11 januari 2019
Irritant bultje
Een zoektocht op Google leert dat de kreet is gebruikt in twee boeken van Willem van Iependaal (Kluivenduikers doedeldans, 1937 en De dans om de rinkelbom, 1939). In het Leidsch Dagblad van 25 februari 1935 wordt evenwel al gesproken over een revue-schets met de naam “Toe maar Bultje", waarin een zekere heer Rozier de rol van “Bultje” vervult.(Leidsch Dagblad | 1935 | 25 februari 1935 | pagina 1)
Dat lijkt een behoorlijk oude treffer van een obscure kreet, tot je Delpher gaat bekijken.
De jolige troep nadert, en in een minimum van tijd was besloten om dat ventje voor den gek te houden. De juffrouwen uit het gezelschap begonnen het eerst.
„Toe maar bultje! toe maar bultje,” schreeuwden zij.
Het bekende stopwoordje werd heelemaal niet door het dronken renteniertje gesnapt. En woedend trachtende over zijn schouders op zijn rug te kijken schreeuwde hij :
„Dekselkaters, wat moeten jullui toch, ik heb geen bult; je hebt zeker den verkeerde voor."
Maar het gezelschap zong steeds liet stopwoord: „Toen maar bultje! Knarrepie is dood!"
„Wat? ik dood", schreeuwt het dronken ventje, ik zal je laten zien, dat ik levendig ben." En meteen wil hij zijn jas uitdoen om te vechten. Maar nu omsingelt hem de joelende hossende menigte, luid zingende: „En de wieken van den molen draaien goed!”
(Soerabaijasch handelsblad, 27-10-1899)
Knarrepie is dood dus. En de wieken van de molen draaien goed. Nu wordt het wat lastig.
’Knarrepie’ zou zo maar een verbastering van ‘kanariepiet’ kunnen zijn, maar daar kom je niet veel verder mee. Nou heeft ‘bultje’ zelf een betekenis gehad die we niet meer goed kennen. Wat denk je bijvoorbeeld van dit stukje tekst uit het Nieuw Vlaams Tijdschrift, jaargang 8? Mogelijk is ‘bultje’ hier gewoon gewoon ‘bultenaar’, zie verder omlaag.
Sijs, jongen, ge hebt al een heel eind achter de rug. Eet nu... Hee-daar!?’
Een bultje was op de barm verschenen. Er hing een draaiorgeltje op zijn buik. Hij naderde schuchter. En Sijs zag dat hij de bekoring van boterhammen met saucijzen niet zou kunnen weerstaan.
‘Wees niet bang, lieve vriend. En zo 't u lust, eet mee. God zelf is 't die u zendt. Gij kunt mij helpen. Want ik geloof dat ik het spoor bijster geworden ben. Zet u.’
Het bultje graaide met bevende handen naar de snede die hem werd toegestoken, en zette er woest zijn tanden in. Aan zijn schichtige blik kon men wel zien dat hij de bonte reiziger niet vertrouwde.
‘Wie zijt gij?’ vroeg Sijs.
Het bultje zweeg en at. Maar wie kent ooit zichzelf? Sijs moest er om lachen.
‘Dat 's ook een vraag, hee? Maar aan mij is er niet veel te kennen. Ik ben Sijs. En mijn plunje verbergt mij niet. Ik kom uit het westen vandaan, zeven torens her. Mijn meester, de oude circusdirecteur, ligt al vier weken op sterven. En Sijska, zijn jeugdige vrouw, is plots angstig geworden. Waarom? lieve hemel?... Waarom wordt een kwiklevendige vrouw, die dag aan dag om haar vrijheid smeekt, plots angstig aan de vooravond van haar verlossing? Waarom wil zij nu een zieltogende echtgenoot redden, wanneer zij goed weet dat er geen redding meer is? Ja, bultje, Gods wegen zijn niet zo ondoorgrondelijk als het hart van een vrouw.
Als je van daaruit verder wilt zoeken, wordt het ook lastig. Het Woordenboek der Nederlandsche Taal heeft wel een zoekfunctie maar verkleinwoorden zoeken is een ander verhaal. ‘Bult’ geeft de volgende treffers:
• bult ("bult") zelfstandig naamwoord (mannelijk)
1. Eene natuurlijke verhevenheid aan het lichaam van sommige dieren; verg. bij KIL. [1599] de bet. tuber.
2. Verhevenheid, uitstekend gedeelte, aan het lichaam van menschen.
3. Bij overdracht: bultenaar, bocheljoen.
4. Verhevenheid, oneffenheid aan voorwerpen, het tegenovergestelde van bluts, deuk.
5. Kleine verhevenheid op den grond, ook heuvel.
6. Massa, brok, klomp, kluit.
7. Evenals massa wordt ook bult gebruikt in den zin van: groote hoeveelheid, niet alleen van vaste stof (verg. een hoop, een boel); in verschillende streken gebruikelijk (zie b.v. voor Overijsel Arch. v. Ned. Taalk. 4, 421 en N. Ned. Taalm. 3, 124; voor Groningen MOLEMA 62; enz.).
• bult ("bulte")-
• bult ("bult") zelfstandig naamwoord (mannelijk)
. Bulster. Hoewel in beteekenis zeer verschillende van Bult (I), kunnen de beide woorden toch in oorsprong geheel of bijna gelijk zijn. Dit is niet te beslissen. In de bet. culcita (ook pelles nauticae, quibus indormiunt) heeft KIL. [1588] bulte, tegenover bult in dien van gibbus enz. Naast bulte geeft hij ook bulckt, dat waarschijnlijk door invloed van het synonieme kulckt is te verklaren.
• bult ("bult") zelfstandig naamwoord
.Bij DODON. (858 a [ed. 1608]) vermeld als een naam voor de zwam die ook bovist heet (zie boven kol. 925). Bult is hetzelfde als ohd. buli, nhd. pilz, waarvan het grondwoord is lat. boletus (uit gr. ß?????).
• bult ("bulte") bijvoeglijk naamwoord
. Eigenlijk: bultig, maar in ééne bepaalde toepassing (zie de aanhalingen). Thans verouderd.
1250-1550
• bout ("bult")-
• bult ("bulte") zelfstandig naamwoord (mannelijk, vrouwelijk)
. Bult, buil, ook bochel.
1200-1300
• bult ("bult(e)") zelfstandig naamwoord mannelijk
. bult; gezwel.
1. Bult, bochel.
2. Gezwel, zwelling.
500-1200
•bult ("bulto") zelfstandig naamwoord
1.Pijl; sport van een stoel; belegeringswerktuig.
Allemaal heel interessant, en hoewel het woord ‘bocheljoen’ natuurlijk fantastisch is om te leren kennen, helpt al deze informatie ons geen steek verder. Vooralsnog lijken bultjes wortels in de mist van de tijd te zijn verdwenen. Er zijn vast nog wel ergens oude boeken te vinden waar je nog iets van zou kunnen leren, maar dat is dan voor later.
Afbeelding: Daredevil, Marvelstrip 11 (NL), Frank Miller, Bill Sienkiewicz. Marvel Entertainment Group 1986
10 januari 2019
09 januari 2019
In with the old
08 januari 2019
Net in zicht
This is a record about a parting of ways. It is dedicated to the one who has been left behind and the one who left.
released October 1, 2018
All music written, recorded, mixed, played and sung by Annelies Monseré. Mastered by Mathieu Savenay. Design by Nana Esi.
Mei ’29
Hans Mulder
Mei ’29 Helmond
--
Van de Juffrouw
07 januari 2019
Foto-impressie RK Begraafplaats Vredehof, Doetinchem
Emmastraat 2, 7001 HJ Doetinchem
De begraafplaats valt onder de kerk OLV Tenhemelopneming, Prins Hendrikstraat 36 7001 GL Doetinchem,
tel.: 0314-391091
Foto’s: 5 januari 2019
Estote parati
06 januari 2019
David Octavius Hill in Ons eigen tijdschrift
Soms vind je een pareltje in een oud tijdschrift, zoals een artikel over David Octavius Hill in een maandblad uit 1931. “Hij was een woelig mensch, deze David, die in 1802 als zoon van een boekhandelaar in de oude Schotsche koningsstad Perth geboren werd.” En we jassen gelijk een “20e eeuwsch pendant van deze midden-19e eeuwsche portretten” in het artikel: studie van H. Berssenbrugge, Den Haag. Twee vliegen in één periodiek.
Ons eigen tijdschrift
Uitgave: C.J. van Houten & Zoon, Weesp
Maart 1931
Op de site van de Koninklijke Bibliotheek is het volgende te lezen over dit tijdschrift:
In de selectie van tijdschriften is Ons eigen tijdschrift een vreemde eend in de bijt. Het blad was niet in de winkel te koop en het was ook niet mogelijk om een abonnement af te sluiten. Het tijdschrift was het geesteskind van D.J. van der Ven, de eerste hoofdredacteur. Hij liep al langere tijd rond met het idee voor een populair maandblad,
‘waarin de goede geest van Nederland woont en waarin kunstenaars, geleerden, deskundigen en intellectueelen zich te zamen tot ons richten om dit ontwikkelingen schoonheid te brengen in velerlei vorm en het daardoor rijker en gelukkiger te maken.’
In eerste instantie krijgt hij zo’n blad niet van de grond, omdat geen enkele partij in het idee wil investeren. De bekende chocoladefabriek C.J. van Houten & Zoon te Weesp wil dat wel. Het bedrijf grijpt de mogelijkheid aan op een subtiele manier reclame maken voor hun cacaoproducten. De firma gaat het blad uitgeven en draagt de kosten.
Het eerste proefnummer van Ons Eigen Tijdschrift komt uit in november 1922. Op de cacaoproducten worden couponnen gedrukt. Iedereen die genoeg bonnen bij elkaar gespaard heeft kan een tijdschrift aanvragen. In de jaargang 1933 is een overzicht te vinden:
| Goud-etiket | Bruin-etiket |
| 1 bon uit een pondsbus | 2 bons uit halfpondsbussen |
| 5 bons uit onsbusjes | 1 bon uit een kilobus |
| 2 bons uit pondsbussen | 4 bons uit halfpondsbussen |
| 10 bons uit onsbusjes |
Het is opvallend dat Van Houten & Zoon zelf geen advertenties in het blad plaatst. Ook verschijnen er geen artikelen over cacao of andere vormen van sluikreclame. In het omslag staan wel advertenties van andere partijen. Vele bekende Nederlandse geleerden, schrijvers en kunstenaars werken voor het tijdschrift. Zo leveren onder andere A.F.J. Portielje, Felix Timmermans en Rie Cramer, Eelco M ten Harmsen van den Beek bijdragen aan het blad. De artikelen behandelen de Nederlandse literatuur, kunst, steden en natuur. Er is ook een vaste rubriek 'Voor onze kinderen' waarin sprookjes, liedjes en spelletjes staan.
Het laatste nummer van Ons eigen tijdschrift verschijnt in december 1933. Niet omdat Van Houten stopt met het uitgeven van tijdschriften. In het decembernummer legt de redactie uit waarom verandering nodig is:
Maar een nieuwe tijd stelt nieuwe eischen en wij schrikken voor die nieuwe eischen niet terug. Integendeel; overtuigd, dat achter de wolken tóch de zon schijnt en dat die zon op een oogenblik móet doorbreken, hebben wij voor de toekomst van „ Ons Eigen Tijdschrift" groote nieuwe plannen gemaakt. Het tijdschrift veranderd zo van vorm dat er ook voor een nieuwe titel is gekozen: Van Houten’s Eigen Tijdschrift.
Dat in de nieuwe titel op een minder subtiele manier reclame wordt gemaakt zal voor de fabrikant geen gelukkig toeval zijn.














































