21 september 2025

J. Franken Pzn. in het Zonneboek 1933

Vignet uit 'Vernieuwingen' door H. Roland Holst, uitgave Brusse, Rotterdam, 1929.
Soms krijg je de indruk dat heel Nederland eigenlijk een verkapt museum is. Bijvoorbeeld als je een oud Zonneboek vindt. Het Zonneboek was een periodieke uitgave die in de eerste helft van de 20e eeuw verscheen in Nederland. Hoewel er online exemplaren van verschillende jaargangen circuleren (vooral uit de jaren 1930‑1950), is er weinig centrale documentatie.

De afbeeldingen die je hier ziet komen uit het Zonneboek 1933. Deze editie is voor een deel gewijd aan de kunstenaar Jan Franken Pzn., en in dit nummer gaat het vooral om zijn werk als xylograaf, oftewel houtsnijder. De aanduiding ‘Pzn.’ achter de naam Jan Franken staat voor ‘Pieterszoon’ en was geen officieel onderdeel van zijn naam. Het was een signatuurvorm, een artistieke aanduiding die hem onderscheidde binnen een familie van kunstenaars. Hij signeerde zijn werk vaak met ‘Jan Franken Pzn.’ of ‘Jan Franken Pzoon’ om verwarring te voorkomen met zijn neef (bron: exlibriswereld.nl).
Mei, 1924.
Het Zonneboek opent met een essay 'De Houtsnijder J. Franken Pzn.' door A. van der Boom, dat wel interessante informatie bevat maar ook die typische geur heeft van rooms-katholieke lectuur uit het interbellum: 

Niet het minst belangrijke deel van hetgeen Franken maakte, ontstond ter verluchting van het boek, waarbij hij menigmaal blijk gaf van een uiterst vaardig begrip en een inventief vermogen om den loop van een verhaal door een goed gekozen en uitgewerkt beeld bij den lezer telkens even een bepaald accent te geven. Hij heeft daarbij iets in zijn manier van werken dat ons herinnert aan de oude plaatsnijders uit de late middeleeuwen en de vroege renaissance, die niet onmiddellijk aan de groote kunst, den kosmos of de „waereld‑ziel” – geliefd epitheton onzer hedendaagsche „kunstenaars-van-koninklijken-bloede” – dachten maar veeleer zich toespitsten op het maken van eerlijke, trouwhartige, b r u i k b a r e, werkstukken.
Het Stille Stadje, 1924.
Het Zonneboek 1933 is geïllustreerd met 36 houtsneden die eigenlijk stuk voor stuk de moeite waard zijn. Wat je hier ziet, is dus een subjectieve selectie. De scans zijn niet bewerkt, dus de gelige tint in de houtsneden, die eigenlijk bedoeld zijn als zwart‑wit, is rechtstreeks afkomstig van het papier van bijna honderd jaar oud.
Oude Bootwerker, 1925.
Sint Augustinus schrijvende..... Illustratie uit 'Augistinus' door Louis bettrand, uitgave Brusse, Rotterdam, 1930.
'... in een diep donker bosch.' Illustratie uit “Eindelijk Thuis” door To Hölscher, uitgave Foreholte, Voorhout, 1930.
Zonneboek 1933, met pen voor de schaal

Zonneboek 1933, met houtsneden van J. Franken Pzn. Uitgave van Herwonnen Levenskracht, Utrecht, Instelling van het Rooms-Katholiek Werkliedenverbond.

De bijschriften bij de afbeeldingen zijn in het Zonneboek als volgt:

  1. Vignet uit „Vernieuwingen” door H. Roland Holst, uitgave Brusse, Rotterdam, 1929.
  2. Mei, 1924.
  3. Het Stille Stadje, 1924.
  4. Oude Bootwerker, 1925.
  5. Sint Augustinus schrijvende..... Illustratie uit „Augustinus” door Louis Bertrand, uitgave Brusse, Rotterdam, 1930.
  6. „... in een diep donker bosch.” Illustratie uit „Eindelijk Thuis” door To Hölscher, uitgave Foreholte, Voorhout, 1930.

Houtsnede op omslag gesneden voor deze uitgave door J. Franken Pzn.

Over essayist A. van der Boom, die hierboven wordt aangehaald, is nauwelijks iets terug te vinden. Zijn stijl sluit evenwel duidelijk aan bij het katholieke ideaal van de kunstenaar als vakman in dienst van het hogere, niet als genie in dienst van zichzelf. Impliciet positioneert het essay Franken als een moderne plaatsnijder: iemand die met zijn houtsneden het verhaal ondersteunt, de lezer begeleidt, en zich niet verliest in allerlei kosmische pretenties. Daarmee klinkt ook een subtiele kritiek door op modernistische kunstenaars die zich juist afzetten tegen de traditie. Dit is katholiek kunstdenken op zijn best: vroom, scherp, en doordrongen van onderhuidse polemiek.


Aanwijsplaten (622)

Aanwijsplaat met daarachter de werkzaamheden aan het Radboudumc, Nijmegen

19 september 2025

De Duindorpkerk en zo verder

Ansichtkaart met foto en daaronder de tekst 'Den Haag. Duindorpkerk Kranenburgerweg
Een ansichtkaart met een foto van de Duindorpkerk in Scheveningen. Reliwiki zegt hierover: “Mooi op straathoek gesitueerd kerkgebouw, met kleine dakruiter. Na de bouw van de wijk Duindorp, meer naar het westen in Scheveningen, werd deze kerk hernoemd tot Immanuëlkerk (de kerk heeft dus maar kort, tot ± 1937, "Duindorpkerk" geheten; in 1937 kwam in Duindorp de nieuwe Pniëlkerk gereed).”
De locatie van de voormalige Duindorpkerk op een stadsplattegrondje.
De locatie is nog net herkenbaar.
Googler Street View-screenshot van de locatie van de voormalige Duindorpkerk
De frankering van de ansichtkaart bestaat uit een Nederlandse postzegel van 1½ cent in de kleur violet, uitgegeven in de jaren 1920‑1930. Dit type zegel is bekend als een Vliegende Duif-zegel, ontworpen door Chris Lebeau.
Achterkant van ansichtkaart met postzegel van 12½ cent in de kleur paars, uitgegeven in de jaren 1920–1930. Dit type zegel is bekend als een Vliegende Duif-zegel, ontworpen door de bekende kunstenaar Lion Cachet.
Lebeau was een van de kunstenaars aan wie werd gevraagd ontwerpen in te zenden voor de postzegelprijsvraag van 1920. De bedoeling was ontwerpen met en zonder afbeelding van koningin Wilhelmina te maken. De anarchist Lebeau weigerde echter het staatshoofd af te beelden. Hoewel Lebeaus ontwerpen voor de prijsvraag niet werden uitgevoerd, kreeg hij wel de opdracht voor vervaardiging van de cijferzegels met lage waarden. Dit werd de vliegende duif, een soort vereenvoudigde versie van zijn luchtpostzegel die in 1921 verscheen. In 1941 werd de vliegende duif opnieuw uitgegeven, ditmaal voor de hogere geldwaarden. (Bron: Museum Het Schip. Het museum voor de Amsterdamse School.)

De kaart is afgestempeld in ’s‑Gravenhage (Den Haag) op 21 juli 1930. Met promotionele tekst: ‘Bezoekt Vredes- en Volkenbondstentoonstelling ’s‑Gravenhage’, onderdeel van een publieke campagne.

De afzender is onleesbaar (mogelijk ‘Non Disselhof’). De geadresseerde is Mevrouw de Weduwe L. Distel-Schnieder, Staalstraat 1 bis, Utrecht. ‘L.’ is Helena Gezina Schnieder, weduwe van Gerhardus Jozephus Distel. Op het moment dat deze kaart is afgestempeld, 21 juli 1930, was de weduwe 61 jaar. Zij zou 84 worden.

17 september 2025

Maria, juni ’42

Maria, Juni ’42, voorzijde van gevonden foto
Titel: Maria, juni 1942
Techniek: Zilvergelatine-afdruk op vezelpapier met gegolfde randen
Afmetingen (incl. rand): ca. 5,5 × 6,5 cm
Herkomst: Onbekend; foto gevonden in Nederland
Ontwikkeld door: Foto‑Schnell‑Zieh (A4720)
Maria, Juni ’42, achetrzijde van gevonden foto
De aanduiding Foto‑Schnell‑Zieh lijkt geen bedrijfsnaam in de klassieke zin, maar eerder te verwijzen naar een fotografisch procédé of een snelle afdrukservice.
 
Maria, Juni ’42, opgeschhonde versie

15 september 2025

Fotostrip

Moderne snapshot uit de jaren twintig
Dit reeksje foto’s toont een man die nonchalant over straat wandelt – vastgelegd door een straatfotograaf, waarschijnlijk in de late jaren 1920. We hebben het hier over spontane momentopnamen: drie opeenvolgende beelden alsof een film even stilgezet is.

Wat dit drieluik onderscheidt is de alledaagsheid van het moment: geen sport, geen dans, geen dramatische actie, gewoon een man die langsloopt. Dat maakt het juist intrigerend. Het is geen technische studie, maar ook geen achteloze kiek. Het zit ergens tussen documentair en geënsceneerd, en dat spanningsveld is zeldzaam.

In deze periode dook de straatfotograaf op in veel Europese steden. Voorbijgangers werden onverwacht gefotografeerd, kregen een kaartje mee en konden later een afdruk kopen. Zo ontstonden betaalbare en speelse souvenirs van het dagelijks leven.

De man draagt een driedelig pak met wijde broekspijpen en een platte pet: modekenmerken die precies in deze tijd populair waren. Samen met de ouderwetse fietsen en het geplaveide straatbeeld komen we uit op 1926‑1929, zoals altijd onder voorbehoud.
Een model dat snel zo’n reeks kon ‘schieten’ was de Mandel Photo Postcard Machine (gemaakt 1911‑1930).

De steentjes zwerven

Zwerfsteentje in Apeldoorn
Zwerfsteentje in Apeldoorn
Twee zwerfsteentjes, gevonden bij basisschool Anne Frank in Apeldoorn en weer losgelaten in het parklandschap van Duiven in de Liemers. Zwerf ze.
Zwerfsteentje in Duiven
Zwerfsteentje in Duiven

14 september 2025

Soms vind je iets en oh ja

Oud bobliotheekboek, dichtgeslagen
Oud bibliotheekboek, opengeslagen
Oh ja, Borrebachiana! Je zou het niet zeggen als je de buitenkant ziet van dit oude, zwaar door meisjesvingers beduimelde bibliotheekboek, maar het staat bol van de tekeningen van Hans Borrebach, illustrator en overall multitalent. Ik heb die boeken nooit gelezen, maar zijn herkenbare stijl ken ik al heel lang, en het is erg leuk om hier ineens weer spontaan geconfronteerd te worden.

Tip voor de geïnteresseerde: lees het schrijversprentenboek Babs' bootje krijgt een stuurman: de meisjesroman en illustrator Hans Borrebach (1903‑1991) van Murk Salverda. Ik ga het in elk geval herlezen want de interesse is weer gewekt, dankzij een boek van een onbekende weldoener in een Apeldoornse buurtbieb. 
Illustratie van Hans Borrebach in 'Marijke' door Cissy van Marxveldt, twaalfde druk
Illustratie van Hans Borrebach in 'Marijke' door Cissy van Marxveldt, twaalfde druk
Illustratie van Hans Borrebach in 'Marijke' door Cissy van Marxveldt, twaalfde druk
Illustratie van Hans Borrebach in 'Marijke' door Cissy van Marxveldt, twaalfde druk
Illustratie van Hans Borrebach in 'Marijke' door Cissy van Marxveldt, twaalfde druk
Illustratie van Hans Borrebach in 'Marijke' door Cissy van Marxveldt, twaalfde druk
Buurtbieb/-boekenkast, Mariannelaan, Apeldoorn

Stilo, epiloog

Een fijnmazig netwerk van bloesems en ranken ontvouwt zich over een zacht beige ondergrond. De delicate vormen en vergrijsde tinten ademen de sfeer van een interieur waar stemmen zijn verstild en het daglicht gefilterd binnenvalt. Dit patroon roept de esthetiek op van een tijd waarin schoonheid werd gezocht in het alledaagse — een stille echo van vergane elegantie, bewaard in motief en materiaal.
Een laatste blik op het schutblad voordat we het album sluiten en opbergen.

Stilo: de vele adressen van Emil Preim

Bij het zien van de vele adressen van Emil Preim (Atelier Preim, Fotografisches Atelier Preim, Fotografische Kunstanstalt Emil Preim) begin je je af te vragen of er nog structuur in aan te brengen is. Hieronder een bescheiden poging, gebaseerd op de foto’s die in het fotoalbum Stilo te vinden zijn.
Photogr. Atelier E. Preim Floridsdorf
Floridsdorf
Dit wijst op activiteit vóór of rond het moment dat adresconventies met vaste huisnummers op drukwerk gebruikelijk werden. Periode (geschat): ca. 1890–ca. 1905.
Photogr. Atelier E. Preim Floridsdorf, met vermelding van K. Krziwanek
Photogr. Atelier E. Preim Floridsdorf met handgeschreven tekst
Photogr. Atelier E. Preim Floridsdorf, andere versie
Pragerstrasse 17, Floridsdorf
Hier wordt alleen Floridsdorf vermeld, dus waarschijnlijk was de gemeente hier nog zelfstandig (tot 28 december 1904).
Atelier Preim Floridsdorf Pragerstrasse 17, versie 1
Atelier Preim Floridsdorf Pragerstrasse 17, versie 2
Pragerstrasse 5, Floridsdorf bei Wien
Deze aanduiding is waarschijnlijk ook van vóór de annexatie door Wenen. Er lijkt overlap te zijn tussen de twee adressen aan de Pragerstrasse, dus mogelijk ging het om een verhuizing of meerdere filialen.
Fotografisches Atelier Preim Floridsdorf bei Wien
Pragerstrasse 5, Wien XXI., Floridsdorf
Dit adres is in elk geval van na 1904.
Photogr. Atelier E. Preim Wien XXI., Floridsdorf Pragerstrasse 5
Stryekgasse 3, Eingang Pragerstrasse, Wien XXI. en Wallensteinstr. 29, Wien XX.
Het filiaal aan de Wallensteinstrasse werd officieel ingeschreven op 31 januari 1908 en weer beëindigd rond januari/april 1910. Foto’s met dit adres zijn dus vrij nauwkeurig te dateren.
Emil Preim, Fotografische Kunstanstalt. Wien, XXI., Stryekgasse 3, Eingang Pragerstr.
Stryekgasse 3, Eingang Pragerstrasse, Wien XXI.
Volgens Lehmann’s Adressbuch komt dit adres voor van 1911 t/m 1922. Dat sluit niet uit dat het al eerder in gebruik was.
Fotografische Kunstanstalt Emil Preim Wien, XXI., Stryekgasse 3, Eingang Pragerstr.
Volgens de site Sparismus missen we in dit overzicht nog een paar adressen: Stryeckgasse 12, Wien XXI. en Am Spitz 2–3, Wien XXI. Die zijn dus sowieso van na 1904. Op de huidige kaart (waar de spelling Prager Straße is) zie je dat al deze adressen in Floridsdorf/Wien XXI. heel dicht bij elkaar liggen – binnen ongeveer dezelfde vierkante kilometer.


Op Sparismus blijkt dat meer mensen nieuwsgierig zijn geweest naar deze productieve fotograaf, maar ook met de bronnen van nu blijft de oogst schaars. Op Internet Archive is wel een digitale versie van het boek Geschichte der Grossgemeinde Floridsdorf van Hans Smital te vinden, met zes foto’s van Emil Preim. Hij fotografeerde dus meer dan alleen portretten.

 
Inhoudsopgave met zesmaal een vermelding van de naam E. Preim

In de krantenarchieven is een exemplaar van de Floridsdorfer Zeitung van 13 maart 1915 te vinden, waarin gesproken wordt over Mizzi Preim, “der Tochter unseres bekannten Photographen Herrn Emil Preim”. Daarmee wordt een tipje van de sluier opgelicht.
Screenshot van een artikel uit de Floridsdorfer Zeiting 13 maart 1915
Maar we moeten niet vergeten dat de wereld op dat moment in brand stond. Of dat er iets mee te maken had weten we niet, maar volgens WAIS (het Wiener Archivinformationssystem) is Mizzi Preim op 19 juni 1920 op twintigjarige leeftijd overleden.

Daarna wordt het stil. Met de huidige stand van de online archieven is er niets naders meer te vinden. Voor nu laat ik het hierbij. Mocht er toch nog iets mijn pad kruisen, dan zal ik dat hier waarschijnlijk vermelden.

Rathaus Floridsdorf Am Spitz
Sammlung Wien Museum CCO 
(sammlung.wienmuseum.at)