten wel gaarne in de kamercommissie willen toelichten. Ik geloof, dat dergelijke technische zaken zich het beste voor overleg in die kring lenen, waarbij wij dan ook wat uitvoeriger op ieder onderwerp kunnen ingaan. Verscheidene geachte afgevaardigden, met name de heren Van der Veen en Bakker, toch al geen grote minnaars van de bescherming bevolking, hoewel zij, naar ik hoop niet, maar misschien te eniger tijd de zeer nuttige diensten van dit instituut niet zullen kunnen ontberen, hebben zich uitgelaten over de commandopostoefening in Berg en Dal: Copex. Er is ten tonele gevoerd een juffrouw, die gezegd zou hebben: Ik vond het zo leuk, ik zou het nog weleens willen doen. Betekent dat dan, dat het een nutteloze oefening was, omdat die juffrouw dat in haar enthousiasme aan de journalist heeft meegedeeld, die vroeg: En vond U dat zo naar? Zij antwoordde: Neen, ik vond het heel leuk. Wat is nu het nut van die dingen? Als wij lezen over het de ruimte inschieten van mensen, dan weten wij, dat er nu al allerlei lieden worden getest of zij een dergelijke ruimtevaart kunnen verdragen. Ik heb er al heel wat over gezien en gelezen. U ziet ze in allerlei luchtledige of luchtdichte kamers in allerlei standen opgesloten. Er zullen nu eenmaal niet alleen aapjes of hondjes worden afgeschoten. Men moet deze proeven dus nemen om te weten te komen of de mens deze dingen kan verdragen. Wat men in dit geval heeft willen proberen, is of degenen, die dit t.z.t. wellicht – wij hopen van niet – zullen moeten doen, gedurende geruime tijd in een bunker onder de grond, zoals te verwachten is, dat nodig zal zijn bij fall-out, kunnen leven, of zij de psychische spanning, die dit ongetwijfeld met zich brengt, kunnen doorstaan. Men heeft dit eens moeten beproeven. Men heeft die mensen daar dus laten zitten. Voor de meesten van hen is het goed afgelopen, maar er zijn ook lieden, die het niet kunnen verdragen. Het is nuttig, dit te weten. Men moet die reacties leren kennen. Ik vind het bijzonder bedenkelijk, deze zaak in het belachelijke te trekken.