Posts tonen met het label 1911. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 1911. Alle posts tonen

28 mei 2025

Fred·Coubillier·FEC·1911

Bronzen beeld van arbeider
Op de Fürstenplatz in Düsseldorf staat een intrigerende groep bronzen beelden. Ze trekken bepaald de aandacht, maar wie op zoek gaat naar achtergrondinformatie komt verrassend weinig tegen. Een artikel uit 2010 met de titel Allegory of Work (geschreven door een andere nieuwsgierige bezoeker) biedt een eerste inkijkje, en op Wikimedia circuleert een oude foto waarop de beelden in een andere opstelling te zien zijn. En verder lijkt het opvallend stil.

Voor wie iets dieper graaft, is er gelukkig wél een informatieve vondst te doen: een uitgebreid artikel van The Düsseldorfer (online sinds 2015 – dus na het eerdergenoemde blog­artikel). Hierin staat alles wat je wilt weten: over beeldhouwer Friedrich (’Fred’) Coubillier, de onrust rond de beelden in verschillende tijdsperioden, de oorspronkelijke plaatsing aan de Rijn, het tijdelijke verdwijnen in de Eerste Wereldoorlog, de verhuizing naar de huidige locatie, het opnieuw in veiligheid brengen tijdens de Tweede Wereldoorlog (toen metaal schaars was), en uiteindelijk de terugkeer naar de Fürstenplatz in 1950.

Zelf verder lezen?
👉 Lees het Duitse artikel hier
👉 Of klik hier voor een Nederlandstalige vertaling via Google Translate
Bronzen beeld van Vulcanus
Twee bronzen beelden van arbeiders
Twee bronzen beelden. Voor een arbeider, daarachter zittend Vulcanus
Detail van arbeidersstandbeeld met tekst 'Fred Coubillier FEC 1911'
Fontein voor het tentoonstellingspaleis in Düsseldorf, geschonken door de grootindustrie van Rijnland en Westfalen ter nagedachtenis aan de tentoonstelling van 1902
Brunnen vor dem Ausstellungspalast in Düsseldorf, den die Großindustrie von Rheinland und Westfalen zum Andenken an die Ausstellung 1902 gestiftet hat. (Architekt G. Nestler, Bildhauer Fred. Coubillier.) enthüllt 3. Mai 1913. (bron)
1950: De beelden keren terug naar de Fürstenplatz (Foto: Stadsarchief Düsseldorf)
1950: Die Statuen kehren zurück zum Fürstenplatz (Foto: Stadtarchiv Düsseldorf). (bron)

02 maart 2017

Ntilachula, Dec. 1911

Indian girls at Ntilachula
Image source: Royal BC Museum
Title proper: Indian girls at Ntilachula.
Date(s): Dec 1911 (Creation)
Name of creator: Swannell, Frank Cyril, 1880 - 1969
Frank Swannell 1910
Frank Swannell 1910


05 juni 2010

Maîtresse

'Maîtresse', ets van Louis Auguste Mathieu Legrand:
(Maîtresse, ets van Louis Legrand)


Maîtresse

Een man uit dezen tijd :
In 't dompig duistren van de late lenteschemer,
In 't beurschen van dit voorjaar naar den strakken zomer,
In 't dompig duistren zal ik rijzen naar uw borst
En rillen in uw lust.

                                          Gij, bij de doffe zucht
Van mijne voeten in uw zwaar-bekleede gang,
Gij, die bij het dreunend gongen van uw ree begeeren,
Deed huivren uit een mist van blinkend dekgewaad,
Waardoor de ruisching sluipt van loom-doorzwoelde plooien
En 't vreemde vleien van den weeken droom der dorsten
Het gloeiend bleek-zijn van uw nauw-omragde lijf, —
Die hief de geur-bestroomde, pralend gulden bekers,
Van uwe handen naar het smachten uwer haren,
Dat dronken die de volheid van verdwaasde drift, —
Die tastte naar de hellen van uw hemelsch lichaam
En wond de glanzend-klamme vochtheid van uw haar
Rondom, rondom u zelve als natte vreugdekoorden, —
In 't beurschen van dit voorjaar naar den strakke zomer,
In 't dompig duistren zal ik rijzen naar uw borst
En rillen in uw lust.

                                          Gij wéét, wat in mij schreeuwt
Om klaatrende verzadiging, — want enkel ù,
Die woelt in wellust en 't begrijpen niet veracht,
Die pijnt zich zelve tot een strakke lust, en wéét
Een eeuwigheid te dorsten voor één uur van dronk.
Want hebt gij niet, toen in een andre late lente
Uw borsten die, nu rijp, een donker kant verhoogt,
U, wondrend, wiessen als een nooit gedroomd geheim
En gij in u de wrange trilling hebt gevoeld
Naar 't lang-verborgen wezen van uw sluimrend leven,
Hebt gij toen niet uw jonge schoonheid uitgefeest

Voor 't grissen van dien schilder die u staren deed
Dóór 't dompig duistren van de late lenteschemer
Dóór 't brandend bronnen van wit-mistend zonlicht,
(In 't prille droomen van uw rook-ontvlamde jeugd,
In 't teeder waas dat om uw leden hing, en naakt,
En heerlijk naakt gelijk die dompe schemering)
Naar 't gretig wild-omstreeld en vreemd geheim-gezicht
Van eenen phallus, die zijn grootten, rooden gloed
Deed wédergloeien in uw nooit-ontmaagde lijf,
Dat in die zwoele gloeiing nòg niet werd ontmaagd?
Zoo hebt gij veel, heel veel geweten, en zoo weet
Ge een eeuwigheid te dorsten voor één uur van dronk.

(Fragment uit het gedicht Maîtresse van P.N. van Eyck, zoals afgedrukt in De getooide doolhof, tweede vermeerderde druk, Amsterdam 1911)

Blogartikel geïnspireerd door hernieuwde kennismaking met De briefwisseling tussen P.N. van Eyck en Albert Verwey, Deel 1, Achter het boek, Nederlands Letterkundig Museum en Documentatiecentrum, Den Haag (1988), waarin zowel de ets van Legrand als een (langer) fragment van het gedicht van Van Eyck te vinden zijn.